Maternitus

Calamus est gladius vitrioli incaustum.

Nestor en de zin van het bestaan

Het uitbrullen van lofgezangen voor om het even welk evenement is net zo tijdelijk als dat de herinnering eraan zal zijn. Nog wat na suizend in de oren neurie ik het laatste lied van de band die even tevoren de laatste noten speelde van een muzikant van generaties geleden. Melancholie zonder verdriet, toen waren tijden beter. Nu is het niet veel anders, zo zal blijken wanneer de grijze haren van de generatie na de mijne dit beamen middels gejuich en het knoeien van gerstenat.

Dat ouder worden de kenmerken van gebreken met zich meedraagt, mag de pret niet drukken en roept nogmaals om een vlaag van ontkenning door te dansen op manieren die zelfs de jeugd zal erkennen als acrobatisch. Nee, mijn beste, geen paaldansen deze keer, laat staan de bewegingen die doen vermoeden dat er een flink voltage door het lijf wordt gejaagd. Voetje naast voetje, het hoofd wat meedeinend op het ritme van de hippie-rock. Een uiterste is snel daar bij het verstrijken der jaren.

Numeriek noemen ze me middelbaar, het gezaag en de quasi-wijsheden worden gezien als dat van hen die nog op beren joegen. Ouder worden heeft zo zijn aardigheden, kan ik je vertellen, maar dat is een overbodigheid, een retoriek zoals ze dat alleen kennen in het land van mosselen en toeristen uit contreien die men vroeger liever niet wenste. Tijden veranderen, mensen niet. De huid verwordt immers tot een dusdanig rimpelige zak die het ook was bij de geboorte.

Al speurend tussen de woorden en wijsheden van andere oude zakken, kwam ik op het idee er maar iets over te schrijven. Niet als klaagzang over verstijfde spieren en geenszins als laatste poging de jonge maagden naar dit kasteel vol kleur en pietluttigheden te lokken. Welnee, terugkijken heeft alleen nut wanneer er niets meer vooruit te zien valt. En dan nog valt er te hopen op een extra jaartje of wat, aannemende dat het bijproduct van aaneengeregen neuronen een eeuwig bestaan is beschoren.

Opvallend aan het statistisch halverwege zijn, is het vergelijkend warenonderzoek dat constant plaatsvindt. Wanneer blijkt dat de numerieke waarde van een medemens die van mezelf niet ver ontloopt, volgt enerzijds een lach en anderzijds een bewust zwijgen. Het is niet netjes om te zeggen dat het proces van opdrogen voor jouw gunstiger uitvalt dan de verzameling uitgezakte kwabben naast je. Hoe ik het ook wend of keer, mij zal hetzelfde lot ten deel vallen. Is het niet middels zwaartekracht en opeenhoping van lichaamsvocht, dan zal het zich vast wel via een sluikse omweg van ziekenhuis bezoeken presenteren.

Het mooiste voordeel is het doorgeven van tradities, gewoonten en vooral kennis. Wat daarbij het meest in het oog springt, is de in de lucht wijzende vinger. Soms vermanend, soms waarschuwend, worden duistere tijden aangekondigd bij een nieuw idee of een perspectief dat niet het mijne is. De kunst van het doorgeven is dat die nieuwigheid gezien wordt als een prematuur gevolg van de lessen die nog komen. Eigen ervaring is nog altijd de beste leermeester.

Inderdaad, het vallen en opstaan dient door te gaan, tot de builen en schrammen niet meer te tellen zijn. Tot men al tanden spuwende, heus waar, inziet dat ook een les verder kan dragen dan het initieel bedoeld was. Waar houdt het op en waar begint het? De eeuwige vraag die dat zal blijven en toegepast wordt op elk fenomeen in dit aardse bestaan.

Wanneer dan een paar ogen vragen om een leidende hand, rest mij niets anders dan deze aan te reiken. Vol lof en overtuiging en hoop dat ze het beter doet dan jij en jouw voorgangers ooit deden. Ik zie het als een ouderschap wat vrijwillig en zonder hulp van de natuur gekozen wordt. Een zaligheid die niet veel mogen ervaren, zeker niet wanneer het om een roeping gaat die van binnen zit. Het aanleren van om het even wat is eenvoudig, het doorgeven van dat wat je zelf met moeite hebt verworven gaat soms tandenknarsend. Een dienblad vol lekkernijen en aantrekkelijkheden wordt leeggegeten alsof er de honger is van een totaal, en bewust, vergeten continent.

Trots als een oude aap met veren in zijn reet vertel ik het aan hen die het wel of niet willen horen. De vordering daar, de overgenomen wijsheid hier, elk detail is een glorieus moment. Maar wat vooral opvalt is de drift om zelf beter te presteren, immers, een meester dient dat ook te blijven. Goed voorbeeld doet goed volgen, de spreekwoorden en gezegden maken hun entree. Bij elke nieuwe grijsheid verschijnt er een andere taalkundige spitsvondigheid uit de kerkers van het voorbije. Samenvattingen die ze ook zo in elk woordenboek terug kan vinden, maar liever uit jouw mond hoort komen. Je rond spattende kwijl verwordt tot wijwater en het liefst met kubieke meters tegelijk opgeslurpt.

Gezonde gretigheid die vroeger de jouwe was, belaagt je vanuit hoeken die lang vergeten zijn. Hoe handig is een geheugen dan? Het komt van pas, maar de vaak opgezochte vergetelheid zorgt ervoor dat de herinneringen als avonturen klinken die menig held siert. Het geeft een idee van waarde en middels het theatrale is er zekerheid dat het wijze blijft hangen in die kluwen niet gesponnen en niet geweven grijze massa. Weer een leidraad gemaakt.

Daar zit precies de gewenste nut waarnaar we ons ganse bestaan naar op zoek zijn. Door een stuk van jezelf, onbaatzuchtig, te geven, zorg je ervoor dat die gift ooit op een dag aan een volgende geschonken wordt. De continue beweging van het bestaan uit zich niet middels een fysieke presentatie, maar door een alsmaar veranderende wijsheid. Aangepast aan de drager, weliswaar en steeds verder vervagend, maar toch.

Zou het een angst zijn om vergeten te worden? Of is het de liefde voor hetgeen doorgegeven wordt? Beiden en niet in gelijke mate. Hoe groter de angst, des te dover het oor. Alleen ware liefde wordt gehoord, in tegenstelling tot dat wat gevreesd wordt. Het is een passie met een drang naar eeuwigheid, de eenzaamheid verborgen onder een kleed van lachbuien en de onoverkomelijke traan.

