Blijven gaan!!

Over een dikke week, misschien twee, herhaal ik een uitbreiding van een project wat al 11 jaar gaande is: het Raam-Museum. En dat vraagt om nieuwe werken, informatie voor bij de werken en natuurlijk een presentatie die aantrekkelijk is voor het passerende publiek. Er is een extra verrassing daarbij die nog wat extra werk geeft, maar zo hard nieuw en origineel in deze stad, dat het het zweten waard is. Wat dat is, kan ik nu nog niet gaan zeggen, want dat zou het leuke er afhalen. Nog even wachten voor jullie…

Muziek en schilderen

Er is niets schoners dan dat moment wanneer die kwast even stilhoudt, de ogen sluiten en een stem vol ontroering zachtjes zingt om dat ene gevoel van geluk te geven. Het is geen afleiding, het is een moment van compleet voelen. Het denken stopt, het piekeren verstomd, een moment. Een dwaling door de ziel wanneer een gitaar je zachtjes verleidt om even stil te staan en doet voelen dat je leeft.

Jouw muziek is niet de mijne en de mijne zal misschien nooit de jouwe zijn. Maar geeft dat? Welnee. Ieders energie is anders, de frequenties verschillen en dus vinden we elk onze resonantie, dat wat ons doet beseffen dat we een ziel zijn, een hoger deel van het bestaan. Geef het maar de ruimte, elke streek van de penseel voelt compleet en soms is het teveel. Dan is stilte de juiste toon, kalmte een fijn moment.

Wanneer een ritme vindt dat paars mooier is, dan doe je geel als melodie. En roept de zanger iets over rood, zing je misschien wel mee in een bordeaux harmonie. Het canvas als een notenbalk en de verf als de juiste snaar. De schets als eerste voorzichtige toetsaanrakingen maken je klaar voor het stuk dat volgt. Luister naar die geluiden van het mengen en schrapen, de kadans van gronden met die ene lichtbron als inspiratie.

Details complementeren een schilderwerk, gelijk een zachte triangel je een glimlach geeft. Die lichtpunt, subtiel schijnend, lonkend naar je ogen. Is het teveel of net te leeg? Je zult het nooit weten, wat maakt compleet of perfect? Dat is niet jouw vraag, het antwoord is van de persoon die kijkt of, net als jij, luistert. Verwondering is dat wat rest, schoonheid is wat in je hoofd wordt gevormd, met je hart als componist.

Muziek, oh muze. Mijn lieve leidraad, telkens wanneer je wonderschone klanken door mijn lijf heen razen en de ledematen doen bewegen, dan zie ik weer de bron die we samen hebben en je geeft me weer de reden van bestaan. Kleuren, vormen, lijnenspel en lichtstralen, rijmend en dansend, zachtjes vragen naar datzelfde vuur, om vervolgens weer op te flakkeren om door te gaan.

Schoonheid kan nooit beginnen, wanneer je schoonheid niet haar gang laat gaan. Kom tot mij, oh klanken vol plezier en verdriet, raak mijn hart, neem mijn hand en wijs me waar ik heen wil, geef de aanzet tot een nieuw verhaal. Dreunend, steunend, op een dunne, flinterdunne grens van het bestaan.

Zonder licht geen kleuren, geen vormen, zelfs geen leven, maar zonder geluid geen beroering om dat alles te doen ontstaan. Zoals de bubbels in de buik op dat moment van net af, geeft muziek dat zachte zetje op de juiste weg daarheen. Teder of vol geweld, de ontroering, beroering of precies de maat die telt.

Is dit liefde?

Martinus.

Atopia en het kacheltje

Een klein paradijs in een wereld die de weg kwijt is. Een artistieke oase die je deelt met andere creatievelingen, allemaal keurig geselecteerd op basis van de, meer dan twintig jaar, ervaringen en kennis van de bezieler van La Ville Perdue (De Verloren Stad), Bob Minne. En potdomme, ik kan je verzekeren dat het fijn was.

Schilderen is voor mij een solitaire bezigheid, maar wanneer je eenzaamheid opgedrongen wordt door abstracte zaken als overheid, is het andere koek. Dan verwordt het solitaire, het romantische deel toch, tot een ware hel, een atelier wat verandert in een cel vol ongenoegen. Dat mocht absoluut niet gebeuren van Bob en zodoende was Atopia geboren: a-typisch, utopisch, artistiek bewogen en bovenal gedreven door warmte, rust en liefde.

