Tim en de digitale tussendoortjes

75 * 115 cm – Acryl op canvas

Er zijn maar drie redenen te noemen waarom ik in een geluidsstudio te vinden ben (op volgorde van belangrijkheid): gezelligheid en vriendschap, leren over muziek produceren en als laatste problemen oplossen.
Laten we eens beginnen met de eerste. Heel veel jaren geleden leerde ik mijn makker Tim kennen, toen nog een jonge hond in de rap scene of, zoals hij dat zelf terecht noemt, een battle-cat. Uit zijn hoofd haalt die jongeman de meest fraaie zinnen, bijna op elk moment van de dag komen daar ideeën en poëzie uit of beweegt het hoofd op ritmes en melodielijnen die niemand ooit gehoord heeft. Dat trok mijn nieuwsgierigheid en is na al die jaren nog steeds iets wat intrigeert.

Lange avonden in een zeer mistig gerookte, schemerdonkere zolderkamer heb ik doorgebracht, waar vele tientallen gevestigde of aspirerende namen passeerden en nog steeds passeren. Opname na opname opnieuw doen, schaven aan samples of dat ene toontje wat net niet de juiste pitch heeft. Ik kan je verzekeren dat het produceren van een plaat bij mijn makker niet zomaar wat knoppen induwen is, laat staan dat hobbyisme er is toegelaten. Het enige wat telt is dedicatie, eentje van de soort die ikzelf herken van m’n atelier. Opgeven is geen optie. En dat maakt hem mijn makker, daar komen we overeen. Karakter.

Natuurlijk is het daar niet alleen werken, precies zoals dat het achter de schildersezel niet altijd even productief is. Dan gaan de remmen los, of toch het gas eraf, al broeit het ten alle tijde voort. Praten over misstanden in onze omgeving, de problemen van het bestaan. Gekke verhalen uit illustere vergane tijden, die zijn er genoeg en iedereen die er zit, heeft er wel. Muzikanten en schilders komen daarin zeer overeen, de een wat bloemrijker dan de andere, maar wel telkens met het maken van mooie dingen als rode draad. Dat zijn zeer aangename momenten die inspireren.

Nu ben ik verre van een muzikant, op enkele jaren percussie spelen na zijn er eigenlijk nooit serieuze stappen of aspiraties daartoe geweest. Alhoewel ik ooit met een bluesband tweemaal heb opgetreden, in mijn twintiger jaren, op mondharmonica. Soleren en flink lawaai maken was toen de opdracht. Dat zoiets nooit tot een carrière of missie is verworden, stond vrij duidelijk in de sterren geschreven. Verf en penselen was en is de toekomst. Toch heb ik heel veel geleerd, zeker daar in die obscure studio van Tim.

De software en apparaten die er gebruikt worden, ken ik allemaal: de principes ervan, de toepassingen ermee, er zijn maar weinig dingen die het oog ontgaan zijn. En dan komen we bij de laatste van de redenen dat ik in een geluidsstudio ben: problemen oplossen. Waar mensen veel werken met analoge en digitale spullen, daar gaan zaken stuk, raken kwijt, branden door, worden plots weigerachtig of gaan staken. Dat is niet leuk voor Tim en de anderen, maar wel voor mij: dan worden de knokkels gekraakt en een keer goed gevloekt (soms voor de show of om te laten zien dat er ergens diep ook een poëet in me schuilt, eentje van de dubieuze en grove soort).

Al heel erg lang heb ik een boontje voor computers en technologie, dat is al van ergens de vroege tienerjaren. Af en aan had ik in het begin een computer, meestal opgebouwd uit oude losse onderdelen die gekregen waren. Ik hobbelde altijd achteraan in het groepje mensen waar ik toen mee omging, maar leerde zienderogen wel veel over hardware en software, vooral hoe dingen niet moesten. Begin van deze eeuw kreeg ik Linux in handen en daar ontstond liefde. Ik snapte er in het begin geen bal van, want waarom moet je zoveel instellen en aanpassen om de boel te laten werken? Toch doorzetten, goed opletten en desnoods opschrijven.

