Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Wil je deze uitzending downloaden? Rechtsklikken op deze link en “opslaan als” kiezen.
Hij schoof wat onderuit en zette de mp3-speler een beetje luider. Het gekraak en gepiep van de tram overstemde de muziek, soms zijn die voertuigen zo lawaaierig. Rustig tappend met zijn voet verzonk de man in gedachten, luchtkastelen en nooit te winnen loterijen passeerden. Even verschoof de aandacht van binnen naar buiten. Nog een halte of vier en dan kon hij de buitenlucht weer in, het is altijd wat bedompt in het openbaar vervoer.
“De volgende halte is…” Een lieve Vlaamse vrouwenstem hield de reizigers op de hoogte van de voortgang en stilletjes hoopte hij haar eens te ontmoeten. De vrouw van het cassettebandje kende hij uit duizenden en wist zeker dat ze net zo elegant was als haar stem. De aandacht ging weer terug naar het land der onmogelijkheden en een glimlach kon niet onderdrukt worden.
De tram stopte en een passagier stapte uit en werd omgeruild voor een tiental nieuwe. Drie opgeschoten jonge meiden die met luid gelach plaatsnamen, een oude man die even aan het strijden was met de wandelstok en tramkaartje en de mensen die alleen reisden. Het is altijd een verrassing wat er instapt en vaak de moeite waard om te bekijken. Mensen, in welke hoedanigheid ook, hebben altijd wel iets wat de aandacht trekt van de man. Het was zijn passie om vanuit een hoekje zijn medemens te observeren, niet analyseren, maar pure nieuwsgierigheid dwong hem daartoe.
Meestal roept hij dat de grootste hekel van hem zijn medemens is, maar wie hem echt kent, weet dat het absoluut niet waar is. Een schijn die opgehouden wordt om een kleine plaats te kunnen behouden in de chaos en drukte van de wereld die de zijne omsluit. Die kleine cocon vol kleuren, vormen, hoop en verbeelding waren hetgeen hem al jaren op de been hield. Dat domein is van hem en hem alleen en alleen wanneer er woorden uit zijn vingers schoten of een canvas vol kleur wordt gezet, is het moment van delen.
Daarna is het weer terug kruipen in dat veilige nest waar maar een meester is. Alhoewel dat niet geheel correct is, tijdens zijn slaap was hij nooit alleen in die wereld, dan wordt het gedeeld met de types die het cognitieve geheugen voor hem assembleert. Dat is het moment wanneer de macht over andere wezens is geminimaliseerd tot wakker worden en snel vergeten.
De tram stopte weer en er stapte een dame in die vluchtig naar een plaats zocht. Hij zette de rugzak op de grond en wenkte haar terwijl hij naar de lege zitting naast hem wees. Ze glimlachte vriendelijk en nam plaats. “Wat ruikt ze lekker”, was de eerste gedachte die door zijn hoofd heen schoot. Hij keek naar buiten en bewonderde een tag die op het fietsenhok was geschreven.
Vluchtig bekeek hij zijn nieuwe buurvrouw en vroeg of de muziek niet te luid stond. Ze schudde haar hoofd en pakte een boek uit haar grote boodschappentas. Vroeger las hij ook veel, maar met het verstrijken van de jaren was dat er wat uitgesleten. Of het nu een gebrek aan geduld of tijd was, wist hij niet, maar soms leek het hem te spijten. Aan de andere kant was zijn mening dat het lezen van een verhaal het ronddwalen in de wereld van een ander was. Net als zijn schilderwerk is dat intiem, maar niet geheel ontoelaatbaar. Hoe moet je anders je gedachten en dromen kenbaar maken?
De man met de wandelstok zat hem al een tijd te bekijken en toen hun ogen ontmoetten knikte hij richting de oude baas. Die knikte terug en liet een vage glimlach zien. Wat zou hij denken? Waarom kijkt hij toch de hele tijd? De waterige ogen verrieden een leven vol afzien en verdriet, maar er schenen ook lichtjes, een soort verborgen plezier in alles wat die ogen zagen. Hij keek eens naar de dame naast hem die geheel verzwolgen werd door de paragrafen vol avontuur en droom werelden.