Daar zat ik dan ineens: een gigantische werkruimte, groter dan mijn studio-appartementje, goed verwarmd, met een joekel van een canvas voor me en veel kleinere rond mij heen. Zoals thuis mijn materiaal hutje-mutje op elkaar staat, zo kon het nu keurig uitgesorteerd en ruim naast elkaar staan. Ademruimte in een wereld waarvan de keel alsmaar dichter geknepen wordt door bestuurders, gecontroleerd en geรฏndoctrineerd door mensen die veel liever thuis zitten bij hun familie en vrienden. Fraai is dat niet te noemen en over de manieren kun je nu al boeken volschrijven. Maar genoeg geklaagd over wanbeleid en gebreken aan inzicht en kennis.

Ineens kon ik zowaar tien meter afstand nemen van de ezel, zonder te struikelen over een van de kinders. Zo noem ik mijn schilderijen, want ja, ik hou van ze, maak en zie ze graag. Dat was echt even wennen, net als het gezelschap: twee briljante dames die ook elk hun eigen ruimte om te werken hadden voor twee maanden. Iedereen ging op hun eigen manier om met de ruimtes die ze hadden. Zalig om eens binnen te kunnen piepen bij een collega, grote tas koffie in de hand, om materiaal, methodiek en beweegredenen te vergelijken.

Solitair werkende mensen een dergelijke kans geven opent niet zomaar nieuwe mogelijkheden, want we bleven werken zoals we altijd deden, maar het beleven van elkaars hart en ziel maakten van dit avontuur een ganse ervaring. De tien maanden daarvoor waren voor mij met momenten een absolute hel: eenzaamheid maakt kapot, zeker wanneer het geen keuze is. Mijn vrienden hadden dat snel door en zo is de schade beperkt gebleven door binnen de nieuwe, telkens wisselende, doctrines naar manieren te zoeken. Zouden die bestuurders doorhebben hoeveel dat ze aan het kapot maken zijn?

Een ander ding wat me zeer beviel, was dat ik nu gewoon Martinus was en niet een nationaliteit om uit te kakken en te generaliseren. Ik heb in deze tijd veel gesprekken en fijne momenten gehad waarbij het om inhoud ging of simpelweg over een tube verf. Verschillende dips heb ik meegemaakt, want wie mijn leven kent, weet dat comfort niet gans een onderdeel daarvan uitmaakt. Laat staan liefde. Dat laatste nog steeds niet, behalve naastenliefde: of ik wilde of niet, die moest ik gewoon accepteren. En langzaam bloeide ik open en begon te genieten van al die spirituele warmte. En vergat dan weer te schilderen. Logisch.

Twee werken zijn er afgemaakt, maar de beoogde doelstellingen van produceren werden verre van gehaald. Hoe kan het ook anders: het waren nieuwe ervaringen, die allemaal een plaatsje nodig hadden in dat vereenzaamde en bijna uitgedoofde hart. Er zat nog wat gloed in, maar de broodnodige zuurstof, het creatieve oppoken en aanvullen met nieuwe brandstof maakten van dat smeulende hoopje weer een vuurtje en dat brandt nu zorgvuldig onderhouden en geliefd. Geen grote brandhaarden die snel weer doven, maar klein en heel eenvoudig mij warm houden en doen glimlachen.

Ergens bijhoren is een zeer menselijk iets, een gegeven wat steeds minder in mijn bestaan lag. Hoe graag een mens ook wil, wanneer extern opgelegd en bepaald wordt voor jou, door bestuurders en gewone kortzichtigen, leg je je er op gegeven moment maar bij neer. Het is nog net geen opgeven, want dat plezier gun ik niemand. Dat is al zeer grof ervaren geweest en zal niet nog eens gebeuren. Ik ben geen dolende ziel, maar een mooie-dingen-maker met een duidelijk doel in het hoofd. Een doel wat bij elk werk weer duidelijker wordt en soms overschilderd, want zo gaat dat met doelen en de wegen die er naartoe leiden. Dat is geen rechte lijn, dat mร g geen rechte lijn zijn, want hoe saai is dat?