Wat doorgegeven wordt is een gevoel, een beeld van bestaan, een visie of eigen interpretatie van iets wat toch nooit begrepen wordt. Een talent is de zelfbenoemde goddelijkheid, iets wat arrogant en zeer soepel afgedaan wordt als zijnde de normaalste zaak ter wereld. Geef mij dat verhevene maar: die arrogantie, hoe klein ook, mag er zijn mits ernaar gewerkt wordt.

Wat een oude man en een jonge vrouw dan delen, ontstijgt de liefde voor het vleselijke en laat alle prikkelingen van het aardse achter zich. Het heeft totaal niets van doen met dat wat wordt geacht als zijnde de normale gang der zaken. Wanneer een band als deze ontstaat, kun je het prima aanvoelen. Een oer-instinct, een drang om alles te geven met hetzelfde tempo dat het gevraagd wordt. Wijsheid is het niet. Het is puur de wil om te overleven. Te helpen. Iemand te zijn voor een ander.

Een betekenis voor het eigen bestaan?

Tot later of tot ooit,

Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,Gedachten,Schilderen and have No Comments

Meer waard dan goud

Het kan een fijn gegeven zijn om op een zondagochtend wat uit te slapen en dan bij het wakker worden jezelf te trakteren op een lekkere chocokoek, een flinke tas koffie en een sigaret achteraf. Zeker in een ontspannen weekend als dit: even geen webdesign, geen stress voor deadlines en al helemaal geen gezever met “de dingen die nog geregeld moeten worden”.

Ik waardeer mijn rust uitermate, maar een leuk sociaal leven heeft bij mij net zo’n hoge prioriteit. Vrijdagavond was het buurten bij Jules en Ann. Super lekker eten, goede en grappige gesprekken, veel, heel veel kunst om te bekijken en te laten zien. Het is goed toeven bij mijn dierbare vrienden en ditmaal kreeg ik het project te zien waar Jules net mee begonnen is en Ann langzaam, maar zeker, aan meedoet: een artistiek foto-dagboek.

Op zich is een fotolog, zoals dat op het internet heet, niets bijzonders, maar geef twee kunstenaars een camera en weg is het grijze en normale. Het was nog wel wat pril, dat idee, maar de foto’s logen er niet om. Jules houdt zich vooral bezig met mensen, materiaal en de straat, Ann zoekt het in texturen en de dingen in en om hun kleurrijke huis. En dat moest online.

Na het eten hielp ik Jules met zijn Fedora en het viel me op hoever zijn gebruik van Linux was geëvolueerd van noviteit naar een heuse gereedschapskist die ten dienste staat van het artistieke. En er draait ook niets teveel op de computer, in tegenstelling tot mijn digitale laboratorium, wat tsjokvol met het nieuwste van het nieuwste staat. Maar goed.


Zo gaan wij om met reclame voor Windows…

Het was leuk om te zien dat de Facebook-pagina van Jules verworden was tot een fotolog en nu wilde hij iets hebben waar niet zozeer dat branding en alle onzin op staat, zoals dat met Facebook nu eenmaal het geval is. Gelukkig zijn er op het web nog genoeg mogelijkheden, gratis, om dat te kunnen doen. Maar het moest gecombineerd worden met woorden, dus was Flickr niet de goede oplossing.

De twee lieverds delen nu een weblog en naar mijn idee zal dat zeer snel volstromen met hun kleurrijke beelden en visuele / woordelijke doordenkers.

Tijdens het updaten van hun computer belde Michel, een goede vriend, mij op hoe hij “Rar” kon installeren op Xubuntu, een, je raadt het al, derivaat van Ubuntu. Terwijl we spraken, zocht ik alle details op het web en gaf dat gelijk door. Natuurlijk zei ik niet dat het van forums kwam en werd het steeds stiller aan de andere kant. “Ken je dat echt zomaar uit je hoofd? Holy shit, er is iets goed mis met je, Maternitus.”

De volgende ochtend belde hij me weer op met de vraag of ik geen zin had in een tas koffie en wat gezelligheid, wat bij Michel betekent dat er gigantisch veel geroddeld, gekletst, gelachen en vooral geluisterd wordt naar muziek. Hij is een DJ en weet zijn weg wel met draaitafels, ritmes en dansbaarheid. Op zijn nieuwe laptop draait Windows, maar ik weet dat het niet zo heel lang zal duren. Mijn goede vriend is iemand die graag uit ondervinding leert…

Nog nooit was ik in zijn appartement geweest en het was behoorlijk groot. Het gebouw was een oud handelshuis en zeer ruim van opzet. Hij huurt het met een vriendin van hem, zodat het betaalbaar goed wonen is. Zoiets gaat mijn volgende stap zijn, zeker weten.

De grote computer van Michel draait nog steeds Mandriva en dat stelt me zeer tevreden, iets wat hij zelf ook is. Maar wat ik een veel toffer iets vond, was de uitspraak die hij deed over Linux: “Ach, joh, ik heb ze allemaal een keer geprobeerd, maar die Mandriva bevalt me het beste.” Dan denk ik na en glimlach. Dat kun je niet met “hoe-heet-dat-ook-alweer?”.

Mijn beste lezeressen en lezers, de nieuw verworven vrijheden, de dierbare vriendschappen die ik heb, het mooie werk wat gedaan wordt, het zich langzaam vormend idee over een toekomst, de kunst die stroomt door de aderen, al die dingen maken mijn leven voller en liefderijker dan dat ik in jaren gekend heb. Wat je nu leest heet tevredenheid. Ook al ben ik zo arm als de kerkratten, de mensen en dingen die in mijn leven zijn, zijn meer waard dan welke berg goud ook.


Throw-ups door Cepo en JerOne

Zelfs het stadsleven. Ik wil niet meer op een dorp wonen, hoe dat die gedachte erin heeft gezeten, weet ik nog steeds niet. Het zou me al bekend moeten zijn met New York, St Louis en de andere plaatsen waar ik mocht vertoeven. Misschien was ik er nog niet aan toe, nog niet klaar voor een levensstijl die niet past in een gehucht. Best gek, want graffiti, kunst, webdesign en de pogingen om vernieuwend te zijn daarin passen niet in een gehucht. Zelfs niet als ik ooit met pensioen ga, wat nog onwaarschijnlijker is dan het geraakt worden door een meteoor, de lotto winnen en de mooiste vrouwen beminnen. Tegelijk.

