Nu vind ik interviews doorgaans vervelend, vaak omdat de vragensteller/journalist een interpretatie van de antwoorden publiceert en dus vind ik de pers in het algemeen best vervelend. Een veelvoorkomend onderdeel van websites is de lijst met veelgestelde vragen (FAQ), maar wanneer niemand op deze website iets vraagt, dan komt er ook niet zo’n lijst. In het echte leven daarentegen stellen mensen met grote regelmaat vragen, waarvan een groot deel eigenlijk niets of niet direct iets met schilderen van doen heeft.

En daar was de fameuze vragenlijst van Proust, voor deze site een soort van gulden middenweg tussen een interview en een lijst met veelgestelde vragen. In eerste instantie vond ik het wat narcistisch om die vragen te beantwoorden, maar heel welbeschouwd kan het geen kwaad en denk ik niet dat het een vorm van zelf-adoratie is. Misschien is het voor jullie juist eens leuk om te lezen wie de mens achter de schilderijen is?

Enfin, laat ik eens beginnen.

Wat is je favoriete karaktereigenschap?
Eerlijkheid met als tweede liefdevol zijn. Er zijn er nog wel meer die ik kan benoemen, maar die twee strijden om de eerste plaats.

Wat zijn je favoriete kwaliteiten in een man?
Op een eerlijke manier competitief zijn, zonder het haantjesgedrag uiteraard.

Wat zijn je favoriete kwaliteiten in een vrouw?
Ik kan helemaal smelten voor een vrouw met stijl en klasse.

Wat is je belangrijkste eigenschap?
Onderzoekend zijn, zelfs een beetje nieuwsgierig. Het drijft me echt naar nieuwe ideeën en dus ook weer nieuwe technieken. Vroeger las ik heel veel, van complete encyclopedieën tot de meest gekke magazines, helemaal gedreven door een hang naar kennis. Niet in de zin van een wetenschapper, maar gewoon omdat ik dat wilde. Nu is het meer praktiserend.

Wat waardeer je het meest aan je vrienden?
Dat ze zo verschillend en enorm creatief zijn, elk op hun gebied. Die grote diversiteit maakt hen zo waardevol voor me: ze hebben echt elk een eigen en behoorlijk uniek leven. Ik heb ook een grote hang naar creatieve mensen in het algemeen, dat maakt het leven gewoon boeiend.

Wat is de grootste fout die je gemaakt hebt?
Even vooropstellen: van niets heb ik spijt. Echt helemaal niets. Maar de grootste fout die ik ooit heb gemaakt, is beginnen alcohol te gebruiken. Nu ben ik daarmee alweer jaren gestopt en drink al die tijd geen druppel meer, maar de meest onverstandige dingen heb ik onder invloed van die kwalijke drug gedaan. En ben ik dus ook zeer content dat het geen deel meer uitmaakt van mijn leven.

Wat is je favoriete bezigheid?
Schilderen, muziek luisteren en verzamelen, over wetenschap lezen (natuur, kwantum fysica en astrofysica), films kijken (sciencefiction) en dat alles in een heel wisselende mate van interesse.

Wat is jouw idee van geluk?
Je niet gevangen hoeven voelen door zaken waar je zelf geen invloed op hebt. Emotionele, intellectuele, artistieke vrijheid is daarin het hoogste goed en dat kan mij zeer gelukkig maken.

Wat is jouw idee van ellende?
Onderdrukking door mensen waarvoor je nooit gekozen hebt. Armoede. Eenzaamheid. Liefdeloos zijn.

Als je niet jezelf mag kiezen, wie zou je dan willen zijn?
Dat maakt me niet echt uit, want ik vind het vereren van mensen nogal dom. Elke mens heeft immers zijn mooie en lelijke kanten en dus komt dat alles met dat pakket mee. Ik kan er dus geen antwoord op geven.

Waar zou je wel willen wonen?
Zuid Frankrijk of Spanje. Een ander ideaal zouden de Nederlandse Antillen zijn.

