Over twee weken is er een jam ter ere van mijn verjaardag. Alleen genodigden mogen schilderen, de rest mag kijken of thuisblijven. Wel een kleine notitie: het gaat mijn laatste jam zijn. Na lang beraad en de graffiti-wereld zien afglijden naar een parodie van zichzelf, de overvloed van toys, het steeds maar moeten schrapen om aan verf te komen, geen kicks of bubbels in de buik krijgen van een piece en het achterwege blijven van betaalde opdrachten, ben ik genoodzaakt om met pensioen te gaan.
Dat gaat mij zeer aan het hart.
De canvassen, het schrijven en sinds kort fotografie gaan voorrang krijgen. Door ruimte te maken in al die creatieve uitlatingen, denk ik weer wat passie te krijgen voor mijn werk. Plus het is een heel stuk betaalbaarder, want met canvassen levert het veelal meer op, dus kan het zichzelf bekostigen. Ook denk ik dat het fysiek steeds zwaarder wordt: tien kilometer fietsen voor vijf minuten werk, dat loont niet. Dat loont niets, behalve pijn en slecht slapen. Ik word ouder en zal concessies moeten doen.
Ik moet heel eerlijk zeggen dat het reten-gezellig is bij bombings en jams, maar het is niet meer zoals ik het vroeger voelde. Niks. Er is bijvoorbeeld wel een rush, maar die is eerder door de inspanning dan door de kick die eruit voort zou moeten vloeien. Graffiti bepaalt echt al heel lang mijn leven, voor wat het is en ik heb er zeer veel liefde ingestoken, maar de relatie ermee begint steeds verder achteruit te lopen.
Maar wat me het meeste tegensteekt is dat de afgelopen jaren het gezeik rond graffiti zo enorm begon te worden en het maken van mooie dingen steeds verder naar de achtergrond ging. Ik heb nog nooit zo’n invasie van waanzinnig slechte toys gezien. Nog nooit en ik draai al 28 jaar mee. Daar valt voor te spreken, natuurlijk, want al die ervaring, al die verhalen, al die mensen die ik op weg heb geholpen in die wereld, ja, dat bestaat dan ook niet meer. Die mensen nog wel, maar hun wortels niet.
Graffiti wordt doodgemaakt door commercie. Graffiti wordt kapot gereguleerd. Het is een schande dat die dingen gebeuren, maar het is feit van onze wereld. We laten steeds vaker dit soort dingen toe, hetgeen ons steeds meer een slaaf maakt van mensen die wij niet eens kunnen zien of kennen. De graphers die zich nu king gaan noemen, noemen zichzelf street-artist. Snijdt u een stencil en je bent al halverwege. Dat zijn geen pieces. Dat is geen werken. Dat is niet hardcore.
Eerst wilde ik nog deze zomer eens een flinke bezem door al die toys halen, maar weet je, laat ze elkaar maar kapotmaken. Vorig jaar heb ik daar veel teveel stress door gekregen en flink geld door verloren. Dat ga ik niet nog een keer doen, ze mogen het hebben, hun kleine kut werkjes waar nog niet eens liefde uit blijkt. Het is zo’n massacultuur geworden dat kwaliteit en schoonheid worden bepaald door bekrompenheid, domheid en asociaal zijn.
Dat soort lui kunnen van mij de kanker krijgen. (Wat aardig zal lukken, hoor, met de oplosmiddelen en drijfgassen)
Overheidsinstellingen beginnen zowaar effectief te worden met hun graffiti-jeugd-diensten. Leer die kleine gasten een spuitbus vasthouden, maar vergeet erbij te zeggen dat er ook nog zoiets is als echte kunst. Dwazen. Het loont niet meer om iets moois te maken, het geeft geen genoegen om een uur nadat je klaar bent met een werk, wat tien uur en massa’s geld kostte, te ontdekken dat iemand het weer niet kon laten. Dat is niet respectvol en ik wijt dat volledig aan die instellingen en de ouders van tegenwoordig.
Nog één jam. Nog één keer veel moeite doen voor amper iets van gevoel. Het einde van een relatie lijkt er al te zeer op.
Een nieuwe tijd breekt aan. En daar ga ik voor.
Maternitus.
