Maternitus

Calamus est gladius vitrioli incaustum.

Verlangen naar morgen

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Wil je deze uitzending downloaden? Rechtsklikken op deze link en “opslaan als” kiezen.

Een druppel water glijdt langs het raam van de douchedeur en zijn vinger volgt het spoor wat het achterlaat. Zoekend naar andere druppels die een reis inzetten onder invloed van zwaartekracht en oppervlaktespanning, denkt hij aan zijn lief, een vrouw die hem telkenmale het hart doet overslaan met kloppen. „Was ze maar bij me“, leek hij te denken en draait zich om, zodat het water langs zijn gezicht stroomt en de verkwikkende dampen de laatste resten van een onrustige nacht weghalen. Een golf van genot en opwekking gaf hem nieuwe energie, ondanks de onvermoeibaarheid van afgelopen weken, was het opladen een noodzaak.

De liefde eist geen tol, alleen dedicatie en de hang naar meer. Om te geven en te krijgen. Haar zachte woorden herhalen zich in zijn hoofd en een glimlach verschijnt op het gezicht. „Morgen, dan zie ik haar weer, dan ligt ze in de armen en kan ons beider verlangen beantwoord worden.“ Een diepe zucht volgt na de gedachte. Hij pakt de douchecrème en kneedt zorgvuldig een flinke bol met schuim op het hoofd en grinnikt. De herinnering aan de belofte om het haar eens wat langer te laten groeien, laat hem luid lachen en het woord hippie schiet door het hoofd.

De kranen worden dichtgedraaid en de frisse ruwe handdoek doet zijn werk zoals het hoort: de huid tintelt en de koude lucht krijgt er vat op, het één na fijnste moment van het douchen. Meestal is het fijnste moment dat van de eerste onderdompeling, het eerste wegspoelen van de nacht, de realisatie van een nieuwe dag en het mompelend begroeten ervan. Dat ritueel was jaren geleden begonnen en blijkt nog altijd zijn werk goed te doen. Immers, de dag zo beginnen is altijd beter en zorgt voor een positieve noot die het hele wakker zijn begeleidt tot een nieuwe nacht vol dromen.

Zacht klinkt de muziek en de man installeert zich in een zetel om rustig de plannen van de dag door te nemen. Vroeger deed hij dat de dag ervoor, maar er kwam nooit iets van terecht. Op de dag zelf werkt zoiets veel beter en er valt beter te plooien naar eventuele afspraken, als die er al zijn. De gedachten dwalen weer af, de pen begint te schetsen en beetje bij beetje ontstaat er een hartje met een vaantje op het papier van het notitieblokje. De inspiratie lijkt afwezig, maar de tegenstelling komt al snel naar boven, kijkend naar het mooie licht wat door het raam schijnt. „Iets met kleur wil ik maken, een vorm die nog niet uit de handen is gekomen. Ik ga op zoek naar haar vormen in de stad, eens zien of de twinkeling in haar ogen spiegelt in het water, haar zachte woorden geschreven op een muur.“

Een traan rolt over zijn wangen. „Is dit nu geluk? Mijn god, wat mis ik haar. Kom op. Eén dag nog. Zoek haar waar je het niet verwacht, laat haar de inspiratie zijn en de straat je leidraad. Dan heb je haar altijd bij je, waar je ook bent.“ Kauwend op de boterham lijken de hersens op te leven door de nieuwe brandstof, met het verlangende hart als motor om de reis naar het schone voort te zetten. Ze is zijn muze, zijn minnares, zijn geliefde, zijn reden tot bestaan. Alles wat er uit voortvloeit moet haast wel schoonheid zijn in een poging om de hare te overtreffen, wetende dat dit nooit mogelijk is. Hij sluit de ogen en in gedachten streelt hij haar rug, omarmt het slanke warme lichaam en zoent zacht het voorhoofd.

De ijzige wind deed hem dieper in zijn kraag duiken, ondanks het mooie zonlicht leek de lente verder weg dan ooit. Niets duidt erop dat het leven in de natuur snel tot bloei zou komen op een verdwaalde knop aan een boom na. Het viel hem op hoe vaak iemand hem een goede dag toewenste, ondanks het feit dat hij de mensen niet eens kent. Dat bezorgt een goed gevoel en gelijk wist hij dat verliefdheid een uitstraling geeft van geluk. „Dat zien anderen en zijn dan een moment gelukkig met je“, schoot het door het hoofd terwijl hij een winkel binnenloopt zonder enige reden, behalve de warmte. „Een boek, iets wat gedrukt is, een teken van liefde wat vastgehouden kan worden ook al ben ik er niet. Misschien dat ze het zal waarderen, al zag ik vorige week geen boeken staan.“

Vergeten waarvoor hij eigenlijk naar buiten was gegaan en begon hij naarstig te zoeken naar een voorwerp, naar woorden, naar kleuren die hij kon meenemen. Niet als herinnering aan de mooie vrouw, maar als een amulet, een talisman, wat ze vast kan houden, koesteren op de momenten dat hij niet bij haar is.
Hij steekt zijn handen dieper in de zakken en versnelde de pas. Dat doet hij altijd wanneer het wandelen steeds doelgerichter gaat worden. Zijn vrienden haten dat, omdat ze hem dan niet meer bij kunnen houden. „Loop niet zo gehaast“, roepen ze dan, terwijl hij, veelal luid lachend, commentaar geeft op hun traagheid. Zo zijn mensen nu eenmaal, trage wezens, die nooit harder lopen ook al is er een einde aan hun tocht. Vaak heeft hij zich al afgevraagd of het nu goed of slecht is, dat doorlopen. De enige reden die hij, naast het doelgerichte, heeft, is het feit dat mensen die doorwandelen langer leven. Dat stond eens ergens in een artikel.

De koude deed hem mijmeren naar de mooie ochtenden die ze samen hebben: lang in bed liggen, dicht tegen elkaar, zwetend, lachend, zuchtend en kreunend op de momenten dat het nodig is. Alleen met haar kent hij zulke zaligheden, alleen met haar wil hij zo oud worden. Het geeft de ingevingen om te maken, het geeft de zin des levens weer een reden tot bestaan. „Snel naar huis en gauw flink warm eten maken, dat zal deugd doen.“ Hij ziet de buurvrouw aan de andere kant van de straat en vrolijk zwaait hij naar haar. „Hoi, buurvrouw, hoe is het met u?“ „Aah, zie daar eens. Jou heb ik al lang niet meer gezien. Ben je zo druk bezig?“ „Mwah, je zou dat zo kunnen zeggen, ja. Ik heb een lief, dat zegt genoeg, he?“ „Zo, da’s leuk. Groot gelijk heb je, zorg er maar goed voor en wees maar vaak bij haar.“ „Dat komt wel goed. Ik zie dat het goed gaat met uw been?“ „Ja, gelukkig wel. Binnen zitten is niet leuk. Wanneer ga je weer?“

„Morgen. En weer fijn lang, met een kleine onderbreking, omdat ik een afspraak heb hier in de stad. Het is voor werk.“ „Goed zo, zorg ervoor dat we trots op je kunnen zijn. Of, beter nog, dat zij trots op je kan zijn.“ „Ik doe mijn best, buurvrouw. Maar ik ga nu naar binnen, de maag wil wat aandacht en eten, plus er wordt nog het een en ander geschreven. Tot later, he!“ „Dag, buurman, kom maar eens langs op de koffie wanneer je terug bent, we willen alles horen.“ Hij knikte en liep verder naar zijn woonst.

Er stond een berichtje op de computer. Van haar. Hij zwijmelde. Morgen. Eindelijk.

Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,De dromenjager and have No Comments

XiXi

Ze hangen nu een week en het meest kritische publiek heeft ze bekeken en beoordeeld. Elke keer wanneer ik de ruimte binnenstap voel ik een trots over me heen komen en kan soms de ogen niet afwenden. Dat het mijn werken zijn kan ik niet altijd even goed geloven, een beetje vreemd is dat, maar logisch. Thuis staan ze opgestapeld tegen een muur of hangen ze in de kleine woonkamer, de context daar is vooral leven en werken, niet genieten of socialiseren.

Dan is de plaats waar ze nu hangen veel beter: ruimtelijk, qua kleuren en zeker ook de setting doen mijn kinderen veel deugd. Het lijkt net of ze ademen. Het doet de ruimte zelf ook deugd, want er hangt een zekere esoterische sfeer in een doorgaans behoorlijk drukke plaats. Er is net zoveel volk, maar ze dwingen een mate van beschaafdheid af, een respect. Dat is wel even anders dan op straat, waar dat woord allang vergeten is door een goed deel van de schilders.

Wat me opvalt, in vergelijking met de vorige expositie, is hoe mensen me benaderen. De eerste keer vroeg men mij totaal niet naar gedachten, emoties en technieken, terwijl er nu serieus gekeken wordt wanneer ik spreek over in een museum willen hangen. Dat is absoluut mijn droom en ik zal alles op alles zetten om dat nog levend mee te maken. Veel kunstenaars zijn namelijk dood wanneer hun werken in een museum terechtkomen en dat zal bij mij geen doorgang hebben.

Het is een tijd van dromen over de toekomst, zoals altijd wanneer mensen hun bewondering uitspreken of hun mening onderbouwen. Dan wil ik meer maken, de behoefte daarvoor wordt altijd aangewakkerd wanneer ik doorheb dat het niet voor de kat-zun-kut gedaan is. Normaal ging ik er vanuit dat er iets verkocht zou worden, maar ik moet wat wijze lessen van vroeger ter harte nemen: doe het eerst en vooral met en voor je hart en ziel. Hoe zuiverder de gedachte achter een werk, des te groter de schoonheid.

Economie vervuilt het hart en sloopt de oprechtheid uit een mens.

Dat er iets verkocht gaat worden, is de vraag. Het gaat me in ieder geval helpen met materiaal en spullen voor de komende winter, de tijd van het jaar wanneer er geen opdrachten zijn en het weer zich niet leent voor urbane avonturen. Ik hoop erop, maar ga er niet vanuit. De eeuwige strijd van een kunstenaar?

Heel langzaam komt de publiciteit op gang, want het was eerst de bedoeling om alleen in september te hangen. Door het wegvallen van een opdracht zijn er amper middelen om dat te doen, wat jammer is, maar goed voor het geduld en inventiviteit. Ik heb geen website gemaakt, maar een simpele start-pagina met twee knoppen: eentje voor contact en de andere leidt naar hier. De flyers wilde ik eigenlijk laten maken bij een drukkerij, maar ook daar strekt het budget niet verder dan enkele grote afdrukken en een berg kleintjes bij de print-shop in de studenten-buurt.

Mijn vrienden helpen me een beetje door me bij hun te laten eten of ze steken me iets toe. Daar ben ik heel blij mee en het geeft me in ieder geval een goed moraal en uitstekend gevoel. Daar gaat zo’n expo voor. Ik geef mij bloot en laat delen van mijn leven zien die normaal verborgen blijven voor anderen. Dat weten ze, de schatten, en ze laten me kwebbelen over de dromen van het Louvre en het bongo spelen met Fidel Castro. Ah, dat wist je nog niet? Ik ben een fervent speler op die kleine meiden van me en tegelijk waardeer ik die Cubaan enorm. Nu wil het toeval dat het instrument uit hetzelfde land komt, dus waarom niet twee toffe dingen combineren?

Een ander ding wat ik geleerd heb is dat minder absoluut meer is. Niet alleen door het aantal werken te minimaliseren, maar ook dat het minimalisme, wat ik in sommige werken toepas, mij en de toeschouwers het meeste bevalt. Door werken te laten zien die zeer verschillen in vorm en kleur, kon ik horen van de mensen hoe ze daarover dachten. Dat heeft een tijd nodig om te bezinken, maar gaandeweg besef ik dat deze expo me meer brengt dan lof en hulde alleen. Een intensivering van die eenvoud moet ik dus meer gaan toepassen en zal deze winter dan ook de hoofdmoot zijn van de experimenten.

De zoektocht naar schoonheid begint te vorderen. In eerste instantie dacht ik aan het complexe ervan en probeerde dit weer te geven middels niet al te subtiele methodes. Maar telkens merk ik dat het juist niet de complexiteit van schoonheid is, maar de basis ervan, de essentie: verhouding, contrast en weinig kleuren. Met een beetje veel maken. Net als Moeder Natuur, die gebruikt immers alleen DNA om de meest complexe vormen en mooie kleuren te maken. Ik blijf dan bij de eenvoud van de bouwstenen, een fundament van alles dat leeft.

Een goede twee jaar terug raakte ik het onderwerp al aan door te schilderen over mijn handicap, Nail Patella Syndroom. Mijn moeder was gelijk verliefd op het werk en kocht het stante pede. Dat zegt wel iets, eigenlijk, want ze kan goed kritisch zijn. De werken waar ze het niet mee eens is, daar zwijgt ze; een duidelijke “no go zone”. Mijn lieve zuster gaf me laatst de herinnering aan dat werk, wat ik zelf ook mooi vind, en de hint om eens verder te gaan op dat onderwerp. Maar nu vind ik het behoorlijk gezaag om constant over tekortkomingen te schilderen en geef ik er een andere swing aan.

Wat ogenschijnlijk een afwijking is, wat is dat eigenlijk en ten opzichte van wat, kan ook een voordeel zijn in plaats van het etiket van slecht, ziek of negatief. Door het bestuderen van genetica en het syndroom heb ik geleerd dat maar een miniem deel van een gen al die grote veranderingen kan geven. Dat is een behoorlijke kracht als je het mij vraagt. Wanneer dus minimalisme iets groots teweeg kan brengen in een leven, waarom zou dat niet kunnen in kunst? Nu zit ik absoluut niet te denken aan een stip op een doek of een enkele streep met krijt. Nee. Minimalisme kan ook een masker zijn.

Trouwens, sommige strepen en stippen kunnen zeer fascinerend zijn. Het gaat dan om de context waarin het figuur is geplaatst en hoe die visualisatie is gebeurd. Daarin kun je enorm veel betekenis leggen of een verhaal mee vertellen. Ik maak al vrij lang gebruik van een dergelijke manier van beeldvorming: de storende gele hoekjes, een stuk jute op een vreemde plaats, een cirkel die heel vreemd niet in het midden staat maar toch wel en ga zo maar door.

Wat het schilderij of het aangebrachte figuur ook betekent doet er niet direct toe voor de gemiddelde kijker. Die wil vooral eerst proberen er een esthetische waarde aan toe te kennen, waarna dat walgelijke monetaire vanzelf volgt. En dat alles niet gehinderd door wat de kunstenaar bedoelt of wil vertellen. Schoonheid is een persoonlijke mening en de kennis daarvan, hoe miniem of boertig ook, is niet algemeen toepasbaar.

Het zijn inzichten die ik schilder, het is geen kennis of wetenschap wat ik ambieer. Wanneer ik dus spreek over mijn zoektocht naar ware schoonheid, dan spreek ik eerst en vooral over een gevoel in de buik, de chi. Mijn lichaam als totaal zintuig neemt waar, de geest maakt er vervolgens een beleven van en daarna volgt als een automatisme een beredenering waarom ik het werk als zodanig beleef. Dat beetje wetenschap wat doorschijnt in de onderwerpen zijn flarden van wat ik ooit geleerd of gelezen heb en vervolgens in mijn eigen beeldvorming zichtbaar maak.