Wat is je favoriete kleur en bloem?
Alle kleuren en alle bloemen, natuurlijk.

Wie zijn je favoriete (proza) auteurs?
Michel Onfray, C.G. Jung, Friedrich Nietzsche, Niccolò Machiavelli, Isaac Asimov, Mary Shelley, Frank Herbert en nog talloze andere dames en heren waarvan ik al hun of wat werk heb gelezen.

Wie zijn je favoriete dichters?
Bob Minne, Drs P en dat was het eigenlijk al wel. Mijn minder serieuze mening is dat dichten is uitgevonden voor mensen die niet kunnen schilderen. Zonder gedichten zou voor veel mensen, die dichters dus, de wereld een pak erger zijn.

Wie zijn je favoriete helden in fictie?
Daredevil, Pinhead uit Hellraiser, Pietje Bell, vooral figuren die op de grens van held en antiheld balanceren kunnen mijn waardering wel krijgen.

Wie zijn je favoriete heldinnen in fictie?
The Red Queen uit Tim Burton’s versie van Alice in Wonderland, Jen Yu in Crouching Tiger, Hidden Dragon, Ellen Ripley in Alien en nog een hele rij met namen van fictieve dames die heel duidelijk zichzelf zijn.

Wie zijn je favoriete schilders en componisten?
Moet deze vraag nu echt? Dat is zo’n lange lijst, daar is geen beginnen aan en ik weet niet eens of er een einde aan komt. De eersten die binnenschieten zijn Piotr Ilyich Tsjaikovski en Vincent Van Gogh en gelijk daar achteraan komen namen als H.R. Giger, Monet, Brian Wilson, Jeff Lynne en nog massa’s andere creatieve helden en heldinnen.

Wie is je favoriete schilder?
Vincent Van Gogh. Niet alleen omdat die man zo’n fantastische colorist was, maar ook door de bewogenheid van zijn leven. Ik kan me er een beetje aan identificeren, want, net als die mens, schilder ik om het schilderen en vraag me telkens af waar het voor dient, wat het eigenlijk voor zin heeft. Kijkend naar de stapels canvassen om me heen en het gebrek aan publiek wat het wil kopen, versterkt dat idee alleen maar. Aan de andere kant is het juist een drijfveer om door te gaan met die zoektocht, die queeste naar het ultieme schilderij. Wat dat ook mag zijn.

Wie zijn je favoriete helden in het echte leven?
Mijn beide grootvaders. De ene heb ik niet echt gekend en de andere juist heel goed, maar ik draag van allebei hun naam en probeer daar ook naar te leven. Als een soort van erkenning?

Wie zijn je favoriete heldinnen in het echte leven?
Mijn moeder en mijn zus. Zonder hen zou ik absoluut allang niet meer leven. Ik heb heel veel met die twee mensen meegemaakt, wat hun heldenstatus alleen maar versterkt. Al zet ik ze niet op een voetstuk, want vereren van mensen doe ik niet.

Aan welke mensen uit de geschiedenis heb je het meest een hekel?
Politici, religieuze leiders en andere veroorzakers van serieus veel ellende voor nog veel meer mensen en ons leefmilieu. Dat soort mensen verdienen hun namen niet in geschiedenisboeken of literatuur, hooguit als voetnoot over hoe je dingen niet moet doen, wil je een hoger doel of zelfs maar beschaving bereiken.

Wie zijn je heldinnen uit onze wereldgeschiedenis?
Florence Nightingale, Marie Curie, Voltairine de Cleyre, de Mujeres Libres en nog veel meer vrouwen waarbij de woorden “samen”, “vrijheid”, “intellectueel”, “denken”, “zorgzaamheid” en “creatief” hoog in het vaandel staan.