De muziek gaf hem het idee dat niemand zijn gedachten kon horen, maar de man had een gekke eigenschap en dat was zachtjes in zichzelf prevelen. De vrouw keek op uit haar boek en draaide zich wat naar hem. Hij zag haar lippen bewegen, maar het geluid in de koptelefoon overstemde haar. Hij zette het ding van zijn hoofd af en vroeg wat ze zei. “Dat vroeg ik je net ook”, zei ze en keek hem wat argwanend aan. “Ik zit in mijzelf te babbelen, doe jij dat nooit? Best leuk, hoor.” “Nee”, zei ze “Volgens mij doe ik dat nooit. Ik sta er niet bij stil in ieder geval. Waar heb je het over? In je gesprek met jezelf, bedoel ik.”
“Om heel eerlijk te zijn gaan de babbels me soms voorbij en zijn het onderbewuste reacties op wat ik hoor of zie. Ik denk dat de muziek me teveel afleidde om echt te horen wat er gezegd is.”
“Ben je schizofreen?”
“Nee, niet echt, al heb ik een lichte en duistere zijde. Maar dan ben ik geen uitzondering op alle andere mensen, denk je ook niet?”
Ze grinnikte en hij keek even naar de vloer.
“Wat denk je?”
“Dat je mooie schoenen draagt. En tegelijk bedenk ik me dat ik onbeleefd ben tegen je, maar dat zo wil laten. Zullen we afspreken dat we onszelf niet voorstellen aan elkaar?”
“Om elkaars onbekende te blijven? Bedoel je dat?”
“Ja, dat maakt het meer waardevol als ontmoeting. Het balanceert dan tussen fysieke eeuwigheid en een herinnering die niet zomaar weggaat.”
Ze knikte instemmend en deed haar boek dicht. Hij wilde heel diep weten wat ze aan het lezen was, maar ze liet hem ook in zijn wereld, dus het zou niet eerlijk zijn om het te vragen.
Er was weer een halte en de oude man liep langs de zetels van de twee nieuwe onbekenden en keek ze indringend aan. Ze keken terug en hij knikte nauwelijks zichtbaar naar de man, die op zijn beurt net zo subtiel zijn hoofd bewoog. De dame keek de beide mannen aan en ze leek zich af te vragen of ze elkaar kenden of niet. Een beetje voorzichtig zei ze tegen de oude man “Dag, meneer.” Hij keek haar aan en zei zachtjes iets in haar richting. De andere man hoorde het niet en bekeek de beide mensen wat vragend.
Zwaaiend met de wandelstok stapte hij uit en het alarm van de deuren ging af ten teken dat ze zouden sluiten. Moeizaam kwam het voertuig op gang en de mensen die ingestapt waren bleven bij de stempel-automaat wat knutselen. Blijkbaar is een duidelijke pijl op het kaartje niet voldoende om het goed in de sleuf te krijgen. Hij grinnikte en zette zich wat meer rechtop. “De volgende halte moet ik eruit en jij?”
Ze zweeg en keek hem aan. De ogen leken desperaat en zachtjes schudde ze nee. Hij deed zijn mp3-speler uit en stopte hem voorzichtig in de jaszak. De rits ging dicht en hij stond op. Voorzichtig passeerde hij de dame en stootte zachtjes tegen haar been. “Sorry.” “Het geeft niet.”
Toen schoot hem nog wat te binnen en vroeg haar wat de oude man eigenlijk tegen haar zei. Ze wenkte om met zijn oor bij haar mond te komen en ze fluisterde het in zijn oor. Hij keek haar wat verbaasd aan en knikte een keer terwijl de tram al af begon te remmen. Met het hoofd gebogen liep hij naar de uitgang en stapte uit toen de deuren opengingen. Het regende. Met de capuchon over het hoofd heen begon hij zijn weg door de stad en haar woorden bleven zich herhalen in zijn gedachten.
Wordt vervolgd.
Maternitus.