Een zintuiglijke overdracht van wat ik zie als ware liefde: een totaal beeld van weten en voelen, van denken en beleven.

XiXi : een perspectief door Martin Hoevenaar

Vanaf nu al te zien in:

Café Het Volkshuis
Sleepstraat 33
9000 Gent

posted by Maternitus in Alchemyst,Gedachten,Schilderen and have No Comments

De ernstige mens

Het fraaie aan het exposeren in een café is dat ik er dan beroepshalve heen moet. Oei, wat is het toch erg, zeker omdat de koffie er verdomde lekker is en het publiek zeer aangenaam in de omgang. Vandaag zat ik flink op een achtbaan: poster klaar, kaartjes in orde, selectie van de werken (eindelijk) eens gemaakt en het concept is nu ook visueel. Alles in twee uur klaar. Maternitus bijna op zijn best.

Nu was het tijd om te gaan vertellen aan mijn maat Yvan, eigenaar van Het Volkshuis, wat er aan het ziekelijke brein ontsproten was. De koffie werd koud terwijl ik hoogst nauwkeurig, middels stappen zetten, de lengte opnam. De hoogte werd gemeten met een techniek die in de graffiti-wereld zeer gekend is: op de tenen tegen de muur staan, de schrijf/schilder-arm zo ver mogelijk omhoog reiken en dan zeggen dat het twee-meter-dertig is.

Yvan volgde me en zei helemaal niets. Toen ik hem vertelde dat de lange muur thuis in gedachten zeker de helft korter was, bleek het ijs gebroken. Hij grinnikte en wees naar de korte muur. “Die is de helft van de lange muur.” Gedaan met de volgorde van de werken, weg met het naar binnen zuigen van de aandacht. Zo moet het: geef me een onverwacht probleem en ik brand door. De processor gaat dan helemaal bananen over iets wat meestal zeer goed te ondervangen is.

De korte muur gaat me wel verf besparen, maar wat gaat de lange muur dan worden? Naarstig zoek ik in de schetsboeken naar een eventuele oplossing en plots komt het tot me. Waarom een hele muur vol schilderen en behangen met canvassen, wanneer het met wat detaillering en een goed verhaal ook kan? Keep It Simply Stupid. Keep It Stupidly Simple. Het dichtste bij zoenen voor deze week.

Wat betreft de lange muur, dan wil ik ook iets maken wat de kijker blijft boeien. Of minstens roert. De strengste critici van het café zijn de vaste klanten. Die kijken er veel tegenaan en na een pint of wat is het moeilijk zwijgen. Pure graffiti zal niet gaan, het is binnen. Maar kom op, hoe kan ik mijn afkomst verloochenen?
Zucht. Nu voel ik de druk op de schouders toenemen en schiet het woord “wereldwonder” door het hoofd. Met minstens een meesterwerk voor de dag komen is een wel heel hoge lat voor een experimentele tentoonstelling. Een voorproefje is dat niet waard, maar even kijken hoever ik kan gaan past er dan wel in. Niet alleen technisch, maar ook de provocatie ga ik zover opvoeren, dat de honden er geen brood meer van lusten.

Ik ben aan een schilderij bezig wat op zijn minst afschrikwekkend te noemen valt. Een vervolg op de Amerikaanse vlag van een paar jaar geleden, alleen directer en vooral grover. Ik wil niet hebben dat mensen lachen of het zomaar terzijde leggen. Ik wil dat er gehuild wordt, gevloekt tot het absurde, wat heet, dat het de krant haalt omdat een woedende menigte het werk heeft verbrand op de Korenmarkt. Bescheidenheid heeft zo zijn charmes, denk je ook niet?

Schepje er bovenop. Dat mensen over duizend jaar naar afbeeldingen van het protest kijken, het vergelijken met de boekverbrandingen van net voor de tweede wereldoorlog in Duitsland en vervolgens op één lijn plaatsen. Dan draai ik me nog eens rustig om in de kist en grijns iets breder dan al gedaan werd. Alhoewel, kist. Volgens mij zullen het kisten zijn, want ik verwacht nog eens gevierendeeld te worden. Is het niet door een bende bijzienden, dan zal het wel door een meute hysterische vrouwmensen zijn. Daar kijk ik nog naar uit ook, trouwens. “Eindelijk, passionele aandacht.”

Het zal wel gaan, zeker? (Vlaamse rem op het enthousiasme)

Maar aan de andere kant weet ik zo net niet of politieke en militante uitingen de bedoeling zijn. Commercieel is het totaal niet aantrekkelijk en, zoals het deze domme maatschappij betaamt, kom ik niet snel van een negatief label af. Maar dan spreekt de origine. Waar al dat schilderen vandaan komt, waar een goed deel van de mening zich heeft kunnen vormen. In het opzicht van graffiti is het waanzinnig. Ik heb een dergelijk idee nog niet op straat gezien, zelfs daar is het te link om te schilderen. Toen ik een hakenkruis schilderde door een portret van Obama, dacht het publiek eerst dat ik extreem rechts was en reageerde dus ook zeer woedend. Toen ik zei dat die president niet beter is dan zijn voorganger en gewoon hetzelfde plus nog erger doet, zwegen de mensen, dachten na en knikten allemaal instemmend. Zie daar het nut van straatkunst.

De schoonheid van de natuur versus de lelijkheid van de mensheid. Gelukkig gaat de expositie niet zo heten. Dat is overigens geen eenvoudige zaak, een naam verzinnen voor zoiets. De beste ingevingen komen op onverwachte momenten, maar hier is het een controle freak wat betreft de kunst. Papier en pen zijn altijd in de buurt, dagdromen doet de rest. Op het middelbaar was het verboden en nu weet ik waarom: dagdromen is niet meer dan serieus goed nadenken en tegelijk onderhoud plegen aan de hersens. Net zoals de nacht-versie, is dagdromen een defragmentatie van alle verkregen en bedachte data. Goed met je hersens omgaan mag niet op een school. Nu ben ik wel blij dat er wat in boeken is geneusd en zelfs in praktijk gebracht daardoor.

Al denkende voor de, vanaf nu, kleine muur schoot het me te binnen. Codetaal. Dat is het! Gelijk erna kwamen allerlei teken-combinaties naar boven die vooral te relateren zijn aan sms-taal en chatten. Dit is mijn kans om een generatiekloof in een keer te overbruggen. Het doet er even niet toe dat mijn generatiegenoten en ik aan het begin stonden van deze afgekorte wartaal en het misbruik van leestekens. Detail. Het oogt modern en spreekt ook de jongeren aan, dat is wat telt.

Een massa die drukt achter een betere vorming van het concept is het lezen van afgelopen maanden. Kant, Schopenhauer, Nietzsche, Onfray en ander volk wat niet alleen nadacht voor ze schreven, maar ook zinnig nadachten over evenzo zinnige onderwerpen; ze hebben hun invloeden op het creatieve proces. Je hoeft niet echt slim te zijn om hun werken te lezen, een beetje gevoel voor humor en de achtergrondkennis over de periode waarin ze leefden of, in het geval van Onfray, leven, is voldoende. Nu zal ik nooit zo kunnen denken of schrijven, maar die invloed van hun werk sijpelt hier en daar door.

Het schrijven en schilderen liggen constant onder vuur in het hoofd. Door langer met een thema bezig te zijn en dus erover na te denken, begint er diepgang te komen. Yvan zegt dat ik mijn verstand ga gebruiken, ik houd het erbij dat het net gekregen is. Ook is de keuze van een ontwerp of onderwerp veel zorgvuldiger, al valt er iets te zeggen van mijn commentaren op de vrouwen die ik zo nu en dan date of vasthoud. Het is zo dat een nieuw onderwerp via emotie bovenkomt en een soort van beredenering er direct op volgt – altijd in die volgorde. Ratio als grondbeginsel houdt geen stand bij wat ik doe. Überhaupt iets. Enfin.