Morgen ga ik weer met frisse zin aan de slag voor 12 Hours of Hiphop. Jules heeft het werk bekeken en vond het enorm goed gemaakt. Net als Erik, Guus, Naomi, Alain, Jeroen, Sabina dat vinden. Ze zeggen dat ik de lat te hoog leg, maar ik vind dat ‘ie zo hoog moet liggen, anders komt er geen vooruitgang. Misschien dat het even tijd was voor wat bevestiging, want na weken hard werken zie ik door de bomen soms ook het bos niet meer.

En dan is een weekend even chillen, relativeren, lachen, lekker eten en in goed gezelschap zitten een goed idee.

Tot later of tot ooit,

Maternitus.

PS
Website van 12 Hours of Hiphop

posted by Maternitus in Alchemyst,Gedachten,Linux,Schilderen,Webdesign and have No Comments

Hersens boven de dekens, hè?

Langzaamaan begint het wat te worden, ondanks Himalaya’s aan dozen, zakken en enthousiast omgekeerde kratten vol met weerzien na een lange tijd. Die dekens, oh zo mooi, allez, sjiek, die lampjes, daar ga ik ogen mee uitsteken (waarvoor dank, Heidi). En zo gauw zoiets begint dan is al snel vergeten waar het eigenlijk allemaal om draaide: de boel in orde maken.

Het besluit was genomen om dit op een verantwoorde en rustige manier te doen, liever wat laat dan nooit af. Een week lijkt me nog steeds genoeg en dan komt die verrotte agenda tevoorschijn. Afspraak hier, inschrijven daar, regelen zus en zo: welkom in de hel, mijn vriend, tijdje niet gezien. Meestal snel ik dan naar een schilderij, willekeurig, er staan en liggen er hier een kleine veertig, en begin me daarop te concentreren.

Die poging tot meditatie brengt me bij andere zaken die aan het spelen zijn en dan met name schilderen en exposeren. Er zijn zeker een twintigtal werken die nog niet “buiten de deur” zijn geweest. En dat is behoorlijk veel, maar nu komt de ware ellende: ik vind ze wat oubollig voor een nieuwe expositie en zeker als dat met Sanci Auxdy is. Eens zien waar dit allemaal toe gaat leiden.

Meestal is het idee van een naderende tentoonstelling genoeg vuur om mij in gang te krijgen. Net zoals nu, al is het even zoeken naar een tof thema of concept. En hoe krijg je schilderijen samen met foto’s in één ruimte? Is het de bedoeling om contrasten te laten zien of juist niet en moet er een concept samen gemaakt worden? Dat zijn de vragen die dan door het hoofd gaan en het stelt me gerust. De passie voor kunst is niet weg.

Iets waar je mee geboren bent, kun je niet kwijtraken. Die passie is niet ontstaan onder invloed van anderen, het is geboren op het moment dat het eerste licht het netvlies van twee helblauwe nieuwsgierige ogen beroerde, prikkelde en prompt deed janken. Wat gezien werd, kon wel beter. Wist ik veel dat het geen erg abstract verbeeld grasveld was, maar gewoon de jas van de dokter?

Iets waar ik, dank zij Sanci, mee aan het experimenteren ben is het RAW-formaat van foto’s. Je kunt daarmee op pixel-niveau de afbeelding digitaal bewerken en dat geeft wel heel mooie resultaten. Het is bij lange aan nog niet een heuse vaardigheid in Huize Maternitus, maar ik ontdek wel nieuwe vormen, kleuren, mogelijkheden en effecten die daarvoor onbekend waren. Nu ben ik absoluut geen “photo-buff” zoals sommigen onder jullie, dus ben ik wat afhankelijk van wijze raad en voorbeelden.

Als de drukte van het constant rennen voorbij is en er tijd besteed wordt aan ontwerpen en schilderen, dan wil ik dat gegeven eens uitproberen op wat canvassen. Met nat-in-nat heb ik al eindeloze experimenten gedaan, bijvoorbeeld verven op waterbasis samen met die op basis van olie. Voor sommige dingen is een vergrootglas nodig om het te kunnen zien en dat opent deuren. Wel eens gehoord van fractals?

Waar ik weer terug ben bij de eerste zin en kijk naar waar ik gebleven was met het orde scheppen in deze inspiratie voor de chaos-theorie.

Die dekens, ja.

Tot later of tot ooit,

Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,Gedachten and have No Comments

Geluk en toeval

Al bijna de hele dag klonk er muziek uit zijn kamer en kwam Georges alleen uit zijn kamer om een sigaret te roken of om een steekje uit te delen. Dat laatste is Vlaams voor wat plagen. Hij was niet in zijn doen en zo tegen het einde van de middag had ik er genoeg van en liep naar zijn raam.

“Wat is er, joh? Niks tegen je muziek, maar ik merk dat je niet in je goede doen bent. Zeg eens.”
Hij stopte met ijsberen door zijn kamer en keek me wat wanhopig aan. Zo zie ik hem niet vaak en drong nog eens aan om te vertellen. Immers, we wonen hier ook in huis samen om elkaar te helpen, dat lijkt me toch de insteek van de kliniek.

“Mijn hoofd zit vol. Alles, daar denk ik aan. Overal, wat er gebeurd is in mijn leven, wat er nog gaat gebeuren. Ik maak me zorgen.”
“Waarom? Wat er gebeurd is, is voorbij en wat nog komt weet je niet. Dat heb je trouwens wel voor een groot deel zelf in de hand.”
“Ik weet niet. Afgelopen weekend zie ik die gezinnen, dat complete. Ik wil dat ook.”

Dat was even een moeilijke, maar ik beet door.

“Ja, man, ik wil dat ook, maar je weet niet wanneer het de ware is en zo. Alles kan zo over zijn en voorbij, dat heb je niet altijd in de hand.”
“Juist daarmee. Zoveel meegemaakt en ik krijg het maar niet voor elkaar om het uit mijn kop te krijgen.”
“Hey, vriend, daar heb ik een psycholoog voor. Die heeft me geleerd alles onder ogen te zien en op een rijtje te zetten. Hij noemt dat kaderen, net als met een schilderij.”

“Waarom is dat zo belangrijk en hoe doe je dat?”
“Hoe, dat lijkt me individueel en zou je aan je psycholoog moeten vragen, maar waarom het zo belangrijk is kan ik beantwoorden. Door je verleden te leren accepteren, op rij zetten en keurig opbergen, kun je je toekomst beter aan. Je hebt dan meer ruimte in je hoofd voor al die nieuwe dingen.”
“Ik zaag, he?”
“Nee, waar jij doorheen gaat, heb ik iets meer dan een jaar terug gehad en is perfect te verhelpen. Dat is geen probleem, dat is een natuurlijke gang van zaken. Dat heet verwerking en krijg je juist door de afzondering, de constante zorg. Dat is goed.”