In een Verloren Stad is het plezant wonen. Je bepaalt je eigen huis, maakt het zoals jijzelf wil en werkelijk niemand in die Stad zegt dat het goed of fout is. De constructie, de basis, het fundament, daarbij helpen de stadsgenoten, maar hoe het er uitziet of gaat zien, dat is jouw droom, die mag je maken zoals jij wilt. Zonder toestemming, zonder opdringerige regels, zonder intimiderende en afgunstige buitenstaanders. Een gevoel van geborgenheid, van veiligheid, van warmte, allemaal met voldoende speelruimte, maken van een mens zijn ideale zelf. De buren in die stad doen precies hetzelfde en heel vreemd, maar het werkt beter, want het stoort niet.

Naastenliefde, rust, warmte en ruimte heb ik mogen ervaren als een gewoon en dagdagelijks feit. Ik kijk uit naar een volgend samenwerken en weet dat wanneer het even niet gaat, ik zo bij die nieuwe, zelfgekozen, buren op bezoek kan gaan. Al was het maar met een bericht of gekke brief.

Terug naar de ezel, want er zijn nog twee dagen om iets af te hebben voor het nieuwe jaar begint. Een nieuw jaar waarin het onzekere de hoofdrol speelt, zo gaat dat met de toekomst, maar waar een lichtpuntje in ieder geval de koers uitzet en naastenliefde de drijfveer is. Laat dat kacheltje maar lekker en zorgvuldig branden, dan komt de liefde vanzelf wel, om zich te warmen en te verpozen.

J’aime vivre dans la Ville Perdue et vous n’avez pas besoin d’adresse pour me trouver: suivez la chaleur.

Martinus.



Karton

Canvas is duidelijk niet het enige waarop geschilderd kan worden. Muren, garagedeuren, auto’s, noem het maar, zijn de revue al gepasseerd. Zo ook karton en papier, een materiaal wat heimelijk een voorkeur heeft, zeker vanwege de fysische eigenschappen zoals absorptie en textuur. Afgelopen week lag de focus op een klein werk, waarbij ik acrylverf en zogenoemd mixed-media karton heb gebruikt.

De keuze voor dit soort karton was makkelijk: het rimpelt en bubbelt niet zo snel, ook niet bij waterige verdunningen van de verf of bij het fixeren en vernissen van de tussenstappen en het uiteindelijke werk. De kostprijs van het materiaal past ook beter bij een experimentele fase als deze. Het reflecteert ook meer de tijd waarin we worden gedwongen om te leven. Het is dus niet een stap terug, maar een kleine zijweg die gaat over adaptatie en anticipatie.

Ik ga er nog meer maken, al was het maar vanwege het plezier wat er door het materiaal is. Het is minder robuust dan canvas, maar het verfijnde van het oppervlak (zijdeachtig glad) lokt me uit de tent en inspireert. Best gek hoe dat het veranderen van oppervlak zo’n effect kan hebben op de geest. Ja, straks een volgend stuk afplakken en prepareren voor een nieuw werk.

Tot een volgende keer,
Martinus. ๐Ÿ™‚

Jeansjassen

Zo door de jaren heen heb ik jeansjassen beschilderd en met veel plezier ook. De laatste maanden zijn er weer een paar bijgekomen, maar nu is er een doel: een collectie aanleggen voor een nog niet nader te noemen project. ๐Ÿ™‚

Hier volgen wat voorbeelden om een idee van de evolutie te krijgen (ze staan op chronologische volgorde, de oudste (Demon) is van 2016, de nieuwste is de laatste (de tijger, 2020):

Om nog wat meer jasjes in de collectie te kunnen hebben, wil ik graag een oproep doen aan jullie. Wanneer je een jeansjas hebt liggen en dit niet meer wilt dragen of hebben, mag je het komen brengen of opsturen. Zie de contactpagina voor gegevens! ๐Ÿ™‚ Kleine notitie: geen stretchstof. Die is beu om te beschilderen. Enkel jeansjassen. Alvast bedankt!! ๐Ÿ™‚

Nieuwigheden

Na een tijdje niets gepost te hebben, waarvoor excuses, zijn er enkele projecten afgerond of bijna afgerond. Jeansjacks en canvassen in olieverf stonden (en staan) er op het programma. Heel erg tof om te doen, met resultaten die me met momenten zelfs tevreden maken. De wonderen zijn de wereld nog niet uit, he?

