“Wat er in het hoofd van een kunstenaar omgaat.” Het gonst al bijna drie uur na, deze uitspraak van iemand die ik ken via het internet. Veel, lieve dame, heel erg veel. Tot op het verwarrende af aan gromt het, huilt het, lacht het. Van het een naar het ander in een razend tempo: zoveel gezien, te zien of door de haast overzien. Totdat het soms een ware chaos wordt. Het kan niet anders dan zo, de dagen lijken sneller en sneller te gaan. Hoe meer emotionele gebeurtenissen er plaatsvinden, des te hoger ligt het tempo van de tijd. Ik begin te begrijpen hoe dat mensen vroegtijdig aan hun einde komen: hun hersens gaan te snel. De wereld gaat te traag.
Beetje bij beetje raap ik mij bijeen en stel een doel. Dan loopt het vast: alles is al gedaan, herhalen is voor hen die vergeten. Wat kan een mens nog doen in een leven bij een dergelijke conclusie? Vernieuwing is weer al een herhaling, van anderen of met andere middelen. Saai. Waar is de uitdaging? Zit die nu in vorm, kleur, textuur of emotie? Of is dàt juist het leven? Ik weet het niet en wil het ook niet weten. Afsluiten, stoppen, nieuwe start, mooi begin. Dat dacht ik twee maanden geleden ook, maar de mens verwerd van haar alles tot een wegwerp voorwerp. Niet meer nodig, kan het niet aan, verdwijn. Opgelost.
Nu is het zaak om over die pijn heen te komen, te vergeten en weer leren omgaan met stilte, orde en regelmaat. Dromen belagen me elke nacht, niet over vrouwen, niks erotisch, al zijn het avonturen die hun weerga niet kennen. Continenten die nooit bestaan hebben, worden zonder veel moeite verkend. Nieuwe gezichten bekeken. Ik houd een hand vast en merk dat het de punt van het dekbed is, schrik voor het gemak even wakker en zit overeind. Dan maar een sigaret. Lange uren komen eraan: de donkere straten zijn stil en toch hoor ik ze roepen. Niet naar mij, maar naar leven.
Ik zucht en neem een slok water. Inspiratie komt voort uit verdriet. Dat is mijn credo en lijkt nu de grootste leugen in het bestaan. De uitspraak van de dame echoot weer door het hoofd. Zoveel en toch niets. Er moet een richting komen, niet zomaar een doel. De richting bepaalt meer de reis dan het eindstation, wat altijd hetzelfde is. Realiteit leert me dat een doelstelling nooit gehaald wordt, maar altijd bijgesteld. Wat te doen?
De maatschappij gilt om wakker geschud te worden. Maar hoezeer het ook aan het hart gaat, er is geen focus, het is teveel wat om aandacht schreeuwt. Laat me met rust. Maar dat gaat niet, ik ben er een onderdeel van en het beïnvloedt dit leven nu ook. Dat deed het altijd, maar ik wilde er boven, naast, voor of achter staan. Langzaam maar zeker krijgt de conformering met leeghoofden een grip op mijn bestaan en ik haat het. Al die stompzinnigheid, die voorkeur voor illusies en het idee beter te zijn dan de rest, al die onzin kan me gestolen worden.
Zal ik weer gaan reizen of is dat een vlucht? Een andere vrouw is geen optie, het gezeik is me beu. Nu herhaal ik mezelf. Stop. Er. Mee.
Zou er een wereld bestaan waar miserie een keuze is en geen overkomen? Nee, dat zou het leven juist weer te makkelijk maken, het moet wel een sport blijven, uitdaging bieden. Het moet gillen om eigen vormgeving, zingeving en inhoud. Dat laatste ben ik ten eerste zelf en mag niet afhangen van iemand anders. Eigen keuze, ook met dat. Opdringerigheid hoeft niet, hoe lekker het ook kan aflopen, dat is lust, vulgair hedonisme. Nee, ik wil weer terug naar het subtiele, het verfijnde. Alle zintuigen aan de bron van levens-genot. Zo moet hedonisme zijn: dienend, niet leidend of opgelegd.
Een dag verder en weer een poging wagen tot schrijven levert plots een andere woordkeuze op, een andere toon en zelfs een andere insteek. Beter of niet, het gevoel achter het schrijven is plots veranderd. Vrienden zorgen ervoor dat de miserie even wordt vergeten, dat de verwarring weer een orde wordt en de liefde verhuist van missen naar creatie. Ik denk alweer aan die woorden van de dame van het internet en glimlach zachtjes en verholen. Hoe publiek ook, het geeft ineens een inspiratie tot verdergaan. Stilstand is achteruitgang, uitstel is afstel. Dat kan en mag niet.
Dan maar met het harem, zo noem ik een groep dames die ik ken, de stad in gaan. Op jacht naar gezelligheid, materiaal, vrolijkheid en een gevoel van waardering. Met alle vier werd ik overladen en zit nu weer thuis: scharen, verf, papier, vrolijke muziek en een grote zak snoep als bonus voor het (min-of-meer) brave gedrag voor me. Alleen het papier en het snoep was meegenomen als materiaal, de rest was hier al. Het mentale deel is me wijselijk ingegeven door de dames: ik ben van de vloer geweest, heb een leuke tijd gehad, weet nu weer dat dit niet de juiste was en moet verder gaan met mijn missie en belofte. Ze hebben gelijk, hoe zeldzaam ook voor vrouwen, maar in een groep lijken ze meer overtuigend. Groepsdruk? Overmacht? Of gewoon overdonderend veel schoonheid waar niets tegen in te brengen valt? Alle drie.
Straks slinger ik dit digitale ding uit en vergeet even het bestaan van enen en nullen. Virtueel wordt reëel. Kaartjes maken. Grafiek en collage. “Vier euro het stuk”, werd me ingefluisterd. “Vraag dat maar.”
Maternitus.