“Maar weet je, we zijn allebei bijna veertig en willen een gezin en hebben het niet. Dat is toch verrot?”
“Dat is zeker niet leuk, maar niet alles in het leven is zomaar gegeven. Je moet het zo zien: alle dingen die zijn vergaan, moesten vergaan. Het zijn lessen voor morgen, wanneer je juist wel die juiste tegenkomt. Dat heet ervaring in het leven en is bruikbaar.”
“Allez, misschien wel, maar we worden oud, he?”

Ik keek in zijn raam en zag de grijze stekels op mijn hoofd. Sinds de kliniek was het toch wel beduidend verkleurd en het zette me even aan het denken. Wil ik dit wel? Wat is eigenlijk het doel in een leven? Dat is toch minstens het hebben van kinderen of een gevoel van geluk? Van tevredenheid? Heel snel flitste alles voorbij en ik kon niet anders concluderen dat ik een paar maal zeer gelukkig was.

En wat is dat eigenlijk, geluk? Volgens Britse onderzoekers is dat een gemiddeld gevoel, zonder excessen. Volgens Maternitus heeft het iets met trots van doen. Trots zijn op een prestatie, op kinderen, je relatie, in ieder geval niet iets materieel. Dat heeft niets om handen.

Ik ken mensen zat die zich helemaal krom werken, massa’s geld hebben, maar nooit thuis zijn. Mijn zuster weet wat geluk is, die kan genieten van een moment en ze heeft me dat geleerd. Trouwens, mijn allergrootste liefde heeft me dat ook geleerd. En die was tien jaar jonger. Het idee van geluk is zeer afhankelijk van je karakter en ingesteldheid, denk ik. De twee genoemde dames hebben absoluut gelijk, maar ze spraken vanuit een observatie van “hebben” en niet “missen”.

Het gesprek tussen mijn goede vriend en mij ging juist over missen. Daar zit ook de fout. De Schone zei dat ook een keer tegen me en verdomme, het is zo. Maar het is ook zo dat een mens dromen en wensen heeft in het leven, maar verdomd weinig geduld. Daar zit de reden. Hoe minder je jezelf tijd geeft, des minder kans maak je op dat geluk.

Mijn lieve mama zei eens dat vrouwen het roken als een man op jacht was en dat het hem minder aantrekkelijk maakt. Wel, dat feit weet ik gelukkig al jaren en handel er ook naar, maar door niet te jagen en dus goed te ruiken, kun je nog steeds niet de juiste vinden. Dat is een kwestie van geluk en het niveau van kritisch zijn.

Er zijn geen tekortkomingen in de aandacht van de andere sexe dankzij die tactiek, maar ik heb een wantrouwen gekweekt. Geen bindingsangst, wel een onzekerheid of iemand goed genoeg is. En dan is er nog het idee of ik wel goed genoeg ben. In mijn laatste relatie wilde de de dame mij van karakter veranderen en dat is ongehoord. Dat heeft me in een diepe kuil gegooid en nog steeds ben ik bezig daaruit te klimmen.

Soms kunnen mensen iemand anders iets aandoen wat meer gevolgen heeft dan eigenlijk bedoeld was. Als het al bedoeld was. Maar terug naar het eigenlijke onderwerp: geluk. Het woord zegt het zelf al: het is gebaseerd op toeval en niet keuze. Dus eigenlijk is het niet nodig om moeite te doen en moet alles maar komen zoals dat gebeurt.

Alles berust dus op toeval en wat wij doen bepaalt waar en wanneer de toevalligheden plaatsvinden. En dat is waarschijnlijk de loop van ieder leven. Waar je geboren wordt, waar je sterft, waar je liefde vindt en waar verdriet of woede. Alleen jijzelf bepaalt waar je paden gaan, het geluk of ongeluk bepaalt waar je paden kruisen met die van anderen.

Of te wel: geen zorgen en denk aan je eigen weg. Stap voor stap, morgen is morgen en gisteren is geweest.

Tot later of tot ooit,

Maternitus.

(Ed. De echt persoonlijke zaken heb ik uit het stuk gelaten uit respect voor de mensen die genoemd zijn.)

posted by Maternitus in Alchemyst,Gedachten and have No Comments

Ontdekken

De gehele dag stond in het teken van een schilderij waarmee ik een idee van mijn toekomst wil vormgeven. En de rest van de tijd zal het veel denken worden, want hoe geef je zoiets weer? Er zijn twee vereisten: het mag niet figuratief zijn en zeker niet spiritueel. Dus alleen abstractie is toegestaan, zonder enige vorm van symboliek of herkenbaarheid op het eerste zicht.

Ik sta op een grens met mijn werk, wat al naderde de afgelopen weken: met extreme kleuren dieptes maken, uiterst gedetailleerd gaan, enorm veel dynamiek en vooral bevreemdende lichteffecten. Het is een vreemde fase waar ik in verkeer, even dat boontje voor haar weggelaten, want dit begon al daarvoor. Langzaamaan voel ik me opstaan en begin ik te wandelen door een tuin vol verbeeldingen en niet ontdekte fantasieën.

Iets in mijn hart en ziel is aan het veranderen, want ik zie het aan alles wat ik maak. Steeds vaker krijgen licht en perspectief een intuïtieve rol. Waar vroeger zeer diep over werd nagedacht, komt er nu uit alsof het altijd zo geweest is. Bijvoorbeeld de piece in de steeg. Deze wilde ik bij een uiteinde van de overkapping hebben. Tactische plek, want zo valt het als eerste op. Maar zonder echt te kijken naar de lichtval van de entree, maakte ik het realistisch in de 3D elementen van het werk.

En het klopte.

Met het twintig-luik lukte het me voor het eerst om met gloei-effecten en een zeer fijn lijnen spel de illusie van diepte te maken, die niet alleen van je af gaat, maar ook naar je toekomt. Dat is een zeer moeilijk iets, zo zonder van die speciale brilletjes. Ik ben benieuwd hoe het er in blacklight (UV licht) uit zal zien…

Toen het canvas van afgelopen week. Foei, wat schaamde ik me eerst voor de gekke vormen en de drukke lijnen. Hij hangt nu in de woonkamer en wanneer de zon verandert van positie, veranderen ook de gloei-effecten in het werk en lijken de dieptes anders. Dat is een curieus effect wat ik zeker nog aandacht ga geven de komende maanden.