Jeansjacks heb ik al sinds mensheugenis beschilderd en dat blijft zo nu en dan terugkomen als noodproject, om het wachten op het drogen aangenamer te maken. ๐Ÿ˜‰

Ditmaal gaf m’n agente me de uitdaging om met een losse pols die van haar te beschilderen, gewoon om eens te zien wat het zou brengen. Flink opgewarmd daardoor, besloot ik om die van mezelf eens een flinke metamorfose te geven. Daar stond een zombiekop op en de beslissing daarover viel toen ik met het jasje aan over straat liep en twee kinderen begonnen erom te huilen. Geen goede reclame en het representeerde mijn werk ook niet.

De eerste is dus van Eveline (Varo) en ze is er duidelijk heel content mee. Zo heb ik dat graag: mensen die met een trotse glimlach en hun wens gerealiseerd het atelier uitstappen. Of toch na een koffietje of twee, drie.

Kersenbloemen voor Varo
Shoshin – een begrip uit het Zen-boeddhisme wat staat voor “leren met de geest van een pasgeborene” en is het ultiem haalbare met leren in voornoemde levenswijze.

Het tweede jasje had iets meer voeten in aarde, omdat er over een ander (en beschadigd) werk heen geschilderd moest worden. Het werk moest laten zien wat m’n grootste invloed is: alchemie. Het goud staat voor transformatie en het middenstuk staat voor het universum, de bron waaruit alles voortkomt en naar teruggaat, het perpetuum. De voelsprieten wijzen naar de lege cirkels in het bovendeel, wat staat voor nog niet ontdekte mogelijkheden, het grote onbekende. De driehoek staat voor inspiratie en het veranderen van perspectief, dat laatste is verbeeld door een iridescent pigment te gebruiken, wat verandert van kleur naar gelang de hoek van kijken verandert. De structuurformule in de driehoek is van lysergeenzuurdi-ethylamide.

Ik vond een selfie iets teveel van het goede en een oude deur werd het contrasterende decorum.

De grootste verandering, buiten de herinrichting van mijn atelier, is het gradueel overstappen naar olieverf. Begin dit jaar begonnen de beperkingen van acrylverf me steeds meer tegen te steken. Dat werd opgepikt door Varo (zie jasje met kersenbloesem en shoshin) en ze bezorgde me een doos met allerlei tubes olieverf, een fles medium en de opmerking “Stop met zagen, gekke schilder. Probeer eens.”
Het werk in de foto is met gemengde techniek gedaan: de achtergrond in acryl en de mantis is helemaal gemaakt met glaceer technieken, ook de details. Er is een wereld voor me open gegaan, met als gevolg dat er nog twee werken onderweg zijn. Het duurt enorm lang vanwege de droogtijden, zeker wanneer er impasto technieken zijn gebruikt. Dat duurt nog langer vanwege de hoeveelheden verf die ineens aangebracht worden, zowel met penseel als paletmes. De mogelijkheden lijken wel oneindig. Maar goed, hier is dus mijn eerste olieverfschilderij (met acryl achtergrond):

Het is nog niet vernist en gesigneerd, vandaar het watermerk. De foto doet de kleuren, nuances en details geen eer aan. Een goede camera staat op mijn verlanglijstje. ๐Ÿ˜‰

Een tussendoortje wat opzien baarde in de straat, was mijn brievenbus. Zoals de meeste brievenbussen in de stad (Gent), had deze ook een hoog “achterbuurt-gehalte”: vol stickers met een doolhof aan boodschappen. Plus heel onduidelijk het huisnummer daarover geverfd. Orde en netheid waren nodig en omdat ik dus in Gent woon, met veel plezier en best tevreden ook, was het een must om blauw en wit als kleuren te gebruiken. Dat zijn de kleuren van de voetbalclub alhier en al ben ik absoluut geen liefhebber van voetballen, de kleuren staan ook symbool voor deze mooie stad. Dus, bij deze:

Van zeker vijftien naar twee (noodzakelijke) stickers en duidelijk mijn huisnummer in de kleuren van de stad. Negenduust! ๐Ÿ™‚

Dat was het dus voor het moment, nu weer terug het atelier in. Op naar de avonturen met olieverf en hier en daar een tussendoortje.