De invloed gaat verder. Tijdens een break deze week zat ik met een goede vriend op het terras. Hij noemde mij een zeer ernstig mens, zeker in contrast met het schilderen. Ik wees hem op het stereotype idee wat hij juist uitte en een diep nadenken volgde. Minstens zo ernstig. Ik zei wat ik zag en vertelde erbij dat mijn hersens altijd zo bezig zijn. Hij keek wat vreemd en ik liet hem een boek zien waarin ik bezig was. “Dit soort dingen lees ik er drie in de week en begrijpend, hè. Niet zomaar doorbladeren om enkele dagen later stoer te doen aan de balie van de bieb. Schopenhauer en Nietzsche zijn veruit de grappigste.” “Grappig? Dat is dodelijk moeilijk om te begrijpen, man.” “Niet als je zonder dergelijke vooroordelen leest. Een open geest is altijd belangrijk bij lezen, welk onderwerp ook. Van een open geest wordt een mens nu eenmaal ernstig. Veel informatie, lessen, emoties en belevingen opnemen met die openheid geeft nogal wat te denken.”

Hij heeft een punt, natuurlijk, afgaande op zijn idee van een kunstenaar. Volgens mij zijn het allemaal serieuze mensen die veel nadenken. Dat verklaart wel een ander vooroordeel met een kern van waarheid: de vergetelheid opzoeken in parafernalia als vrouwen, (soft-)drugs en drank. Ik drink niet. Voor de rest probeer ik natuurlijk het beeld waar te maken. Allemaal voor het publiek. Jullie.

Het gedrag verklaart veel, laten we het daarover eens zijn. Bijvoorbeeld. Laatst ontmoette ik zijdelings een zeer geniaal componist en musicus die er om bekend staat het merendeel van de dag in benevelde toestand door te komen. En gelijk zijn briljante werk te maken. Dat kan iets zeggen over mijn smaak, maar gezien het feit dat de man zeer succesvol is, zegt het ook iets over de gevolgen van de dingen die hij maakt. Die mens leeft onder een zeer hoge druk en dan is het wel aangenamer volhouden. Destructief ook, maar wat heb je aan braaf zijn wanneer je dood bent? Later doodgaan of ouder worden door een extreem gezonde levenswijze haalt behoorlijk wat plezier weg. Trouwens, de vrachtwagen waar je onder kunt lopen, kijkt er niet naar of je salades eet of blowt. Splatch!

Ik streef een zeer hoge ouderdom na en weet ook dat niet alles bijdraagt aan het bereiken daarvan. Maar zolang de kans groter is om een ongeluk te krijgen dan jezelf dood te neuken, houd ik het op wat zondes her en der. Dat maakt een mens overigens ook zeer ernstig.

Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,Gedachten,Schilderen and have No Comments

Blauw, roze, roste

“Verlatingsangst. Bindingsangst. Liever niet knuffelen. Waarom zeggen dat ik mooi ben. Het is te heftig voor me. Nog nooit heeft iemand me zo lief behandeld. Je verstikt me. Je bent te enthousiast. Mijn hand vasthouden op straat vind ik erover. Eén dag in de week elkaar zien? Zo vaak?”
Natuurlijk kon de klassieker niet ontbreken: “Jij bent het niet, ik ben het.”

Nee. Zo simpel kan het ook, in plaats van een betoog. Je hebt met een man van doen. En moest dat nu zoveel dates kosten, even niet over de moeite en het geld gesproken? Dat die ganse paragraaf uit één vrouw moest komen, is nog wel het meest verbazingwekkend van al. Ja, ik date regelmatig en hoor nog wel eens wat onzinnigs, maar zoveel ineens?

Dan gaat een man op zoek naar zijn vriendinnen en vrienden, eens horen wat hun daarvan vinden. De vrouwen onder hen vinden dat ik meer genuanceerd moet nadenken, de mannen geven me gelijk. Eentje durfde zijn vriendin niet tegen te spreken. Dat helpt me voor geen meter verder. Trouwens, dat genuanceerde denken zit er al van jongs af aan in, al wordt het eenvoudige denkmodel “zwart-wit” vaker gehanteerd.

Eén van mijn allerliefste vriendinnen adviseerde me, geheel in de trend van een kleur-consulente, dat ik de wereld zo nu en dan eens door een roze bril moest bekijken en daarover schrijven. De eerste vraag luidt dan ook: “Hoe, als je onzin zoals uit de eerste paragraaf tegenkomt? In één keer?” Dan zit ik te tandenknarsen, luister naar flink goede metal muziek, wordt het schilderen veel wilder en de verwarring alom groter.

Het duurde veel te kort voor liefdesverdriet, maar te lang om het zomaar te negeren. Verliefd worden is een spel van feromonen en het verliezen van het gezonde verstand. Hij schildert, zij rijdt langs. Vier keer. Eerste date zesentwintig uur, de tweede achttien, de derde werd een rustdag en de vierde bijna een slachtpartij. Dat riekt naar een neergaande lijn. Hoe komt het toch dat me dat niet opvalt zo halverwege date nummer één?

Mooie ogen, lekkere kont, vuurrood haar en een tedere mond. Dat zorgt daarvoor. Dan blijkt ook nog eens het vermoeden van een goed hart en oplettende geest en je zit zo aan date twee. Tip voor de heren na mij: kook alsjeblieft iets ranzig. Teveel zout, ferme kletsen sambal en een zwart randje aan het vlees en de patatten. Ik kan niet ranzig koken, dat is nu eenmaal zo. Het kan op elke manier tegen je keren, dus waarom de moeite doen?

Nu weet ik niet hoe het andere mannen vergaat, maar werkelijk elke date is er “het tranendal moment”. Dan wordt er iets heel droevig verteld, met als gevolg tranen bij de vertelster. Meestal zijn dat kleine trauma’s of mislukte keuzes in het leven, ieder mens maakt wel iets mee. Maar wat is het toch? Eén van de test-methoden om te achterhalen of een man gevoelig is? Gewoon vragen, scheelt tijd.

Daarna komt die bril, alles is plots fuchsia en doet een beetje pijn aan de ogen. Wel wat saai voor een schilder die meer kleuren gewend is. Enfin, we zullen zien of het werkt. Nu alles vrijwel identiek is van kleur, begin ik mij af te vragen wat nu werkelijkheid is. Dat van die roze bril of die van mijzelf? Ik geef de voorkeur aan die van mijzelf, omdat de diversiteit groter is. Natuurlijk gaat het over een meer optimistische kijk op de wereld, maar je moet het echt eens proberen. Een middag door de stad lopen met zoiets op de neus. Heel gek.

Het moest er even uit, dus sorry voor de dames die niet op een dergelijke manier omgaan met een man. Maar wat ik me wel afvraag, is hoe het toch komt dat mensen zo bang zijn geworden voor de liefde. Druist het in tegen een huidige moraal of ethiek om gek op iemand te zijn? Is het strafbaar om genegenheid te tonen? Die angst heeft zelfs al namen gekregen, wel, verwacht het als mentale ziekte binnenkort.

“Waarom zit jij hier?”
“Liefde voor mooie dingen maken en verliefd zijn.”
“Shit, ik vraag een andere kamer aan. Jullie zijn van het ergste soort! Ga weg, satan, addergebroed, hel en zwavel! Help!!”

Zover zal het wel nooit geraken, maar je weet het nooit. Druk zijn kan tegenwoordig ook al betekenen dat je voor het leven getekend bent en halfdood gegooid wordt met medicijnen (lees: knalharde drugs).
Die gekke bubbels zullen ooit alle angst en de inbeeldingen ervan weghalen; misschien niet bij de ware, maar wel bij de goeie. Zo bekijk ik het en dat geeft vreemd genoeg een hoop.