In “de droogkamer” is het ook te zien met het twintig-luik: op elk moment van de dag zie je daar een andere gloed en vallen andere details op in het werk. En dat mag nog wel even drogen, zeg. Ik moest op zeker zes maanden rekenen, had Yvan me verzekerd. Dat soort mediums zijn erg traag om te verwerken, zeker zonder toevoegingen.

Zucht. Weer een nieuwe leerschool wordt dit: geduld hebben.

Schilderen is reizen. Door werelden die nog nooit zijn betreden, niet ontdekte oorden die geduldig wachten op een bezoek. Op verbazing en verwondering over hetgeen ze zijn: schoonheid en betovering tot in de zuivere essentie van hun bestaan.

Een kreet van vreugde, een gevoel van verheven zijn, van bovennatuurlijke dingen te mogen aanraken. Hoe aards de gedachten en ideeën ook zijn, nooit blijft het zo wanneer het in een beeld wordt omgezet. Ik zou het liefde kunnen noemen, maar dat haalt het nooit bij de gevoelens die opkomen wanneer iets ontstaat.

Hoe kan het toch, dat bij elke gelukte penseelstreek er een golf van warmte en vibratie door het lichaam heen siddert? Zo intens als het nu voelt, deed het nooit tevoren. Het gaat nu verder dan zomaar mooie dingen maken, het is ook geen verwerking van verleden meer. Zoals ik al zei, het voelt verheven. Goddelijk?

Dat zou niet kunnen, want ben ik een nietig mens wat onderhevig is aan alles wat machtiger en groter is dan mij. Zelfs mijn eigen hersens en hart. Een dienaar van mijn zijn, dat ben ik, niets meer of minder. Neem dit niet als een hoogmoed op, want ik blijf er zelf ook nederig onder. Ik maak nu dingen mee tijdens het werken die me zeer lief zijn of gaan worden.

In de loop der jaren heb ik al vaker deze veranderingen meegemaakt: eerst was het beheersing van technieken, toen stijlen, kort daarop gevolgd door de zin van het maken. Dat laatste heeft zeer lang geduurd, puur omdat dat een persoonlijke ervaring is, eentje die beter uitgediept wordt, omdat het eigen is.

Bij de laatste tentoonstelling was alles gemaakt wat ik wilde zeggen, wat er op de lever lag. Het was een verwerking van veel dingen uit het leven. En nu stap ik langzaamaan naar iets toe, iets wat mijn grootste angsten en vreugden gaat herbergen. Iets wat niet vorm te geven valt zonder het eerst meegemaakt te hebben.

Mijn toekomst. Die van de wereld zoals ik hem beleef. En zoals we hem allemaal op een bepaald punt zullen beleven.

Ontdekken is fijn.

Tot later of tot ooit,
Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,De dromenjager,Gedachten,Schilderen and have No Comments

Balans en grrr!

Het is toch best handig om met verschillende stijlen en technieken te werken voor jaren aan een stuk. Op die manier kunnen eigenschappen van materiaal onderzocht worden en hun onderlinge verstandhoudingen uitgeprobeerd. De hoofd ingrediënten van de huidige studie zijn: terpentine, acryl verf (zowel op waterbasis als met oplosmiddelen), fluorescente pigmenten, gips en water.
Op hout.
Maal twintig.

Vandaag zijn de panelen voorbereid voor/op een redelijk complex experiment waarbij het doel is om te vormgeven met textuur plus chemische en fysische reacties. De vormgeving is, min of meer, een gigantische puzzel, die de eigenaar zelf mag samenstellen. En met twintig panelen zijn er veel mogelijkheden, maar het mag niet willekeurig gemaakt worden. Kakofonie laat ik wel over aan de huisgenoten, die zijn daar beter in.

Na het gesprek met toch wel een zeer lieve dame, had ik een nacht diep en goed geslapen. Normaal is dat na goede sex. En dat deed toch wel wonderen, te beginnen met een geest zonder strubbelingen. Na weken enorm slecht geslapen te hebben, is het een gewaarwording om zonder zenuw trekken, rode randen rond de ogen en mèt een hongergevoel uit bed te stappen. Ontbijten en zorgen dat ik aan de slag ging waren de eerste twee dingen die me bezig hielden.

Normaliter is er geen kip hier in huis op woensdag, maar niet vandaag, welnee, waarom ook? Gelukkig heb ik een kamer, maar zo het er nu naar uitziet zal het daar ook vaak werken worden. Ik kan een zeer sociaal en aimabel persoon zijn, behulpzaam zelfs. Met één uitzondering: wanneer ik serieus en creatief aan de slag ben. Dan zijn “gezeur”, “storen om niets”, “irritante geluiden veroorzaakt door vooral aanstellerij” en “oude wijven nieuwsgierigheid” dingen die door mij met de verbale zweep gelijk afgeranseld worden.

Egoïstisch, he?

Toch lukte het om de voorbereidingen vrijwel zonder irritaties, die tot expliciete uitingen leiden, te klaren. Nu is mijn tevredenheid nog steeds onder peil, maar geef het me te doen. Als mens van patronen en een soort van compulsieve regelmaat die me beheerst, is het niet makkelijk om plotsklaps geconfronteerd te worden met iets wat dan storend en abnormaal werkt.

Dat zijn van die momenten wanneer een atelier, zeer ver, op de buiten gewenst is. Zelfs een noodzaak. Maar goed, het is ook al even geleden dat er iets gemaakt is. Maar ook in de kliniek had ik het. In de eerste maanden dat ik een ruimte tot “crea” (lees: tot hier en niet verder, er is hier iemand bezig) had omgedoopt en ingericht als zo zijnde, kwam er eigenlijk nooit iemand storen. Toen de druk omhoog ging, expositie die eraan kwam, hadden de mensen om me heen de nare gewoonte om plotsklaps de ganse dag erbij te zitten en te staren.

Dat was ervoor nooit.

Nu begint dat fenomeen weer, maar ik moet het nu zelf oplossen. Afzondering is dan de enige oplossing, hoe anti-sociaal ook. Het is nu het moment om discipline, geduld, toewijding en concentratie te laten afhangen van mezelf en het zal een bittere leerschool worden. Hier en daar verwacht ik wel momenten van oprispingen en misschien zelfs een kleine uitbarsting. Men is het niet zo gewend hier, dat was ook in de kliniek, dat hard werken (en zeker discipline) een ding is om vooruit te geraken.

