Blauw, roze, roste
“Verlatingsangst. Bindingsangst. Liever niet knuffelen. Waarom zeggen dat ik mooi ben. Het is te heftig voor me. Nog nooit heeft iemand me zo lief behandeld. Je verstikt me. Je bent te enthousiast. Mijn hand vasthouden op straat vind ik erover. Eén dag in de week elkaar zien? Zo vaak?”
Natuurlijk kon de klassieker niet ontbreken: “Jij bent het niet, ik ben het.”
Nee. Zo simpel kan het ook, in plaats van een betoog. Je hebt met een man van doen. En moest dat nu zoveel dates kosten, even niet over de moeite en het geld gesproken? Dat die ganse paragraaf uit één vrouw moest komen, is nog wel het meest verbazingwekkend van al. Ja, ik date regelmatig en hoor nog wel eens wat onzinnigs, maar zoveel ineens?
Dan gaat een man op zoek naar zijn vriendinnen en vrienden, eens horen wat hun daarvan vinden. De vrouwen onder hen vinden dat ik meer genuanceerd moet nadenken, de mannen geven me gelijk. Eentje durfde zijn vriendin niet tegen te spreken. Dat helpt me voor geen meter verder. Trouwens, dat genuanceerde denken zit er al van jongs af aan in, al wordt het eenvoudige denkmodel “zwart-wit” vaker gehanteerd.
Eén van mijn allerliefste vriendinnen adviseerde me, geheel in de trend van een kleur-consulente, dat ik de wereld zo nu en dan eens door een roze bril moest bekijken en daarover schrijven. De eerste vraag luidt dan ook: “Hoe, als je onzin zoals uit de eerste paragraaf tegenkomt? In één keer?” Dan zit ik te tandenknarsen, luister naar flink goede metal muziek, wordt het schilderen veel wilder en de verwarring alom groter.
Het duurde veel te kort voor liefdesverdriet, maar te lang om het zomaar te negeren. Verliefd worden is een spel van feromonen en het verliezen van het gezonde verstand. Hij schildert, zij rijdt langs. Vier keer. Eerste date zesentwintig uur, de tweede achttien, de derde werd een rustdag en de vierde bijna een slachtpartij. Dat riekt naar een neergaande lijn. Hoe komt het toch dat me dat niet opvalt zo halverwege date nummer één?
Mooie ogen, lekkere kont, vuurrood haar en een tedere mond. Dat zorgt daarvoor. Dan blijkt ook nog eens het vermoeden van een goed hart en oplettende geest en je zit zo aan date twee. Tip voor de heren na mij: kook alsjeblieft iets ranzig. Teveel zout, ferme kletsen sambal en een zwart randje aan het vlees en de patatten. Ik kan niet ranzig koken, dat is nu eenmaal zo. Het kan op elke manier tegen je keren, dus waarom de moeite doen?
Nu weet ik niet hoe het andere mannen vergaat, maar werkelijk elke date is er “het tranendal moment”. Dan wordt er iets heel droevig verteld, met als gevolg tranen bij de vertelster. Meestal zijn dat kleine trauma’s of mislukte keuzes in het leven, ieder mens maakt wel iets mee. Maar wat is het toch? Eén van de test-methoden om te achterhalen of een man gevoelig is? Gewoon vragen, scheelt tijd.
Daarna komt die bril, alles is plots fuchsia en doet een beetje pijn aan de ogen. Wel wat saai voor een schilder die meer kleuren gewend is. Enfin, we zullen zien of het werkt. Nu alles vrijwel identiek is van kleur, begin ik mij af te vragen wat nu werkelijkheid is. Dat van die roze bril of die van mijzelf? Ik geef de voorkeur aan die van mijzelf, omdat de diversiteit groter is. Natuurlijk gaat het over een meer optimistische kijk op de wereld, maar je moet het echt eens proberen. Een middag door de stad lopen met zoiets op de neus. Heel gek.
Het moest er even uit, dus sorry voor de dames die niet op een dergelijke manier omgaan met een man. Maar wat ik me wel afvraag, is hoe het toch komt dat mensen zo bang zijn geworden voor de liefde. Druist het in tegen een huidige moraal of ethiek om gek op iemand te zijn? Is het strafbaar om genegenheid te tonen? Die angst heeft zelfs al namen gekregen, wel, verwacht het als mentale ziekte binnenkort.
“Waarom zit jij hier?”
“Liefde voor mooie dingen maken en verliefd zijn.”
“Shit, ik vraag een andere kamer aan. Jullie zijn van het ergste soort! Ga weg, satan, addergebroed, hel en zwavel! Help!!”
Zover zal het wel nooit geraken, maar je weet het nooit. Druk zijn kan tegenwoordig ook al betekenen dat je voor het leven getekend bent en halfdood gegooid wordt met medicijnen (lees: knalharde drugs).
Die gekke bubbels zullen ooit alle angst en de inbeeldingen ervan weghalen; misschien niet bij de ware, maar wel bij de goeie. Zo bekijk ik het en dat geeft vreemd genoeg een hoop.
Volgens dezelfde vriendenkring is het hart groot genoeg en is er ruim plaats voor een lieverd naast de kunst. Daar houd ik het maar op en probeer hem eens uit als nieuwe openingszin.
Op naar de Gentse Feesten. Oh, daar woon ik vlak naast.
Maternitus.
Hints, dates en sluikreclame

Wat ben ik blij dat ik vrienden heb. Ondanks het leuke werk waren afgelopen dagen, eigenlijk twee weken, behoorlijk aan de rottige kant. Na de Spaanse furie had ik de smaak te pakken en wilde eens zien of het fruit van eigen bodem ook zo goed te pruimen was. Neem een limoen, proef hem en doe de zure nasmaak maal “duust”. Dan is het fijn om je gal te kunnen spuwen.