De ene oude computer na de andere opgegeven laptop passeerden de tafel om, met zeer wisselend succes, tot leven geroepen te worden. Ik ontdekte dat ik er mensen mee kon helpen, dat het ze geld bespaarde, dat ze op een veilige en duurzame manier met een computer konden werken. Geen virussen, geen vastlopers of nodeloos herstarten, nee, niets van die onzin meer! Jaren aan data heb ik weten te redden van bedrijven en artiesten die het budget niet hadden voor IT consultants en het aantal alleenstaande moeders die met wat hulp hun kinderen een fatsoenlijke laptop of computer konden geven is niet meer op twee handen te tellen. Door al die ervaringen wist ik heel zeker dat open source veel meer kon zijn dan zomaar het delen van broncodes of een oplossing voor een onnodig technisch probleem.

Even vooruitspoelen naar Tim, zijn crew en de geluidsstudio.

Daar wordt vrijwel geen open source software gebruikt, puur omdat daar al jaren alles in een Apple omgeving draait en werkt. Ook na vele pogingen tot evangelisatie en propaganda mijnerzijds, blijven die koppigaards er aan vasthouden. Terecht, waarom timmeren aan iets dat werkt? Om de boel bijeen te houden, moest ik dus gaan leren: productie methodiek, midi, noem het maar op. Elk eentje en nulletje, formaten van bestanden, data stromen en opslagmethoden. Reken maar dat er heel wat nieuwe vloeken zijn bedacht tijdens die reis. Muzikanten werken geheel anders met machines dan schilders, maar toch ook weer niet. Weliswaar worden computers veel intensiever gebruikt dan wat doorgaans hier in het atelier de gang van zaken is, de afhankelijkheid ervan is minstens zo hard gegroeid en veranderd.

Dat geeft een zwak punt, een achilleshiel van gigabytes. Orde, discipline en duidelijkheid zijn geen eenvoudige concepten om geniale warhoofden aan te leren. Dat kost jaren overtuigen, maar al doende leert men. Er zijn back-ups, er is een structuur hoe dat dingen bewaard worden, een zorgvuldigheid die vijftien jaar geleden nog onder de noemer sciencefiction viel. Maar hoe zorgvuldig en ordelijk mensen ook werken, software blijft software en ook maar een product van mensen. Dat crasht, dat verandert bij elke update of verdwijnt simpelweg vanwege commerce. Dat is wanneer de knokkels gekraakt worden en weer eens stevig afgegeven op conglomeraten en de grootverdieners die blijkbaar elk facet van een leven willen bepalen.

Harde schijven die het opgeven, internet verbindingen die liever solitair zijn, geheugen dat lijdt aan elektronische amnesie of een gans systeem wat de geest geeft, het liefst daags na het verstrijken van enige garantie. Niets is te zot of het passeert de revue. Gelukkig is het telkens van voorbijgaande aard en te fiksen en met groot plezier ook. Het is tegenwoordig ook vrij zeldzaam aan het worden, dankzij de aangeleerde grondigheid. Voor mij telt als enige dat Tim en zijn studio blijven draaien en niet ten onder gaan door de commerciële grillen van wat grossiers. Het is gereedschap en wanneer je dat goed onderhoudt en er lief voor bent, is dat ook lief en goed voor jou.

Hier is een voorbeeld van wat het redden van bijna twintig jaar aan creatieve data brengt:

Stadsrand – T-Loc FT Koenda (beat by Syndrome)

Als afsluiter en laatste paragraaf wilde ik een kleine boodschap aan jullie meegeven: dit soort werk doe ik alleen maar voor Tim, de mensen van zijn crew en wat andere vrienden van mij. Er zijn geen ambities om dat voor iedereen en zijn gebuur te doen. Ondanks de certificaten Linux Systeembeheer, Netwerkbeheer en Beveiliging, die puur voor de lol aan de avondschool van de Hogeschool Gent zijn behaald. Het combineert nu keurig met het schilderen en mijn parttime baantje en is een plezier. Dat moet zo blijven. 🙂

Martinus Geschreven door:

Wees de eerste om te reageren

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.