Wanneer dit lukt, kan ik trots zijn. Over een klein jaar is er zelfs geen back up meer en is er ook helemaal niemand die te pas of te onpas stoort. Dan moet er weer een andere balans gevonden worden, want gans eenzaam zijn is niet echt mijn ding. Maar dat zie ik dan wel. Ik ga nu eens zien of ik de balans zo kan krijgen dat de omgeving weet wanneer iets okay is en wanneer niet.
Datzelfde doe ik ook met hun. En vrij lang.

Tot later of tot ooit,
Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,Gedachten,Schilderen and have No Comments

Gesprek en gedachten

Het was een staren zonder enig doel wat ik deed, toen ze de vraag stelde hoe het kwam dat de motivatie om iets te maken er niet was. “Ik weet het niet. Het is al enkele maanden dat er totaal geen zin in de kunst zit en weet je, het werkt me enorm tegen en denk dat het richting een depressie gaat. Wat denk jij?” Ze beaamde de woorden en terug verzonk ik in een razendsnelle reis door het netwerk van neuronen en eiwitten.

“Kunst maken is niet evident. Een beetje schilderen of wat kleien als hobby is niet hetgeen wat kunst definieert of is. Er moet een reden zijn om het te maken, maar niet alleen dat. Het is niet alleen de maker van mooie dingen die input geeft, er zijn ook externe factoren. Zoals het verkopen van werk om te voorzien in nieuw materiaal. Of het vinden van een bron voor inspiratie. Dat komt niet vanzelf en een maker van mooie dingen moet meestal alles alleen doen. Dat vind ik moeilijk.”

“Is er iets wat ik, of wij, kunnen doen om die stimulans weer op het spoor te krijgen?” vroeg ze op de liefste toon die ik vandaag gehoord had. Terug tuurde ik naar buiten. Ik vraag niet graag om hulp, maar het is nodig, ik wil niet weer zo depressief worden. “Als dit zo doorgaat kan ik weer terug in opname. En dat is iets wat ik waarschijnlijk niet kan verkroppen en weet zeker dat het me kapot gaat maken. Dat mag niet.” “Nee, dat mag zeker niet, joh. En dat zal ook niet gebeuren, daar zullen we je bij helpen.”

Vroeger deed ik het, omdat ik er plezier in had. En dat heb ik nog steeds, maar het is een natuur geworden door de jaren heen, een tweede ik. Niet zozeer een alter-ego, maar eerder een extensie van mijn wezen of zijn. Wanneer ik een kwast, penseel of spuitbus vasthoud, lijkt het elke keer of dat er een link tussen mijn hersens, hart en vingers wordt gelegd. Dat is een zeer intensieve ervaring, die al het mogelijke van emotie overstijgt. Dat is groter dan mijzelf en beheerst dan compleet mijn ganse innerlijke wezen en lichaam.

“Het is een fysieke ervaring die meer inhoudt en sterker voelt dan de bubbels bij verliefd zijn. Het is extreem intens wat er zich afspeelt van binnen, wanneer er een werk af is. Je kent het gevoel wel van verliefd zijn, hè? Wel, vermenigvuldig dat met duizend en je voelt wat ik voel bij het afmaken van een werk. Dat houd me op de been en ik mis dat. En dit is een gemis van iets wat wèl in me zit, wat ik wèl heb en weer kan krijgen, maar ik krijg die knop niet omgedraaid.”

Het heeft niets van doen met inspiratie, dat komt terwijl ik er mee bezig ben, zie het een gebrek aan motivatie wat zichzelf tegenwerkt. Het vormt een drempel waar ik steeds banger van word. Snap je dat? Wat er gaande is, is een enge vorm van “angst voor het witte doek”, maar in een obsessieve vorm, eentje waar niet gemakkelijk aan te ontkomen valt.
Het is ook veel makkelijker gezegd dan gedaan, hoor, zo in de trend van “Ach, eikel, begin gewoon aan dat werk.” Dat is namelijk typisch een redenering van iemand die juist niet zo intens van binnen leeft en totaal niet begrijpt hoe het is om mooie dingen te maken met een hoger doel dan een avond te vullen met wat kliederen.

Wanneer een mens zeer veel van iets houdt, doet hij altijd twee dingen fout: hij ziet door de liefde niet meer zijn eigenlijke weg en wordt er harder over of tegen. De basis van constructief denken valt beetje bij beetje weg en dat is wat er hier gaande is. Dat moet een halt toegeroepen worden en precies in de tegenover gestelde richting bewogen. Ik begin steeds beter te begrijpen waar mijn moeder over sprak, toen ze eens vertelde over haar tijd dat ze werkte als psychiatrisch verpleegkundige.

Ze vertelde me dat het opvallend was hoeveel kunstenaars, wetenschappers, architecten en dergelijke in de kliniek zaten waar ze werkte. Eerst dacht ik dat het voor de rust was, maar het is dus voor de onrust. Of beter gezegd: tegen de onrust. Een creatief beroep, en dat is wetenschap ook, vergt een hoge mate van mentale en gevoelsmatige inspanning. Wat als gevolg natuurlijk een dosis stress en slijtage oplevert wat anders genezen moet worden dan een gebroken been of blauw oog.

Mijn beste werken op canvas heb ik in de kliniek gemaakt en niet zonder reden. Daar kreeg ik de kans om iets te hebben als toewijding. Dat is hier buiten niet, dan zijn er wel zoveel dingen om mee bezig te zijn, behalve hetgeen waar je voor geboren bent. Dat talent wat onderdrukt wordt, gaat tegen strubbelen, het is immers tegen de natuur in dat er geleefd wordt. En zet aan tot een crisis, met soms desastreuze gevolgen.

“Ik ben anders dan de meesten van het team. Ik neem niet zo snel afstand, omdat ik weet dat we allebei mensen zijn. Misschien ben jij op sommige vlakken zoveel verder dan mij, en ik misschien weer op jou op andere vlakken, maar ik weet het terug te brengen naar het feit dat we beiden mens zijn. Dat is heel belangrijk, ook al strookt dat niet met het werken in een instelling.” “Het is daarom dat ik blij bent dat je me helpt. Je bent creatief therapeute en zult sneller zien wat de dingen zijn die spelen in een creatief mens als mij. Ik heb je dan ook liever dan een psycholoog. Het is meer praktijk gericht, denk je niet?” Ze knikte instemmend.