Wat is je favoriete eten en drinken?
Weer al zo’n vraag die niet eenduidig beantwoord kan worden. Ik kook namelijk zeer graag en afgaande op wat de mensen om mij heen zeggen, niet eens zo slecht. Heel eenvoudige gerechten uit Nederland en België, maar ook zeer complexe gerechten uit Indonesië en India hebben de voorkeur. Net zoals mijn vriendenkring is de smaak op het gebied van eten en drinken zeer divers. Het kan uit alle windstreken komen, behalve eten uit grootkeukens of gaarkeukens. Dat vind ik doorgaans liefdeloze rommel. Veel fastfood uit doorgaans Amerikaanse etablissementen kan ik ook absoluut niet waarderen. Voor mij telt als eerste: met liefde en zorg gemaakt.

Wat zijn je favoriete namen?
Geneviève, Nelle, Amélie, van die namen waar ik even bij weg kan dromen en die gewoon mooi klinken.

Wat haat je het meest?
Apathie en onverschilligheid.

Welke karakters uit de wereldgeschiedenis haat je het meest?
De karakters die ganse bevolkingsgroepen uit eigen belang naar de zak helpen. Die verdeeldheid uitbuiten of creëren. Die willens en wetens onze natuur kapot maken of laten maken voor financieel of hiërarchisch gewin. Je vindt ze vooral terug in de politieke rangen of in religies en in de hogere rangen van bedrijven en instellingen die louter bestaan voor winsten en machtsmisbruik. Het is niet zozeer dat ik ze zomaar haat, het is aangevuld met een tomeloze walging voor dit soort figuren.

Welk militair evenement bewonder je het meest?
Het militaire evenement wat nooit is geweest of zal komen. Oorlog kent alleen maar verliezers en profiteurs.

Welke hervorming bewonder je het meest?
De transformaties die beschreven worden in de alchemie. In metafysica en mysticisme is de grote drijfveer hervorming of transformatie. Maar afgaande op maatschappelijke hervormingen, kan ik er eigenlijk geen noemen, want ze draaien allemaal uit op een soort van piramidespel waarbij de meerderheid het onderspit mag delven. Met als gevolg massa’s ellende en rampspoed. Ik denk dat de mens te conservatief en kleingeestig is voor zeer grote omwentelingen die zonder geweld of roven gepaard gaan.

Welk natuurlijk talent had je graag willen hebben?
Muziek maken.

Hoe wil je sterven?
Van extreme ouderdom en puissant rijk.

Wat is je huidige gemoedstoestand?
Ontspannen met een licht nerveuze ondertoon.

Voor welke fout heb je de meeste tolerantie?
Die gemaakt wordt uit pure onwetendheid, dus waarvan men echt niet kon weten dat het een fout was.

Wat is je favoriete motto?
Vroeger was dat “Cogito Ergo Solus”, Ik denk dus ben ik alleen, maar naarmate de jaren verstrijken, ben ik daar van af aan het stappen en wordt het meer en meer “Leef vandaag, want morgen is er niet”.

Ze worden doodgeslagen, vergiftigd, verbrand, verafschuwd. Men is er banger voor en sadistischer tegen dan welke vorm van gruwelijkheid er ooit tegen een andere mens is gedaan. Tegelijk zijn we er afhankelijk van en zou onze grote wereld zonder hen niet leefbaar zijn. Wat is dat toch met de mens, het constante vernielen en doden van hetgeen ons voortbrengt en in stand houdt?

Dat is in essentie de hoofdreden waarom ik mezelf heb ondergedompeld in de wereld die we amper kennen, die kleine wereld in onze grote wereld, terwijl het eigenlijk andersom is: het is hun grote wereld die onze kleine wereld mogelijk maakt. Bijna een paradoxaal idee en reden genoeg om te exploreren. Niet voor wetenschap of kennis, maar puur verwondering is de drijfveer hierachter.

