Wat maakt een mensenleven speciaal? Wat is het verschil tussen ons en andere levende wezens op deze planeet? In een boek van Arthur Schopenhauer (Het nut van vrome leugens) las ik mijn antwoord. Dieren, planten en mensen komen overeen bij de wil om te leven, het verschil dient zich aan bij de verwondering. Vragen die een mens gaat stellen over de wereld om hem heen, zoeken naar antwoorden, verklaren wat hij denkt te weten en vooral blijven verwonderen bij al het nieuws wat zich aandient.
Doet iedereen dat wel, vraag ik mijzelf dan af. Niet elk mens is in staat om aan een dergelijke queeste te beginnen, laat staan er een deel van af te ronden. Om dat gat te dichten is godsdienst ontstaan, zodat al het onbegrijpelijke verklaard wordt middels een hogere macht of een meervoud daarvan. Ik heb het afschuiven van alles dat niet begrepen wordt op iets wat niet bestaat altijd zeer lomp, boertig en vooral niet intelligent gevonden.
Het tegenovergestelde, dus proberen om een verklaring voor alles te vinden of hebben, bereikt mijns inziens exact dezelfde status naarmate de pogingen daartoe tot aan waanzinnigheid gaan. Veel kan deels uitgelegd worden, maar de wetenschap slaagt er wonderwel constant in om telkens de finesses en ware toedracht tot een fenomeen te missen en dit vervolgens toch te presenteren als de enige en juiste weg. Er zit geen verschil tussen wetenschap en godsdienst.
De mensen die mijn werken een tijdje volgen weten dat ik aan het zoeken was naar een overbrugging tussen rationaliteit en spiritualiteit, om het vervolgens te kunnen schilderen. Bezinning, zoals in de vorige alinea’s beschreven, maakt die zoektocht compleet overbodig en is enige nederigheid zeer op de plaats. Mijns inziens moet al wat ik maak dus uit verwondering gedaan worden en niet vanuit een zelfgemaakte ivoren toren alwaar ik bepaal wat klopt en wat niet.
Net zoals beleving en waarneming is waarheid persoonlijk en is er geen “de ware”, hoe empirisch dit ook is bepaald. Natuurlijk zijn er constanten, zekerheden en zelfs wijsheden, maar dat maakt ze nog niet universeel, gezien het feit dat we het universum amper kennen. Vanuit dat oogpunt is het zelfs geen nederigheid meer die geëist wordt, maar de nietigheid van ons bestaan een fait accompli.
Wat is het dan toch dat me bezighoudt? Het is een losscheuren van de dogma’s in mijn hoofd. Een geest die waarlijk vrij is, heeft die vaste denkfouten en -patronen niet nodig. Zoiets is niet gemakkelijk om te behalen, de omgeving waar in geleefd wordt hangt aan elkaar van dogma’s en hokjesgeest. Hoeveel offers moeten er gemaakt worden, zou logischerwijs mijn eerste vraag zijn. Is dat dan de juiste gedachte? Een offer maak je aan een hogere macht en dat is wat ik verdom te doen. Deels omdat ik welke macht dan ook niet erken, deels omdat dat idee zelf al een religieuze grondslag heeft.
Volgens de hokjesmentaliteit ben ik dan een anarchist, atheïst en socialist tegelijk. Deels klopt dat wel, op het atheïsme en wat scherpe randjes van de andere twee na. Dit is al gelijk een bewijs dat een dergelijke manier van rationaliseren geen haalbare kaart is. Volgens mij komt die manier van redeneren uit een tijd dat de dingen eenvoudig werden gehouden door al het moeilijke op één hoop te gooien en het de daden van een god of demon te noemen. In onze samenleving is er een economisch of wetenschappelijk model nodig, anders wordt het ontkend (de grote hoop).
Door het zo te bezien, wordt zelfs mijn idee van een juiste weg de enige waarheid en is de grote hoop alles wat ik heb kunnen afdoen als een farce. Zo haalt een geest nooit de vrijheid die het nastreeft. En hoe zou dat zitten met mijn zwart-wit denken? Door zelf zeer concrete grenzen te bepalen, beperk ik ook mijn horizon, al maakt het een leven zeer duidelijk. Een optie zou zijn om niets te verklaren of bekritiseren, zwart noch wit doen er toe, zelfs elk idee of eruptie van creativiteit wordt zinloos. Dat is nu ook weer niet de bedoeling.
Is het dan nodig om in om-het-even-wat-dan-ook te geloven? Dan is het niet zomaar verwondering wat ons scheidt van andere wezens en bestaan godsdienst en wetenschap voor onze geestelijke gezondheid en niets anders. Je zou haast gaan denken dat Moeder Natuur ons wel serieus bij de ballen heeft genomen. Ons idee van waarheid als bescherming tegen een echte realiteit, een natuurlijk filter omdat het anders teveel wordt?
Dan houd ik het voorlopig maar bij de bloemen. Omdat het gewoon één van die schoonheden is uit het leven. Zonder god of formule van alles. Puur uit verwondering.
Maternitus.