Daar had ze een enorm sterk punt wat me rustig maakte, wat zelfs ervoor zorgde dat ik even lachte. Niet veel mensen beseffen dat, want ze hebben vooral zichzelf om mee bezig te zijn en dat is goed. Anders overleef je niet. Maar in een vak als wat zij heeft, net zo goed als het mijne, is het vooral belangrijk om te kunnen reduceren tot de ware essentie. Ze heeft geen reden om hoger te komen als ze al een hoger doel dient, net zoals ik dat heb. En dit gaat niet over geld verdienen, maar over het emotioneel dienen, wat therapie, net zo goed als kunst, is.

Toen haalde ik de liefde weer eens aan, ze keek even vreemd, maar begrijpend. “Het verschil tussen een vrouw en een tube verf is dat wanneer ik in een tube verf knijp, er mooie dingen uitkomen en wanneer ik dat met een vrouw doe, een klap voor de kop het gevolg is.” Ze snapte het en lachte er flink om. Kijk, dat is nu precies mijn grote dilemma met de liefde.

De gratificatie die ik uit schilderen en maken krijg, ligt mijlenver vooruit op wat er uit een relatie gehaald wordt. Daar ligt precies het gevolg van mijn omgekeerde Faustiaanse gelofte of eed die ik deed toen ik zeventien was: het kost nu eenmaal iets enorm groots om iets anders enorm groot te krijgen. En wanneer ik het naga, zo over de loop der jaren, dan blijkt er maar één ding: voor het ene moet je het andere opofferen. Of dat een keuze is, dat weet ik niet. Maar het zet aan tot werken, tot denken, tot maken.

Die lieverd waar ik vandaag mee sprak, zit absoluut goed op haar plaats. Ze is een soort van muze zonder al de ranzigheid erbij. En ik denk dat ik goed op mijn plaats zit, inclusief de scheve gedachten en angsten. Want misschien zijn die laatste twee geen goede raadgever, het zijn wel een goede vormgever en initiator. Net als dat de moed is om iets te vragen aan een gelijke. Dat is wat telt.

Dank u wel voor het goede gesprek en het luisterend oor.

Tot later of tot ooit,
Maternitus.

posted by Maternitus in Uncategorized and have No Comments

Medische zorg

In de kliniek hoor ik regelmatig klachten over gebreken van de budgetten, niet alleen voor patiënten, maar ook voor het IT-gebeuren aldaar. Volgens mij is het zo, dat wanneer je weet te bezuinigen op IT, wat veelal heel crappy is opgesteld (eigen mening), je meer kunt investeren in personeel voor betere zorg. En dan doel ik niet op doktoren of anderzijds “intellectueel” volk, maar op verpleging en verzorging. En, helaas, mag ik hier met lede ogen het actie-loze en laffe aanzien.

De “IT-er” alhier gilt om Linux, ook al weet hij er geen drol vanaf en is er een verpleger die er vooral op afgeeft. Maar die laatste zou beter moeten weten: zonder Open Source staat ook zijn baan op het spel. En weet je wat de grootste klacht is? Dat er, zogenaamd, geen alternatieven zijn. Voor de brol die ze onder Windows draaien, uiteraard. Een beetje domme opmerking en dat geldt voor veel mensen in de medische sector die in het management zitten of over IT gaan…

Hierbij een link die je van mij zoveel mag doorsturen wat je maar wilt. Het zal banen besparen, zelfs opleveren en het kost nog minder ook. In onderhoud, opzet en migratie.

Eat (or swallow) this:

50 Succesful Open Source projects that are changing medicine

posted by Maternitus in Alchemyst,Algemeen and have No Comments

Ga zo voort

We leven hier op een zeer mooie planeet, met veelal zeer mooie wezens: dieren, planten en soms zelfs mensen. Maar elke keer wanneer ik de krant opensla of door een artikel heen worstel, begin ik een vraag stellen: zijn wij mensen wel zo mooi?
We volgen al tientallen jaren een natie die failliet is, denken dat de droom om het te kunnen maken een waarheid is en nemen aan dat je met geweld een ideologie als democratie kunt afdwingen bij volken, wiens beschaving een echte is.

Ik ben het echt stront beu aan het raken wanneer ik lees dat de regering extra troepen stuurt naar Afghanistan onder de mededeling dat “we” moeten helpen om democratie daar een kans te geven. Spreek ten eerste voor jezelf, moederneuker van een minister en ten tweede het is -ons- geld waar je mee loopt te smijten. Zo kan ik het ook.
En dan de ferme leugens van de nu-president van dat land van melk en honing: uit Irak zou hij willen dat het leger terugtrekt, maar wel een troepenmacht van dik vijftigduizend man mogen daar blijven. Als gewelddadige oppas. En iedereen die er weggehaald wordt, vliegt onmiddellijk naar Afghanistan om dezelfde terreur te kunnen uitoefenen op een volk wat qua geschiedenis ver meer cultuur heeft dan het overvoedde volk.

Let wel, dit is niet perse een haal naar de Verenigde Staten, maar eerder eentje naar Europa, wat lijdzaam volgt. En waarom? Het Marshall-plan, wat niet was gemaakt om ons op te bouwen, maar ons te frauderen? Als we hun nu geld geven, de eikels, dan kunnen we macht houden als weldoeners. Rot nou toch gauw op, zeg!
60 Miljard is niets tegenwoordig, regeringen geven dat aan banken weg alsof het niets is in deze tijd, terwijl een bescheiden helft van de bevolking moeite heeft om het hoofd boven water te houden. En die andere helft ziet een zelfde lot al aankomen, huizen staan enorm lang te koop, auto’s worden kleiner en het is nog nooit zo druk geweest bij de Aldi.

Al heel lang geleden voorspelde ik al die dingen en iedereen lachte me uit. Daar kan ik niets aan doen, onwetendheid is nu eenmaal zaligmakend. Voor veel. En ik doe maar één voorspelling nog: het is nog niet gedaan en we gaan heel erge dingen meemaken in gans de westerse wereld (en die er graag bij willen horen). Dat lijkt doemdenken, maar dat werd er ook lachend gezegd op verjaardagsfeestjes over de dingen die ik meer dan zes jaar terug schreef. Er had allang iets gedaan kunnen worden, maar mensen (en dat maakt hun lelijk) geloven liever in hun gemak en blijven zombies wanneer er met alles waar ze voor gewerkt hebben, wordt gesmeten. Ga zo voort.

Numbheaded ignorant pigs (er is geen goed Nederlands voor).

Tot later of tot ooit,
Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,Gedachten and have No Comments

Wat nou, pensioen?

“Potdomme, die ziet er nog eens leuk uit, zeg!”
“Is ze niet een beetje te jong voor je? Je bent al in de tachtig, ouwe.”
“Ach, je weet het, hè. Dat blijft een grapher’s eigenschap, die jonge meiden.”
“Hahaha, ja, daar zit wat in.”