Volgens dezelfde vriendenkring is het hart groot genoeg en is er ruim plaats voor een lieverd naast de kunst. Daar houd ik het maar op en probeer hem eens uit als nieuwe openingszin.

Op naar de Gentse Feesten. Oh, daar woon ik vlak naast. :-P

Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,Gedachten and have No Comments

Bedelaars en mosterd

Enkele jaren geleden liepen Maestro en ik door een winkelstraat in het Gentse, gezellig keuvelend over alles wat met kunst en muziek te maken had. Zelfs onbewust ben ik iemand die gefixeerd is op patronen en regelmatigheid en plots maakte ik de opmerking dat de bedelaars in een zigzag-patroon om-en-om door de hele straat zaten in houdingen die leken op van die oude beelden uit de kerken. Mijn Maestro antwoordde dat het inderdaad poses waren en ik er vanuit kon gaan dat dit geheel georganiseerd en best een schande was.

De goede man had een halve wereld gezien, was vroeger koster en had daardoor een mensenkennis waar ik fier op zou zijn. Zo iemand geloof je en zulke momenten blijven ook bij, zeker bij het wandelen door de stad wordt er aan gedacht. Het is onvermijdelijk om het niet te zien en ondervinden, op de markten zie je de mensen met hun bekertjes zitten. In slagorde, om-en-om, maar niet in een zig-zag patroon. Daar lenen de smalle paden zich niet voor.

De vrouwen hebben allemaal hetzelfde bordje met maar één verschil: het aantal kinderen wat ze hebben. De mannen zitten altijd aan de uiteinden van de paden, de vrouwen op de kruispunten in het midden en aan de zijkanten. Eén ding behoort niet tot de patronen en dat is de man die deze mensen afgaat, het geld wat ze gekregen hebben moeten ze afgeven. En het viel op dat wanneer de hoeveelheid hem niet aanstond, hij behoorlijk fel en grof tegen ze tekeerging.

Nu snap ik het geheel plots veel beter, namelijk het feit dat deze mensen “in dienstverband” het winkelende publiek geld proberen af te troggelen middels manipulatie en “overkill” en dit dan afgeven aan iemand die nooit tevreden is. Wat is het verschil met de kramen en vooral winkels in de stad? Beide ondernemingsvormen lijken verdomd veel op elkaar en zijn dan ook, naar mijn mening, even legitiem.

Ik hoor heel vaak dat bedelen niet kan in een rijke maatschappij als de onze, maar is dat wel helemaal correct? De samenleving als de onze is hiërarchisch, waarbij vele kleintjes de groten voeden en voorzien van puissante rijkdommen. Iedereen brengt in, op wat voor manier dan ook, zodat deze behoorlijk onevenredige verhouding in stand blijft. De mensen die moeten bedelen voor hun geld, georganiseerd of niet, staan in principe op gelijke voet met al die kleintjes.

Wij zijn niet meer of minder dan hen, omdat hetzelfde principe op ons van toepassing is: middels onderwerping, mentale en fysieke ongemakken die het gevolg zijn incluis, proberen te overleven. En de mentaliteit van “de ophaler” is in principe hetzelfde, met dien ten verstande dat bij ons niet zo snel een aframmeling of scheldpartij volgt op een mindere prestatie. Daar hebben chantage en psychologische druk als wapentuig de voorkeur, al denk ik dat het bij onze bedelende medemensen er nog eens bijkomt, maar dat terzijde.

Zo beschouwd leven we eigenlijk maar in een samenleving van dreiging, angst, hebzucht, egoïsme, pijn, verdriet en haat. Flink negatief klinkt het, maar je weet maar al te goed dat we vaak het hoofd afwenden bij het benaderen van een kleine glimp ervan. Ontkennen we daarmee onze waarneming of ons eigen bestaan? Dat is een vraag die wel meer mensen zich stelden – het antwoord is gewoon beiden en maakt het inderdaad een schande.

Natuurlijk is het niet allemaal zo zwart als ik het heb beschreven, het voelt toch niet zo, maar leef eens een tijd buiten de maatschappij en bewonder mijn gelijk. Gooi er nog een berg ervaringen vanuit diverse eigen perspectieven, van arm tot gegoed, bij en je zult merken dat het niet is zoals we het liefst geloven. Dan is er hoop, iets wat we ook door geloven hebben gekregen, want het kost immers maar weinig energie om te denken dat het allemaal wel beter wordt dankzij niet bestaande of bewezen krachten.

Geld geven is niet de oplossing, zo doorbreken we niet hun armoede en zullen ze alleen maar meer onder dwang en dreiging moeten doen. De kans ontnemen om te vragen om geld, maakt hun leven meer miserabel en dat van ons niet achtenswaardig. Evenmin door de mensen te negeren, iets waar ik mezelf soms op betrap, valt hier iets aan te doen. Toch is het niet schrijnend of hopeloos.

Een kleine verandering in denken en vooral handelen kan niet alleen de mensen die niets of minder hebben helpen. Zo snel mensen echt weten dat ze gelijken zijn, is de drempel van schaamte verdwenen. Tel daar een flinke toename in mededogen bij op en we zijn op de goede weg. Boeddhisme in een notendop. Dat is overigens een levenswijze, geen religie, zodat het wel toepasbaar en dienend is, in tegenstelling tot al die onzin die toegejuicht wordt en niets meer omhelst dan een corrupte ideologie. Deze, niet mis te verstane, mening wekt misschien de indruk dat ik een atheïst ben, maar je mag rustig weten dat ik zelfs het atheïsme als religie beschouw en daarom verafschuw.

De mensen die bedelen zijn, net als iedereen, het slachtoffer van een maatschappij en cultuur die berusten op voortgang, niet vooruitgang. Maar wie ben ik? Geenszins een goeroe of meester in de wijsbegeerte, laat staan dat ik weet waar de mosterd vandaan komt (de koelkast?).

Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,Gedachten and have No Comments

Nog wat foto’s…


Bij het voorbereiden van een opdracht wil het wel eens voor komen dat jullie antiheld wat liefde nodig heeft. En het liefst van een engel. Soort van. Doktertje spelen maakt van die behoefte integraal deel uit.


Winkelpui van “Tops” in de Lange Muntstraat te Gent. Komend weekend wordt het geheel afgewerkt met een kader en de details in de tekening zelf. En de baas van de winkel is heel blij. Wat mij weer verheugd, natuurlijk. (Een foto reeks van de opbouw en de gebeurtenissen er rond volgt komende week)


“Eros” door JerOne op de Interbeton te Gent. Brute spot, zeer gave muren en één van de mooiste halls of fame van Gent. Kings and Invite Only!


“Eros” door JerOne, Characters door Siska. Frisse ontmoeting met iemand wiens blackbook de onze compleet om de oren slaat. Die dame kan echt heel sjiek tekenen. Respect!

posted by Maternitus in Alchemyst,Schilderen and have No Comments

Nestor en de zin van het bestaan

Het uitbrullen van lofgezangen voor om het even welk evenement is net zo tijdelijk als dat de herinnering eraan zal zijn. Nog wat na suizend in de oren neurie ik het laatste lied van de band die even tevoren de laatste noten speelde van een muzikant van generaties geleden. Melancholie zonder verdriet, toen waren tijden beter. Nu is het niet veel anders, zo zal blijken wanneer de grijze haren van de generatie na de mijne dit beamen middels gejuich en het knoeien van gerstenat.

Dat ouder worden de kenmerken van gebreken met zich meedraagt, mag de pret niet drukken en roept nogmaals om een vlaag van ontkenning door te dansen op manieren die zelfs de jeugd zal erkennen als acrobatisch. Nee, mijn beste, geen paaldansen deze keer, laat staan de bewegingen die doen vermoeden dat er een flink voltage door het lijf wordt gejaagd. Voetje naast voetje, het hoofd wat meedeinend op het ritme van de hippie-rock. Een uiterste is snel daar bij het verstrijken der jaren.

