Afgaande op de werken die op deze website gepresenteerd worden, zou men niet zeggen dat ik met abstract schilderen was begonnen in de tijd dat het nodig bleek om langzaamaan van graffiti weg te gaan en canvas te omarmen als een nieuwe weg. In mijn logica heb ik tijd nodig om materiaal te leren kennen en anders naar compositie en beeld te gaan kijken. Gaandeweg bleken termen als “grafisch” en “Gulden Snede” essentieel voor me, als in: obsessieve zoektocht naar uitersten. Een bijkomend effect was dat er ook een verhaal in het werk moest komen. Immers, dat is wat men vraagt bij een expositie wanneer men naar werken kijkt.

Conceptueel werken was helemaal nieuw voor me, al heb ik totaal geen moeite om mooie verhalen te vertellen. Ze condenseren in een beeld en vervolgens vertaald te krijgen naar de toeschouwer was van een andere orde dan, pakweg, mijn naam schrijven op een trein of muur, waarbij de boodschap duidelijk is: hier ben ik, ik besta. Een bevestiging van zijn.

Met canvassen bleek dat helemaal anders voor me. Op een tentoonstelling besta je al en is het het beeld dat telt en wanneer het de aandacht heeft getrokken, gaat het verhaal werken. Vaak hoor je de vraag wat een schilder ermee bedoelt, wat hij/zij voelde tijdens het maken. Ik weet nog steeds niet zeker of dat de bedoeling is van schilderen, want ik ben nogal plastisch tijdens het maken. Techniek eerst en de rest volgt vanzelf, het beeld is op zich geen doel, maar de weg naar een gevormd idee. Het plezier in (en de liefde voor) het maken zijn het belangrijkste.

“Wat zou het gevolg zijn wanneer ik die achtergrond zo-en-zo maak?”
“Zou textuur het onderwerp versterken of gaat het teveel zijn?”
“Weet je wat? Krijg allemaal de tering maar, ik doe het zo!”
“Waarom die kleur weer? Er zijn zoveel andere kleuren!”
“Wie bepaalt er eigenlijk wat ik maak?”

Daarmee begint vaak een, soms oeverloze, discussie met mezelf, soms resulterend in een nieuwe techniek, vaak in een half afgemaakt werk wat snel zijn weg vindt richting primer en schuurpapier, om vervolgens geheel ontdaan van het beeld te verdwijnen in de stapel van net overschilderde en weer lege ondergronden.

Die werkwijze en dat kritisch zijn is allemaal ontstaan tijdens de eerste stappen in de wereld van canvassen en panelen. Het beeld is niet zomaar abstract en conceptueel, het hele denken en werken is gewoonweg zo. En dat is dus geëvolueerd naar realisme, waarin ik nu denk te floreren, al is realistisch schilderen voor mij niet meer dan het op de juiste manier assembleren van abstracte vormen en texturen die samen een beeld vormen wat dus realisme heet.

Een bevriende kunsthistoricus zei ooit eens tegen me dat de weg die ik bewandel uiterst merkwaardig is, omdat het omgekeerd van het gangbare is. De meeste schilders beginnen realistisch en eindigen met abstraheren. Nogmaals, het is voor mij veel logischer om eerst het materiaal, het medium en al hun voordelen en grilligheden te leren kennen, alvorens ermee verder te gaan met uitdagingen die ik mezelf stel. En dat is voor een autodidact helemaal niet vreemd, lijkt me en geeft vaak heel andere beelden dan wat gangbaar is. Ik ken geen doctrines van leraren en academies en ben dus, in wezen, vrij.

Een ongeleid projectiel en al helemaal moeilijk in hokjes te plaatsen, wat me, gelet op de reacties tijdens een expositie, veel plezier oplevert. Wanneer vrijheid verwondering geeft of irritaties bij anderen, is het soms moeilijk om het gezicht in de plooi te houden en niet in lachen uit te barsten. Is er dan een doel bereikt wat eigenlijk geen doel is of is het een leuke bijzaak? Zolang het schilderen eerst en vooral voor een eigen levensvreugde gedaan wordt, is het bijzaak, maar schilderen doe je nooit alleen: op een gegeven moment wil je jezelf eens bevestigd zien. Publiek is dan belangrijk, maar dan rest de vraag die al eerder gesteld is in talloze discussies met mezelf: “Voor wie doe ik het dan?” En zo belanden we in een soort van eindeloos gedraai en geneuzel. Kortom, wanneer het denken te abstract wordt om nog zinnig te noemen.

Dat is het moment voor twee dingen: afstand nemen van het schilderen òf juist de penseel of het paletmes te pakken en eens helemaal lost te gaan. Maar die keuze is afhankelijk van mijn luiheid.

Enfin.

Hiroshima Smile — 100 * 100 cm, acryl op canvas, geschilderd in 2018

De twee grootste terreuraanslagen uit de geschiedenis van de mensheid. De reflectie van de daden in haar blinde ogen, de gloed van de derde die nog komt in haar verbrande gezicht. Op de achtergrond het misplaatste, vervuilde en verkreukte symbool van de wanstaltige daders.

Al elf jaar woon ik in een studio-appartement in het centrum van Gent. Prachtige ramen, aan de straatkant, op de begaande verdieping. En al vanaf de eerste dag worden er schilderijen en andere werken in die ramen gezet, zodat mensen ernaar kunnen kijken. En reken maar dat het veel mensen zijn die er dagelijks passeren. Nu hangen er ook wat graffiti-werken van me in de straat, dus mensen kunnen goed de evoluties zien in de loop der tijd.

Enkele jaren geleden kwam een buurman naar me toe met de vraag of ik werken in zijn ramen wilde zetten. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd en het raam-museum kreeg er een plus bij! Sinds die tijd maak ik gebruik van zijn ramen en zijn er al verschillende experimenten en exposities geweest: een dertien-luik dat in abstractie het ontstaan en vergaan van het heelal uitbeeldde, grafieken en natuurlijk de schilderijen van afgelopen jaren.

Nu we met Corona zitten en de bijkomende maatregelen, is het moeilijk iets organiseren waarbij je veel mensen kunt laten samenkomen. Het Raam-Museum in de plus-versie is daar uitermate geschikt voor! In de straat is geen verplichting om een mondmasker te dragen, er is meer dan voldoende ruimte om afstand te houden en bijkomend is het gewoon de verantwoording van de passanten zelf hoe veilig ze willen zijn. Makkelijker kan bijna niet.

Het is (nu nog) kleinschalig, maar hoe klein ook: er zijn niet veel galerieën die zoveel passanten (of bezoekers) hebben. Op werk- en schooldagen zijn het al snel enkele honderden mensen op één dag. Da’s niet slecht. En ook al kijken ze niet allemaal of hebben ze het al gezien, dat geeft niet. Er zijn zelfs mensen uit andere delen van de stad die om-fietsen of wat extra meters wandelen om naar de nieuwigheden te komen kijken. Dan heb ik de toeristen nog niet eens meegeteld.

Enfin, kom snel naar Tussen het Pas en aan de Nieuwbrugkaai in Gent en bezoek m’n kleine Raam-Museum (+)!! Tot binnenkort?