Zien dat licht zich op zo’n microscopische schaal nog steeds zo mooi kan zijn, ontroerd me met momenten. Wanneer je ontdekt hoe gelaagd de oogsegmenten van een vlieg zijn en daarna probeeert schilderen, heeft me al menig uur van obsessief kijken en zoeken opgeleverd. Tot de penselen er een idee van gaven, een verbeelding die, in vergelijking met de realiteit, uiterst grof en ruw zijn. Niets is zo verfijnd als de detaillering van Moeder Natuur.

Gaandeweg die ontdekkingsreis vol verwonderingen en soms verzuchtingen, moest ik mijn meerdere erkennen in haar. Maar ze geeft me dagelijks die verwondering en de motivatie die te vertalen naar een beeld. Eerst met acrylverven, maar steeds meer met olieverf. Naast de veelzijdigheid van laatstgenoemde, spelen ook kleurkracht, verfijning, uitdaging en bovenal een steeds sterker wordende liefde mee. Een hernieuwde liefde voor schilderen, puur omdat ik me uitgedaagd voel door kleine wezens die de mensheid verafschuwt, vergiftigd en anderzijds probeert uit te roeien. Ze zijn mijn vrienden geworden, die ogenschijnlijk buitenaardse wezens, die hun biotoop beschikbaar stellen voor ons.

En klaar!

Hoe een alledaags object kan veranderen naar een object dat bijzonder is voor iemand fascineert me enorm. Doorgaans goede ontwerpen verrijken met wat vormen en kleuren die je er niet op verwacht hebben hun wortels in mijn graffiti-verleden. Het is een omgaan met heimwee naar een tijd die al lang niet meer is, maak ik mezelf wijs, terwijl er driftig getekend en geschilderd wordt op andere mensen hun, dierbare, bezittingen. Een materialist kun je me niet noemen, toch niet in de economische zin, maar materie is verbonden aan geest of andersom. Zonder de materie zal de geest niet kunnen bestaan.

Die drang naar mooie-dingen-maken, om het even op welke ondergrond dan ook, heeft geen echte bron. Het bestaat gewoon, net als dat het universum gewoon bestaat, Moeder Natuur overal is of Moeder Karma zo nu en dan eens komt buurten. Er is geen wil om die bron te vinden, laat staan te zoeken, want het doen neemt met momenten de ganse dag in beslag. Of dagen, dan weer schilderend en tekenend, dan weer piekerend tot laat in de avond.

De objecten zijn ook een fijne afwisseling van de canvassen, want het idee bestaat soms dat die laatsten zonder nut zijn. Niemand vraagt erom, ze worden hooguit bekeken op een expositie of in mijn Raam-Museum. Mooi, maar functieloos. Objecten worden gebruikt, neergezet of op gezeten, prominent in vitrines geplaatst of mee gespeeld. Let wel: ook al adopteert men amper tot geen canvassen, dat weerhoudt mij niet ervan om ze te blijven maken, integendeel zelfs. Schilderen en maken wordt als eerste gedaan voor mijzelf, om een gekke drang te kunnen bevredigen. Daarna komt het publiek pas.

Bij objecten is dat eerder andersom: die zijn doorgaans voor een publiek, want er wordt sowieso om gevraagd. Ze dienen dan altijd een functie, al was het maar ter decoratie onder een glazen stolp.

Enfin, straks kruip ik weer mijn kleine atelier in, ditmaal om objecten te gaan schilderen. Op canvas welteverstaan.

Over een dikke week, misschien twee, herhaal ik een uitbreiding van een project wat al 11 jaar gaande is: het Raam-Museum. En dat vraagt om nieuwe werken, informatie voor bij de werken en natuurlijk een presentatie die aantrekkelijk is voor het passerende publiek. Er is een extra verrassing daarbij die nog wat extra werk geeft, maar zo hard nieuw en origineel in deze stad, dat het het zweten waard is. Wat dat is, kan ik nu nog niet gaan zeggen, want dat zou het leuke er afhalen. Nog even wachten voor jullie…

Er is niets schoners dan dat moment wanneer die kwast even stilhoudt, de ogen sluiten en een stem vol ontroering zachtjes zingt om dat ene gevoel van geluk te geven. Het is geen afleiding, het is een moment van compleet voelen. Het denken stopt, het piekeren verstomd, een moment. Een dwaling door de ziel wanneer een gitaar je zachtjes verleidt om even stil te staan en doet voelen dat je leeft.