Numeriek noemen ze me middelbaar, het gezaag en de quasi-wijsheden worden gezien als dat van hen die nog op beren joegen. Ouder worden heeft zo zijn aardigheden, kan ik je vertellen, maar dat is een overbodigheid, een retoriek zoals ze dat alleen kennen in het land van mosselen en toeristen uit contreien die men vroeger liever niet wenste. Tijden veranderen, mensen niet. De huid verwordt immers tot een dusdanig rimpelige zak die het ook was bij de geboorte.

Al speurend tussen de woorden en wijsheden van andere oude zakken, kwam ik op het idee er maar iets over te schrijven. Niet als klaagzang over verstijfde spieren en geenszins als laatste poging de jonge maagden naar dit kasteel vol kleur en pietluttigheden te lokken. Welnee, terugkijken heeft alleen nut wanneer er niets meer vooruit te zien valt. En dan nog valt er te hopen op een extra jaartje of wat, aannemende dat het bijproduct van aaneengeregen neuronen een eeuwig bestaan is beschoren.

Opvallend aan het statistisch halverwege zijn, is het vergelijkend warenonderzoek dat constant plaatsvindt. Wanneer blijkt dat de numerieke waarde van een medemens die van mezelf niet ver ontloopt, volgt enerzijds een lach en anderzijds een bewust zwijgen. Het is niet netjes om te zeggen dat het proces van opdrogen voor jouw gunstiger uitvalt dan de verzameling uitgezakte kwabben naast je. Hoe ik het ook wend of keer, mij zal hetzelfde lot ten deel vallen. Is het niet middels zwaartekracht en opeenhoping van lichaamsvocht, dan zal het zich vast wel via een sluikse omweg van ziekenhuis bezoeken presenteren.

Het mooiste voordeel is het doorgeven van tradities, gewoonten en vooral kennis. Wat daarbij het meest in het oog springt, is de in de lucht wijzende vinger. Soms vermanend, soms waarschuwend, worden duistere tijden aangekondigd bij een nieuw idee of een perspectief dat niet het mijne is. De kunst van het doorgeven is dat die nieuwigheid gezien wordt als een prematuur gevolg van de lessen die nog komen. Eigen ervaring is nog altijd de beste leermeester.

Inderdaad, het vallen en opstaan dient door te gaan, tot de builen en schrammen niet meer te tellen zijn. Tot men al tanden spuwende, heus waar, inziet dat ook een les verder kan dragen dan het initieel bedoeld was. Waar houdt het op en waar begint het? De eeuwige vraag die dat zal blijven en toegepast wordt op elk fenomeen in dit aardse bestaan.

Wanneer dan een paar ogen vragen om een leidende hand, rest mij niets anders dan deze aan te reiken. Vol lof en overtuiging en hoop dat ze het beter doet dan jij en jouw voorgangers ooit deden. Ik zie het als een ouderschap wat vrijwillig en zonder hulp van de natuur gekozen wordt. Een zaligheid die niet veel mogen ervaren, zeker niet wanneer het om een roeping gaat die van binnen zit. Het aanleren van om het even wat is eenvoudig, het doorgeven van dat wat je zelf met moeite hebt verworven gaat soms tandenknarsend. Een dienblad vol lekkernijen en aantrekkelijkheden wordt leeggegeten alsof er de honger is van een totaal, en bewust, vergeten continent.

Trots als een oude aap met veren in zijn reet vertel ik het aan hen die het wel of niet willen horen. De vordering daar, de overgenomen wijsheid hier, elk detail is een glorieus moment. Maar wat vooral opvalt is de drift om zelf beter te presteren, immers, een meester dient dat ook te blijven. Goed voorbeeld doet goed volgen, de spreekwoorden en gezegden maken hun entree. Bij elke nieuwe grijsheid verschijnt er een andere taalkundige spitsvondigheid uit de kerkers van het voorbije. Samenvattingen die ze ook zo in elk woordenboek terug kan vinden, maar liever uit jouw mond hoort komen. Je rond spattende kwijl verwordt tot wijwater en het liefst met kubieke meters tegelijk opgeslurpt.

Gezonde gretigheid die vroeger de jouwe was, belaagt je vanuit hoeken die lang vergeten zijn. Hoe handig is een geheugen dan? Het komt van pas, maar de vaak opgezochte vergetelheid zorgt ervoor dat de herinneringen als avonturen klinken die menig held siert. Het geeft een idee van waarde en middels het theatrale is er zekerheid dat het wijze blijft hangen in die kluwen niet gesponnen en niet geweven grijze massa. Weer een leidraad gemaakt.

Daar zit precies de gewenste nut waarnaar we ons ganse bestaan naar op zoek zijn. Door een stuk van jezelf, onbaatzuchtig, te geven, zorg je ervoor dat die gift ooit op een dag aan een volgende geschonken wordt. De continue beweging van het bestaan uit zich niet middels een fysieke presentatie, maar door een alsmaar veranderende wijsheid. Aangepast aan de drager, weliswaar en steeds verder vervagend, maar toch.

Zou het een angst zijn om vergeten te worden? Of is het de liefde voor hetgeen doorgegeven wordt? Beiden en niet in gelijke mate. Hoe groter de angst, des te dover het oor. Alleen ware liefde wordt gehoord, in tegenstelling tot dat wat gevreesd wordt. Het is een passie met een drang naar eeuwigheid, de eenzaamheid verborgen onder een kleed van lachbuien en de onoverkomelijke traan.

Wat doorgegeven wordt is een gevoel, een beeld van bestaan, een visie of eigen interpretatie van iets wat toch nooit begrepen wordt. Een talent is de zelfbenoemde goddelijkheid, iets wat arrogant en zeer soepel afgedaan wordt als zijnde de normaalste zaak ter wereld. Geef mij dat verhevene maar: die arrogantie, hoe klein ook, mag er zijn mits ernaar gewerkt wordt.

Wat een oude man en een jonge vrouw dan delen, ontstijgt de liefde voor het vleselijke en laat alle prikkelingen van het aardse achter zich. Het heeft totaal niets van doen met dat wat wordt geacht als zijnde de normale gang der zaken. Wanneer een band als deze ontstaat, kun je het prima aanvoelen. Een oer-instinct, een drang om alles te geven met hetzelfde tempo dat het gevraagd wordt. Wijsheid is het niet. Het is puur de wil om te overleven. Te helpen. Iemand te zijn voor een ander.

Een betekenis voor het eigen bestaan?

Tot later of tot ooit,

Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,Gedachten,Schilderen and have No Comments

Hints, dates en sluikreclame

Wat ben ik blij dat ik vrienden heb. Ondanks het leuke werk waren afgelopen dagen, eigenlijk twee weken, behoorlijk aan de rottige kant. Na de Spaanse furie had ik de smaak te pakken en wilde eens zien of het fruit van eigen bodem ook zo goed te pruimen was. Neem een limoen, proef hem en doe de zure nasmaak maal “duust”. Dan is het fijn om je gal te kunnen spuwen.

Mijn zuster zal trots op me zijn, omdat ik zonder een naam te noemen, of enige godslastering te bezigen, te kennen geef dat deze lokale deernen toch niet die klasse hebben als wat ze zelf eisen van een man. En zeker niets te bieden hebben als tegenprestatie van hun wensenlijst. Die Spanjaarden lijken wel van een andere planeet te komen, bij wijze van spreken. Maar dat is ver weg en dient de horizon wat verbreed te worden op een andere manier.

Het is zo jammer dat hier geen Indonesische dames wonen. Die hebben pas klasse, zijn (en blijven) heel mooi, kunnen wel koken, hebben smaak voor kunst, zijn slim en vinden het absoluut niet erg dat je de afwas een uur later doet. Och, ze spreken en schrijven zelfs nog in goed Nederlands ook. Zo tussen neus en lippen door. Zonder moeite.

