Het uitbrullen van lofgezangen voor om het even welk evenement is net zo tijdelijk als dat de herinnering eraan zal zijn. Nog wat na suizend in de oren neurie ik het laatste lied van de band die even tevoren de laatste noten speelde van een muzikant van generaties geleden. Melancholie zonder verdriet, toen waren tijden beter. Nu is het niet veel anders, zo zal blijken wanneer de grijze haren van de generatie na de mijne dit beamen middels gejuich en het knoeien van gerstenat.
Dat ouder worden de kenmerken van gebreken met zich meedraagt, mag de pret niet drukken en roept nogmaals om een vlaag van ontkenning door te dansen op manieren die zelfs de jeugd zal erkennen als acrobatisch. Nee, mijn beste, geen paaldansen deze keer, laat staan de bewegingen die doen vermoeden dat er een flink voltage door het lijf wordt gejaagd. Voetje naast voetje, het hoofd wat meedeinend op het ritme van de hippie-rock. Een uiterste is snel daar bij het verstrijken der jaren.
Numeriek noemen ze me middelbaar, het gezaag en de quasi-wijsheden worden gezien als dat van hen die nog op beren joegen. Ouder worden heeft zo zijn aardigheden, kan ik je vertellen, maar dat is een overbodigheid, een retoriek zoals ze dat alleen kennen in het land van mosselen en toeristen uit contreien die men vroeger liever niet wenste. Tijden veranderen, mensen niet. De huid verwordt immers tot een dusdanig rimpelige zak die het ook was bij de geboorte.
Al speurend tussen de woorden en wijsheden van andere oude zakken, kwam ik op het idee er maar iets over te schrijven. Niet als klaagzang over verstijfde spieren en geenszins als laatste poging de jonge maagden naar dit kasteel vol kleur en pietluttigheden te lokken. Welnee, terugkijken heeft alleen nut wanneer er niets meer vooruit te zien valt. En dan nog valt er te hopen op een extra jaartje of wat, aannemende dat het bijproduct van aaneengeregen neuronen een eeuwig bestaan is beschoren.
Opvallend aan het statistisch halverwege zijn, is het vergelijkend warenonderzoek dat constant plaatsvindt. Wanneer blijkt dat de numerieke waarde van een medemens die van mezelf niet ver ontloopt, volgt enerzijds een lach en anderzijds een bewust zwijgen. Het is niet netjes om te zeggen dat het proces van opdrogen voor jouw gunstiger uitvalt dan de verzameling uitgezakte kwabben naast je. Hoe ik het ook wend of keer, mij zal hetzelfde lot ten deel vallen. Is het niet middels zwaartekracht en opeenhoping van lichaamsvocht, dan zal het zich vast wel via een sluikse omweg van ziekenhuis bezoeken presenteren.
Het mooiste voordeel is het doorgeven van tradities, gewoonten en vooral kennis. Wat daarbij het meest in het oog springt, is de in de lucht wijzende vinger. Soms vermanend, soms waarschuwend, worden duistere tijden aangekondigd bij een nieuw idee of een perspectief dat niet het mijne is. De kunst van het doorgeven is dat die nieuwigheid gezien wordt als een prematuur gevolg van de lessen die nog komen. Eigen ervaring is nog altijd de beste leermeester.
Inderdaad, het vallen en opstaan dient door te gaan, tot de builen en schrammen niet meer te tellen zijn. Tot men al tanden spuwende, heus waar, inziet dat ook een les verder kan dragen dan het initieel bedoeld was. Waar houdt het op en waar begint het? De eeuwige vraag die dat zal blijven en toegepast wordt op elk fenomeen in dit aardse bestaan.
Wanneer dan een paar ogen vragen om een leidende hand, rest mij niets anders dan deze aan te reiken. Vol lof en overtuiging en hoop dat ze het beter doet dan jij en jouw voorgangers ooit deden. Ik zie het als een ouderschap wat vrijwillig en zonder hulp van de natuur gekozen wordt. Een zaligheid die niet veel mogen ervaren, zeker niet wanneer het om een roeping gaat die van binnen zit. Het aanleren van om het even wat is eenvoudig, het doorgeven van dat wat je zelf met moeite hebt verworven gaat soms tandenknarsend. Een dienblad vol lekkernijen en aantrekkelijkheden wordt leeggegeten alsof er de honger is van een totaal, en bewust, vergeten continent.
Trots als een oude aap met veren in zijn reet vertel ik het aan hen die het wel of niet willen horen. De vordering daar, de overgenomen wijsheid hier, elk detail is een glorieus moment. Maar wat vooral opvalt is de drift om zelf beter te presteren, immers, een meester dient dat ook te blijven. Goed voorbeeld doet goed volgen, de spreekwoorden en gezegden maken hun entree. Bij elke nieuwe grijsheid verschijnt er een andere taalkundige spitsvondigheid uit de kerkers van het voorbije. Samenvattingen die ze ook zo in elk woordenboek terug kan vinden, maar liever uit jouw mond hoort komen. Je rond spattende kwijl verwordt tot wijwater en het liefst met kubieke meters tegelijk opgeslurpt.
Gezonde gretigheid die vroeger de jouwe was, belaagt je vanuit hoeken die lang vergeten zijn. Hoe handig is een geheugen dan? Het komt van pas, maar de vaak opgezochte vergetelheid zorgt ervoor dat de herinneringen als avonturen klinken die menig held siert. Het geeft een idee van waarde en middels het theatrale is er zekerheid dat het wijze blijft hangen in die kluwen niet gesponnen en niet geweven grijze massa. Weer een leidraad gemaakt.
Daar zit precies de gewenste nut waarnaar we ons ganse bestaan naar op zoek zijn. Door een stuk van jezelf, onbaatzuchtig, te geven, zorg je ervoor dat die gift ooit op een dag aan een volgende geschonken wordt. De continue beweging van het bestaan uit zich niet middels een fysieke presentatie, maar door een alsmaar veranderende wijsheid. Aangepast aan de drager, weliswaar en steeds verder vervagend, maar toch.
Zou het een angst zijn om vergeten te worden? Of is het de liefde voor hetgeen doorgegeven wordt? Beiden en niet in gelijke mate. Hoe groter de angst, des te dover het oor. Alleen ware liefde wordt gehoord, in tegenstelling tot dat wat gevreesd wordt. Het is een passie met een drang naar eeuwigheid, de eenzaamheid verborgen onder een kleed van lachbuien en de onoverkomelijke traan.
Wat doorgegeven wordt is een gevoel, een beeld van bestaan, een visie of eigen interpretatie van iets wat toch nooit begrepen wordt. Een talent is de zelfbenoemde goddelijkheid, iets wat arrogant en zeer soepel afgedaan wordt als zijnde de normaalste zaak ter wereld. Geef mij dat verhevene maar: die arrogantie, hoe klein ook, mag er zijn mits ernaar gewerkt wordt.
Wat een oude man en een jonge vrouw dan delen, ontstijgt de liefde voor het vleselijke en laat alle prikkelingen van het aardse achter zich. Het heeft totaal niets van doen met dat wat wordt geacht als zijnde de normale gang der zaken. Wanneer een band als deze ontstaat, kun je het prima aanvoelen. Een oer-instinct, een drang om alles te geven met hetzelfde tempo dat het gevraagd wordt. Wijsheid is het niet. Het is puur de wil om te overleven. Te helpen. Iemand te zijn voor een ander.
Een betekenis voor het eigen bestaan?
Tot later of tot ooit,
Maternitus.