Jouw muziek is niet de mijne en de mijne zal misschien nooit de jouwe zijn. Maar geeft dat? Welnee. Ieders energie is anders, de frequenties verschillen en dus vinden we elk onze resonantie, dat wat ons doet beseffen dat we een ziel zijn, een hoger deel van het bestaan. Geef het maar de ruimte, elke streek van de penseel voelt compleet en soms is het teveel. Dan is stilte de juiste toon, kalmte een fijn moment.

Wanneer een ritme vindt dat paars mooier is, dan doe je geel als melodie. En roept de zanger iets over rood, zing je misschien wel mee in een bordeaux harmonie. Het canvas als een notenbalk en de verf als de juiste snaar. De schets als eerste voorzichtige toetsaanrakingen maken je klaar voor het stuk dat volgt. Luister naar die geluiden van het mengen en schrapen, de kadans van gronden met die ene lichtbron als inspiratie.

Details complementeren een schilderwerk, gelijk een zachte triangel je een glimlach geeft. Die lichtpunt, subtiel schijnend, lonkend naar je ogen. Is het teveel of net te leeg? Je zult het nooit weten, wat maakt compleet of perfect? Dat is niet jouw vraag, het antwoord is van de persoon die kijkt of, net als jij, luistert. Verwondering is dat wat rest, schoonheid is wat in je hoofd wordt gevormd, met je hart als componist.

Muziek, oh muze. Mijn lieve leidraad, telkens wanneer je wonderschone klanken door mijn lijf heen razen en de ledematen doen bewegen, dan zie ik weer de bron die we samen hebben en je geeft me weer de reden van bestaan. Kleuren, vormen, lijnenspel en lichtstralen, rijmend en dansend, zachtjes vragen naar datzelfde vuur, om vervolgens weer op te flakkeren om door te gaan.

Schoonheid kan nooit beginnen, wanneer je schoonheid niet haar gang laat gaan. Kom tot mij, oh klanken vol plezier en verdriet, raak mijn hart, neem mijn hand en wijs me waar ik heen wil, geef de aanzet tot een nieuw verhaal. Dreunend, steunend, op een dunne, flinterdunne grens van het bestaan.

Zonder licht geen kleuren, geen vormen, zelfs geen leven, maar zonder geluid geen beroering om dat alles te doen ontstaan. Zoals de bubbels in de buik op dat moment van net af, geeft muziek dat zachte zetje op de juiste weg daarheen. Teder of vol geweld, de ontroering, beroering of precies de maat die telt.

Is dit liefde?

Martinus.

Een klein paradijs in een wereld die de weg kwijt is. Een artistieke oase die je deelt met andere creatievelingen, allemaal keurig geselecteerd op basis van de, meer dan twintig jaar, ervaringen en kennis van de bezieler van La Ville Perdue (De Verloren Stad), Bob Minne. En potdomme, ik kan je verzekeren dat het fijn was.

Schilderen is voor mij een solitaire bezigheid, maar wanneer je eenzaamheid opgedrongen wordt door abstracte zaken als overheid, is het andere koek. Dan verwordt het solitaire, het romantische deel toch, tot een ware hel, een atelier wat verandert in een cel vol ongenoegen. Dat mocht absoluut niet gebeuren van Bob en zodoende was Atopia geboren: a-typisch, utopisch, artistiek bewogen en bovenal gedreven door warmte, rust en liefde.