Wel, ik durf te zeggen dat ik dat ook kan, ben en heb. Mijn ijdelheid gaat alleen over het intellect. Wat op zijn beurt niet veel is en me bijna vrij van die hoofdzonde doet zijn. Oh ja, en ik ben natuurlijk niet Indonesisch en vrouw. Dat terzijde, stelletje wijsneuzen. Ik kom in de hemel op deze manier. Best vreemd dat je voor het zevende niveau zo hard meer moeite moet doen in deze barre tijden van crisis, wanorde en scheefgetrokken gelijkwaardigheid.

Ik weet waarom dat het glazen plafond bestaat. Dat is omdat de drempels veel te hoog opgeworpen worden. Zie het als terug pesten. Het hele model van onze samenleving verpakt in een steekspel tussen de twee seksen. En in het geval van deze jongeman nog internationaal ook. Zou zoiets ook betaald worden? Zo gauw amper geschoolde voetballers en zo dit doen (internationaal gaan), zijn ze rijk. Is er een drempel minder.

Maar goed, de vrienden. D’n Michel belde precies op het moment op dat ik dacht aan tragedies gelijk Romeo en Julia. Veelbelovende verhalen met het meest droevige einde wat de mensheid maar kan overkomen. Oké, iets minder overdreven.

Hij vroeg of ik zijn laatste werk wilde horen. Zeker te weten. Die jongen is de laatste tijd zeer goed bezig en een schoen van mij heeft daaraan bijgedragen. Net zoals ik gisteren, had hij een maand geleden een trap onder zijn gat nodig. Beetje motivatie, zeg maar. En het bleek hard genoeg te zijn geweest, want de muziek klonk echt heel beestig. Wanneer de single klaar is, wordt hij hier als eerste gelanceerd en kunnen jullie het zelf eens horen.

Enkele uren later besloten we te gaan wandelen en een koffie doen op een terras. Het leven kan immers niet alleen uit werken en serieus doen bestaan. Dat weten ze hier in Gent maar al te goed, zodoende was het niet moeilijk om het terras met de lekkerste chocochino van de stad te vinden. Het Spijker naast het Vleeschhuis voor hen onder jullie die hier wonen of plannen de regio nog eens aan te doen.

Natuurlijk gingen de gesprekken over beider amoureuze slagen en falen van de afgelopen periode. In deze tijd van het jaar gonst het in de stad en wordt “rokjesdag” gewoon lente genoemd. Niks anders dan zon de laatste maanden. Om een goed gesprek, noem het een dialoog (hint), te kunnen hebben, dien je de onderwerpen vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Eerder kun je niet tot een goede conclusie komen.

Twee terrassen verder kregen we wat honger en weer diende het gemak zich aan. Thaise wok op vijf minuten lopen afstand en passend binnen ons, blijkbaar lage, budget. Mijn familie en ik komen daar al zo lang en vaak (is het niet, Hobbybob?), dat we bestek met eigen initialen krijgen, de rode loper uitgerold zien worden en het personeel huilend en schreeuwend aan onze broekspijpen hangt wanneer we voldaan weggaan. Nadat we glimlachend betaald hebben, uiteraard.

De werkwijze is niets bijzonders. Je komt binnen, neemt plaats, bestelt drinken en loopt naar een klein buffet vol verse groenten. Je schept dat op een bord, zoveel je wilt of dat er kan blijven liggen. En ze worden niet boos over “boven de één meter hoog” opgestapelde frisheid. Integendeel, het lijkt wel of ze het aanmoedigen. Je kiest er een saus, vlees, vis en/of vegetarisch alternatief bij en de kokkin, echt een lieve, roer-bakt het geheel tot een gezonde, lekkere maaltijd. In nog geen tien minuten wordt het eten aan de tafel geserveerd en dan snap je wat ik bedoel met goed kunnen koken.

Och, natuurlijk, de kokkin is een lieve voor een keer, omdat ze de enorme pijnen in mijn hart zag. Ik kreeg serieus veel vlees bij het maal en terecht. De gekrenkte ziel diende aangesterkt te worden.

Al terug lezend, krijg ik het idee dat het een verkapte reclame is voor Gent en omgeving. Dat is helemaal niet nodig. Heus. Weet heel de wereld dat het hier goed toeven is en er voor elk wat wils te zien, kopen, halen, beleven of vinden valt.

Zo. Weer vijf eurocent verdiend voor dat pak uit de etalage van die Armani winkel. Of een extreme make-over tot Griekse Adonis met twintig penissen, joekels van spierballen (maat meloenen?) en de hersencapaciteit van een flinke buslading Einsteins en Bohrs bij elkaar.

Of gewoon voor een volgende poging in het land van de liefde.

Tot later of tot ooit (in Gent, die mooie stad),

Maternitus.

PS
De foto’s van het project in Het Volkshuis volgen wanneer het ganse werk af is. Het brengt blijkbaar ongeluk om er al mee te patsen bij de dames waarmee je uitgaat tijdens de schets-fase. En daarom vertroetelen Iris en Yvan mij een beetje met lekker eten en enorm veel plezier. Nog een goede dag met zon en dan is het af. Bijgewerkt, strak getrokken, klaar voor een zomer vol muziek, dans en wilde exotische feesten. Gewoon even chillen? Er zijn tafels voor twee.
:-D

posted by Maternitus in Alchemyst,Algemeen,De dromenjager,Gedachten,Schilderen and have No Comments

Para Ondiz

“Je gezicht verandert helemaal wanneer je aan het schilderen bent, alsof er een soort van hogere vreugde over je heen komt. Het is fascinerend om je bezig te zien. Ik zou niet zeggen dat je concentratie-problemen hebt wanneer je met een kwast en spuitbussen in de weer bent.”
“Nu kan ik mezelf niet zien, maar het is een feit dat tijdens het schilderen een heel ander gevoel in mijn lichaam komt. Niet echt zweven, maar wel losgekoppeld van de omgeving, een eigen wereld waar ik binnentreed.”

Een uur of twee daarvoor stond jullie held nog volop te werken in het Gentse en was de dame, waarmee dit gesprek werd gevoerd, gewoon één van de toeristen. Nu is het een Spaanse furie met een goed afgeronde universitaire opleiding, een zeer gedegen kunstkennis, lust voor filosofie en een bovenmodale interesse in graffiti. Toen ze de steeg binnenstapte, op zoek naar de bron van het luide lachen, was ze niet meer dan een zeer mooie glimlach met een engelachtige gloed.

Snel veranderde ze in een spraakwaterval, verlegen om wat menselijk contact en warmte. Het per ongeluk aanraken liep beetje bij beetje over naar even knuffelen en vastpakken. Dat is best aangenaam na een dag schilderen en anderhalf jaar op een droogje zitten, om maar gelijk met de deur in huis te vallen. Maar goed, tussen al die duizenden mensen die de schilder spektakels komen bekijken, zit eigenlijk nooit iemand die durft te vragen aan een wildvreemde welke liefde de voorkeur heeft: voor een vrouw of kunst maken. Ze schrok niet eens dat mijn antwoord het laatste was. En is.

Natuurlijk is de kans nihil dat een intiem samenzijn als dit verdere gevolgen heeft voor de toekomst, dat wisten we allebei, dus moest het onderste uit de kan gehaald worden. Het werd dan ook een date volgens het boekje: wat gelegenheden bezoeken, veel, heel veel, babbelen en vooral grenzen aftasten. Sommige clichés als “brr, het is wat koud” negeerde ik compleet. Mijn jas blijft aan mijn lijf en zeker weten doe je het nooit met die Spaanse dames. Misschien verscheuren ze je wel ter plekke als je ze stevig omhelst tijdens de nachtelijke dwalingen.