De twee oude mannen zitten op een bankje in het park, onder een boom, net zoals ze elke dag doen. En waarom? Omdat ze niets beters te doen hebben? Welnee, het is wat ze in het jargon een “writers bench” noemen, althans, zo hebben de twee heren het maar genoemd. De oudste voelt in zijn jaszakken en kijkt de ander aan. “Heb jij een stift bij je? Ik heb zin om een tag te zetten.”
“Dat vroeg je gisteren ook al, volgens mij vergeet je hem gewoon elke keer. Maar hier heb je er eentje.”

De oudste pakt de dikke viltstift aan, haalt de dop eraf en ruikt eraan. Meewarig schudt hij zijn hoofd en kijkt zijn kompaan aan. “Het is toch wel droevig dat chemicaliën niet meer zo zijn als vroeger. Die scherpe en toch zoete geur maakte me toen geil.”
“Je hebt gelijk. Die biologische spullen zijn toch niet het echte ding, hè. En ik snap het niet, want er is toch olie genoeg. Het is alleen onschatbaar duur geworden doordat al die grote bedrijven alle oliebronnen hebben opgekocht.”
“Tsjah, het was al voorspeld in de tijd dat we nog fatsoenlijk bier en wijn konden drinken. Lang geleden. Blijf je even opletten? Ik ga op die wachtende bus eentje zetten.”
“Hahaha, met die verrotte knieën van je zal je hem nog missen. Maar ik moet niet lullen, sinds dat ik de oogoperatie niet verzekerd krijg, zie ik amper een bus van dichtbij.”

Kreunend stond de nestor op en liep met zijn wandelstok richting de hydro-bus, die geduldig stond te wachten op passagiers. Meestal bleven die weg, want ook dat konden de mensen amper meer opbrengen. Omhoog kijkend naar de grauwe lucht, dacht hij na over hoe mooi vroeger alles was. En zoveel sneller dat alles ging. Het deed zeer, maar de wil om die tag te zetten was groter dan welke weerzin dan ook.
Bij de bus aangekomen, kijkt hij om zich heen en schrijft er zijn naam op. “Stippels hier, ster van boven en een kroon ernaast. Zo. Dat nemen ze me niet meer af.” Naast de sierlijke tag schreef hij de twee fameuze letters, die de twee oude baasjes enorm veel gloriejaren hebben gebracht. Hij glimlachte en liep weer terug naar de bank onder de boom.

“Zag je dat? En niemand die oplette. Het is toch niet te begrijpen dat zoiets nog kan.”
“Ach, zijn wij te oud om nog op te vallen en eigenlijk wordt er niet meer op gelet sinds dat graffiti geheel is verboden dertig jaar terug.”
“Ze zijn het niet meer gewend, bombers en taggers. Misschien maar goed ook.”
“Toch is het wel fijn om concurrentie hebben. Dat houdt de spanning erin. Best wel erg wat ze toen deden: met zwaar bewapende politie agenten en soldaten alle treinyards afgaan en elke grapher of gevangen nemen of zwaar verminken. Ik zeg niet dat het nu beter is, maar het escaleerde wel.”
“Ik was wel bang die dagen, maar we zijn mooi weggekomen. Toch wel bizar dat ze ons zochten, terwijl er overal rellen en aanslagen waren. Volgens mij zagen ze ons als tegenstanders van het fascistische bewind wat er opkwam.”
“Dat waren we en zijn nog steeds. Gatverdamme, als ik eraan terugdenk, krijg ik nog steeds kriebels over de rug heen.”

“Het is nu niet veel beter, toch? Ze spenderen liever hun vermogens aan reizen naar Mars dan te investeren in de aarde. Het valt niet meer te redden, dat is waar, maar voor diegenen die het nog willen proberen hier, moet het toch ook leefbaar en aangenaam zijn, niet?”
“Ja, ik denk dat het wel zo is. Hé, kijk nou joh! Er staat staatsveiligheid bij de bus te kijken naar je tag. Nu word ik benieuwd wat ze gaan zeggen en doen.”
“Wegrennen zit er niet in, hè?”
“Zeker niet met die kreupele knieën van je, nee.”
“Hahaha, alsof jij niet tegen de eerste de beste muur oploopt, blinde.”
Ze geven elkaar een high-five en de ogen beginnen te glinsteren.

“Zullen we er gewoon eens langslopen? Eens horen wat ze te zeggen hebben?”
“Ben je besodemieterd, ouwe? Ach, wat de hel. Kom, laat ik je overeind helpen.”
De jongste reikte zijn hand uit en trok de nestor overeind van het bankje. Op een voor oude mensen zo typisch tempo liepen de twee baasjes richting de bus en de uniformen, die een beetje geagiteerd rond zich heen keken. Toen de twee passeerden, keken ze hen wat vertwijfeld aan, er was verder niemand in de buurt te zien, behalve de oudjes.
“Heren”, begon één van de agenten “Heeft een van u iemand hier zien schrijven op de bus?”
“Zien schrijven op de bus? Ik ben nagenoeg blind en ziet u mijn vriend hier lopen? Het is niet zo dat we iets zouden durven, hè?”
“Hoe bedoelt u?”
“Nou”, antwoordde de nestor “Wat hadden we kunnen doen als we het waarnamen? Erop af rennen en de daders in de kraag vatten?”

De veiligheidsagent leek even te glimlachen en keerde zich naar zijn collega’s. “Daar zijn we mooi klaar mee. Voor het eerst in jaren dat ik zoiets zie en niemand die het voor ons op kan lossen.”
De nestor knipoogde naar zijn vriend. “Kom, we gaan eens verder naar het rustcomplex, praten over vroeger.”
De twee liepen rustig verder en konden een zacht geproest niet onderdrukken, toen plotsklaps de agent vrij luid hun riep. “Heren, kunnen we u niet even naar het complex brengen? Dat scheelt u tijd en het is nu niet dat we dit opgelost krijgen.”
De jongste leek even weigerachtig en de oudste zag zijn twijfels. “Nee, meneer, we lopen wel. Het is nu niet alsof we elke dag wat beweging krijgen.”
Ze liepen zacht lachend verder. Weer gelukt. Nog steeds gelukt. De dwazen.

“Hey, capo, toch nog een klein beetje als vroeger, hè?”
“Zal wel zijn ouwe, zal wel zijn.”

Tot later of tot ooit,
Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,Gedachten and have No Comments