Daar zat ik dan ineens: een gigantische werkruimte, groter dan mijn studio-appartementje, goed verwarmd, met een joekel van een canvas voor me en veel kleinere rond mij heen. Zoals thuis mijn materiaal hutje-mutje op elkaar staat, zo kon het nu keurig uitgesorteerd en ruim naast elkaar staan. Ademruimte in een wereld waarvan de keel alsmaar dichter geknepen wordt door bestuurders, gecontroleerd en geïndoctrineerd door mensen die veel liever thuis zitten bij hun familie en vrienden. Fraai is dat niet te noemen en over de manieren kun je nu al boeken volschrijven. Maar genoeg geklaagd over wanbeleid en gebreken aan inzicht en kennis.

Ineens kon ik zowaar tien meter afstand nemen van de ezel, zonder te struikelen over een van de kinders. Zo noem ik mijn schilderijen, want ja, ik hou van ze, maak en zie ze graag. Dat was echt even wennen, net als het gezelschap: twee briljante dames die ook elk hun eigen ruimte om te werken hadden voor twee maanden. Iedereen ging op hun eigen manier om met de ruimtes die ze hadden. Zalig om eens binnen te kunnen piepen bij een collega, grote tas koffie in de hand, om materiaal, methodiek en beweegredenen te vergelijken.

Solitair werkende mensen een dergelijke kans geven opent niet zomaar nieuwe mogelijkheden, want we bleven werken zoals we altijd deden, maar het beleven van elkaars hart en ziel maakten van dit avontuur een ganse ervaring. De tien maanden daarvoor waren voor mij met momenten een absolute hel: eenzaamheid maakt kapot, zeker wanneer het geen keuze is. Mijn vrienden hadden dat snel door en zo is de schade beperkt gebleven door binnen de nieuwe, telkens wisselende, doctrines naar manieren te zoeken. Zouden die bestuurders doorhebben hoeveel dat ze aan het kapot maken zijn?

Een ander ding wat me zeer beviel, was dat ik nu gewoon Martinus was en niet een nationaliteit om uit te kakken en te generaliseren. Ik heb in deze tijd veel gesprekken en fijne momenten gehad waarbij het om inhoud ging of simpelweg over een tube verf. Verschillende dips heb ik meegemaakt, want wie mijn leven kent, weet dat comfort niet gans een onderdeel daarvan uitmaakt. Laat staan liefde. Dat laatste nog steeds niet, behalve naastenliefde: of ik wilde of niet, die moest ik gewoon accepteren. En langzaam bloeide ik open en begon te genieten van al die spirituele warmte. En vergat dan weer te schilderen. Logisch.

Twee werken zijn er afgemaakt, maar de beoogde doelstellingen van produceren werden verre van gehaald. Hoe kan het ook anders: het waren nieuwe ervaringen, die allemaal een plaatsje nodig hadden in dat vereenzaamde en bijna uitgedoofde hart. Er zat nog wat gloed in, maar de broodnodige zuurstof, het creatieve oppoken en aanvullen met nieuwe brandstof maakten van dat smeulende hoopje weer een vuurtje en dat brandt nu zorgvuldig onderhouden en geliefd. Geen grote brandhaarden die snel weer doven, maar klein en heel eenvoudig mij warm houden en doen glimlachen.

Ergens bijhoren is een zeer menselijk iets, een gegeven wat steeds minder in mijn bestaan lag. Hoe graag een mens ook wil, wanneer extern opgelegd en bepaald wordt voor jou, door bestuurders en gewone kortzichtigen, leg je je er op gegeven moment maar bij neer. Het is nog net geen opgeven, want dat plezier gun ik niemand. Dat is al zeer grof ervaren geweest en zal niet nog eens gebeuren. Ik ben geen dolende ziel, maar een mooie-dingen-maker met een duidelijk doel in het hoofd. Een doel wat bij elk werk weer duidelijker wordt en soms overschilderd, want zo gaat dat met doelen en de wegen die er naartoe leiden. Dat is geen rechte lijn, dat màg geen rechte lijn zijn, want hoe saai is dat?