Iets wat me opviel en ergens niet begrijp is dat wanneer je uitgaat met een leuke meid waarmee het goed klikt, ineens wel alle vrouwen naar je kijken en zelfs aanspreken. Ook die hele mooie. Is een man met een zeer schone en welbespraakte intelligente dame aan zijn zijde ineens veel waard? Of kunnen ze het niet hebben dat op dat moment een andere vrouw iets heeft waar ze zelf te arrogant voor waren om te zien? Bijna honderd procent van de keren dat ik uitga en diezelfde dames tegenkom, gunnen ze me geen blik waardig en nu zitten ze allemaal te gapen.

“Rot op” of een vieze blik kan ik me niet permitteren, immers, ik blijf hier en de Spaanse gaat weer terug naar haar Baskenland. Toen ik afscheid nam ergens diep in de nacht, vroeg ze of ik geen zin had om eens naar haar stadje te komen. “Betaal je reis en de rest is gratis: eten, drinken, slapen en uitstapjes naar waar je wilt.” Kijk, dat bedoel ik nu met “de vrouwen het werk laten doen”. Sinds mijn revolutionaire besluit om nooit meer een vrouw te versieren, werd het leven een stuk makkelijker. Rustiger, veel rustiger ook, maar goed, dat terzijde.

Ik weet niet wat ik ga doen, want ook al kost zo’n reis niet veel, het geld voor schilderen is momenteel zeer hard nodig. Veel van de projecten die ik nu doe, worden van een behoorlijk schamel inkomen betaald. Maar zo’n reis zorgt wel voor nieuwe impressies, inspiratie en eens een keer flink van de grond gaan is ook geen overbodige luxe. Maar dat kan ook hier. Ik hou er niet van om ver weg van mijn meisje te zijn. Niet uit luiheid, maar als deze man een knuffel en wat warmte nodig heeft, wil ‘ie dat zo snel mogelijk binnen bereik hebben. Dat komt door het impulsieve karakter.

Een relatie waarbij reizen de hoofdzaak wordt om mee bezig te zijn, is niet aan mij besteed. Natuurlijk kennen liefde en aanhankelijkheid geen grenzen, maar denk eens in: zulke dingen hebben vaak zeer grote gevolgen die niet altijd even goed kunnen aflopen. Een verhuis naar een ander land is dermate intensief voor de geest dat ik het na twee keer wel gehad heb. Ook wil ik niet iemand hebben waarbij ik me niet volledig kan uitdrukken door taal. Zeker wanneer de moedertalen zeer verschillen en de kennis van het Engels niet evenredig is verdeeld. Ook voor de ander is het moeilijk en dat is een woord wat ik niet graag hoor bij dit soort dingen.

De meeste vrouwen zeuren op de eerste date over problemen. Die strekken van onverwerkte liefdes tot een nieuwe lipstick, maar het kan elke date zeer verpesten en legt zeker geen grond voor een duurzaam iets. Geen enkele keer hoorde ik het tijdens het uitgaan met haar. Niks gezaag over wat voor niet-probleem ook. Ze vond zichzelf niet creatief en leek wat jaloers daarover. Dat was de enige keer dat ik even doorvroeg naar dingen die ze maakte. Het decoreren van confituur potjes was voor een paar minuten een goede stap in de richting van meesterlijke expressie. Ze vond me een goede denker. Ik vind dat nog steeds.

Het is best vreemd wanneer je deze woorden leest. Een mengelmoes van analyse en erg ingehouden vreugdekreten lijken verwarrend. Wel, mijn beste, moet je deze hersens eens hebben. Geboren in het jaar van de hond begrijp ik als geen ander hoe het is om een vette kluif voorgehouden te krijgen en het vervolgens weg te zien gaan. Het zijn geen tranen die ik laat, want de energie zindert te hard voor enige negativiteit. Het is een vertwijfeling, een soort van desolaat gevoel zonder een verlies.

Om het hardst roep ik altijd dat er geen tijd voor al die onzin is, dat vrouwen onbetrouwbaarder zijn dan een varkensharen penseel. Misschien ontbreekt het me wel aan lef en geef ik geld de schuld van alle passionele miserie in het leven. Of houd ik me teveel vast aan de goede herinneringen. Toen. Het wordt tijd dat het verleden alleen als les wordt gebruikt, dat een mooie tijd verwordt tot een bladzijde uit een boek waar menigeen jaloers op zal zijn. Niet dat ik zo zelfzuchtig ben of graag een legacy wil nalaten, maar als elk mens uniek is, moet ‘ie ook iets wat uniek is doen. Meute gedrag kan altijd nog in een volgend leven. Alsof.

Ik neem eens een flinke hijs van de pret-sigaret. Die is helemaal verdiend na zulke emotionele en intensieve weken. Van valse hoop tot artistieke explosies, van ultiem geluk tot geveinsde leegtes, het heeft allemaal weer een plaats nodig. Steeds vaker beginnen ervaring en het leven in vormen en kleuren elkaar te beïnvloeden, te inspireren. Alsof elk werk het dagboek aan het worden is en de woordenschat verlaat.

Afgelopen nacht is er veel gepiekerd over al wat er gaande is. Beetje bij beetje begint een doel te klaren, vormen er grenzen waarbinnen gespeeld kan worden naar hartenlust. Het leven is aangenaam wanneer je beseft dat elke keuze, hoe gek of slecht ook, uiteindelijk de beste is. Het is maar net hoe je ermee omgaat en hoe hoog je lat ligt. Dat bepaalt wat de volgende keuze gaat zijn. Maar goed. Het riekt naar een afdwaling van de eigenlijke reden waarom dit vehikel voor vervlogen dromen geschreven werd.

De liefde. Daar was ik over bezig. Ik walg ervan, maar tegelijk is het wat de klok doet tikken. Ik hou ervan, ondanks dat het uiteindelijk toch alleen maar verloren tijd blijkt. Contradictio in terminus. Alles zelf kunnen of het willen en telkens het hart van een ander nodig hebben om je droom te kunnen voltooien. Parasiterend. Toegelaten jezelf laven aan een emotie die er geen is. Feromonen, hormonen, pure chemie die voor al de zottigheid zorgt. Voeg wat elektriciteit toe en het wordt een gevaarlijk mengsel.

Tot later of tot ooit,

Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,Gedachten,Schilderen and have No Comments

Mededeling

Sinds zaterdagochtend ben ik afhankelijk geworden van de bibliotheek wat betreft internet. Dat krijg je ervan als je probeert mee te surfen op alle open verbindingen die er maar in de buurt zijn… Dat krijg ik er ook van om “zaken” te doen met instanties en personen waarvan ik eigenlijk al wist dat ze niet over de brug zouden komen.

De weblog, Facebook en Hyves bekijk ik vanaf nu nog maar eenmaal per week, hetzelfde geldt voor email. Voor echt belangrijke dingen kun je altijd nog sms gebruiken of even bellen…

Aanstaande zaterdag heb ik plotsklaps een gaatje in de agenda gekregen en heb wel zin in een jam of iets anders tofs. Een ander gaatje wat zo in de agenda is geslopen, is 8 mei aanstaande. Ik begeef mij niet meer naar het festival wat op deze site menigmaal is besproken. No money, no honey.

Er staan nog zeker vijf jams op het programma de komende maand en ik ben benieuwd welke dat er leuk gaan zijn. Hopelijk met minder zever als die ene waar ik niet meer naar toe ga.

Tot later of tot ooit,

Maternitus.

PS
Als opdrachtgevers nu eens zouden betalen, dan zou thuis internet en een betere voorraad schilder spullen hebben geen probleem zijn. Dus: merci voor de gebakken lucht en de wortels voor de neus.

posted by Maternitus in Alchemyst,Algemeen,Schilderen and have No Comments