In een Verloren Stad is het plezant wonen. Je bepaalt je eigen huis, maakt het zoals jijzelf wil en werkelijk niemand in die Stad zegt dat het goed of fout is. De constructie, de basis, het fundament, daarbij helpen de stadsgenoten, maar hoe het er uitziet of gaat zien, dat is jouw droom, die mag je maken zoals jij wilt. Zonder toestemming, zonder opdringerige regels, zonder intimiderende en afgunstige buitenstaanders. Een gevoel van geborgenheid, van veiligheid, van warmte, allemaal met voldoende speelruimte, maken van een mens zijn ideale zelf. De buren in die stad doen precies hetzelfde en heel vreemd, maar het werkt beter, want het stoort niet.

Naastenliefde, rust, warmte en ruimte heb ik mogen ervaren als een gewoon en dagdagelijks feit. Ik kijk uit naar een volgend samenwerken en weet dat wanneer het even niet gaat, ik zo bij die nieuwe, zelfgekozen, buren op bezoek kan gaan. Al was het maar met een bericht of gekke brief.

Terug naar de ezel, want er zijn nog twee dagen om iets af te hebben voor het nieuwe jaar begint. Een nieuw jaar waarin het onzekere de hoofdrol speelt, zo gaat dat met de toekomst, maar waar een lichtpuntje in ieder geval de koers uitzet en naastenliefde de drijfveer is. Laat dat kacheltje maar lekker en zorgvuldig branden, dan komt de liefde vanzelf wel, om zich te warmen en te verpozen.

J’aime vivre dans la Ville Perdue et vous n’avez pas besoin d’adresse pour me trouver: suivez la chaleur.

Martinus.



Canvas is duidelijk niet het enige waarop geschilderd kan worden. Muren, garagedeuren, auto’s, noem het maar, zijn de revue al gepasseerd. Zo ook karton en papier, een materiaal wat heimelijk een voorkeur heeft, zeker vanwege de fysische eigenschappen zoals absorptie en textuur. Afgelopen week lag de focus op een klein werk, waarbij ik acrylverf en zogenoemd mixed-media karton heb gebruikt.

De keuze voor dit soort karton was makkelijk: het rimpelt en bubbelt niet zo snel, ook niet bij waterige verdunningen van de verf of bij het fixeren en vernissen van de tussenstappen en het uiteindelijke werk. De kostprijs van het materiaal past ook beter bij een experimentele fase als deze. Het reflecteert ook meer de tijd waarin we worden gedwongen om te leven. Het is dus niet een stap terug, maar een kleine zijweg die gaat over adaptatie en anticipatie.

Ik ga er nog meer maken, al was het maar vanwege het plezier wat er door het materiaal is. Het is minder robuust dan canvas, maar het verfijnde van het oppervlak (zijdeachtig glad) lokt me uit de tent en inspireert. Best gek hoe dat het veranderen van oppervlak zo’n effect kan hebben op de geest. Ja, straks een volgend stuk afplakken en prepareren voor een nieuw werk.

Tot een volgende keer,
Martinus. 🙂

Zo door de jaren heen heb ik jeansjassen beschilderd en met veel plezier ook. De laatste maanden zijn er weer een paar bijgekomen, maar nu is er een doel: een collectie aanleggen voor een nog niet nader te noemen project. 🙂

Hier volgen wat voorbeelden om een idee van de evolutie te krijgen (ze staan op chronologische volgorde, de oudste (Demon) is van 2016, de nieuwste is de laatste (de tijger, 2020):

Om nog wat meer jasjes in de collectie te kunnen hebben, wil ik graag een oproep doen aan jullie. Wanneer je een jeansjas hebt liggen en dit niet meer wilt dragen of hebben, mag je het komen brengen of opsturen. Zie de contactpagina voor gegevens! 🙂 Kleine notitie: geen stretchstof. Die is beu om te beschilderen. Enkel jeansjassen. Alvast bedankt!! 🙂