Mijn zuster zal trots op me zijn, omdat ik zonder een naam te noemen, of enige godslastering te bezigen, te kennen geef dat deze lokale deernen toch niet die klasse hebben als wat ze zelf eisen van een man. En zeker niets te bieden hebben als tegenprestatie van hun wensenlijst. Die Spanjaarden lijken wel van een andere planeet te komen, bij wijze van spreken. Maar dat is ver weg en dient de horizon wat verbreed te worden op een andere manier.
Het is zo jammer dat hier geen Indonesische dames wonen. Die hebben pas klasse, zijn (en blijven) heel mooi, kunnen wel koken, hebben smaak voor kunst, zijn slim en vinden het absoluut niet erg dat je de afwas een uur later doet. Och, ze spreken en schrijven zelfs nog in goed Nederlands ook. Zo tussen neus en lippen door. Zonder moeite.
Wel, ik durf te zeggen dat ik dat ook kan, ben en heb. Mijn ijdelheid gaat alleen over het intellect. Wat op zijn beurt niet veel is en me bijna vrij van die hoofdzonde doet zijn. Oh ja, en ik ben natuurlijk niet Indonesisch en vrouw. Dat terzijde, stelletje wijsneuzen. Ik kom in de hemel op deze manier. Best vreemd dat je voor het zevende niveau zo hard meer moeite moet doen in deze barre tijden van crisis, wanorde en scheefgetrokken gelijkwaardigheid.
Ik weet waarom dat het glazen plafond bestaat. Dat is omdat de drempels veel te hoog opgeworpen worden. Zie het als terug pesten. Het hele model van onze samenleving verpakt in een steekspel tussen de twee seksen. En in het geval van deze jongeman nog internationaal ook. Zou zoiets ook betaald worden? Zo gauw amper geschoolde voetballers en zo dit doen (internationaal gaan), zijn ze rijk. Is er een drempel minder.
Maar goed, de vrienden. D’n Michel belde precies op het moment op dat ik dacht aan tragedies gelijk Romeo en Julia. Veelbelovende verhalen met het meest droevige einde wat de mensheid maar kan overkomen. Oké, iets minder overdreven.
Hij vroeg of ik zijn laatste werk wilde horen. Zeker te weten. Die jongen is de laatste tijd zeer goed bezig en een schoen van mij heeft daaraan bijgedragen. Net zoals ik gisteren, had hij een maand geleden een trap onder zijn gat nodig. Beetje motivatie, zeg maar. En het bleek hard genoeg te zijn geweest, want de muziek klonk echt heel beestig. Wanneer de single klaar is, wordt hij hier als eerste gelanceerd en kunnen jullie het zelf eens horen.
Enkele uren later besloten we te gaan wandelen en een koffie doen op een terras. Het leven kan immers niet alleen uit werken en serieus doen bestaan. Dat weten ze hier in Gent maar al te goed, zodoende was het niet moeilijk om het terras met de lekkerste chocochino van de stad te vinden. Het Spijker naast het Vleeschhuis voor hen onder jullie die hier wonen of plannen de regio nog eens aan te doen.
Natuurlijk gingen de gesprekken over beider amoureuze slagen en falen van de afgelopen periode. In deze tijd van het jaar gonst het in de stad en wordt “rokjesdag” gewoon lente genoemd. Niks anders dan zon de laatste maanden. Om een goed gesprek, noem het een dialoog (hint), te kunnen hebben, dien je de onderwerpen vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Eerder kun je niet tot een goede conclusie komen.
Twee terrassen verder kregen we wat honger en weer diende het gemak zich aan. Thaise wok op vijf minuten lopen afstand en passend binnen ons, blijkbaar lage, budget. Mijn familie en ik komen daar al zo lang en vaak (is het niet, Hobbybob?), dat we bestek met eigen initialen krijgen, de rode loper uitgerold zien worden en het personeel huilend en schreeuwend aan onze broekspijpen hangt wanneer we voldaan weggaan. Nadat we glimlachend betaald hebben, uiteraard.
De werkwijze is niets bijzonders. Je komt binnen, neemt plaats, bestelt drinken en loopt naar een klein buffet vol verse groenten. Je schept dat op een bord, zoveel je wilt of dat er kan blijven liggen. En ze worden niet boos over “boven de één meter hoog” opgestapelde frisheid. Integendeel, het lijkt wel of ze het aanmoedigen. Je kiest er een saus, vlees, vis en/of vegetarisch alternatief bij en de kokkin, echt een lieve, roer-bakt het geheel tot een gezonde, lekkere maaltijd. In nog geen tien minuten wordt het eten aan de tafel geserveerd en dan snap je wat ik bedoel met goed kunnen koken.
Och, natuurlijk, de kokkin is een lieve voor een keer, omdat ze de enorme pijnen in mijn hart zag. Ik kreeg serieus veel vlees bij het maal en terecht. De gekrenkte ziel diende aangesterkt te worden.
Al terug lezend, krijg ik het idee dat het een verkapte reclame is voor Gent en omgeving. Dat is helemaal niet nodig. Heus. Weet heel de wereld dat het hier goed toeven is en er voor elk wat wils te zien, kopen, halen, beleven of vinden valt.
Zo. Weer vijf eurocent verdiend voor dat pak uit de etalage van die Armani winkel. Of een extreme make-over tot Griekse Adonis met twintig penissen, joekels van spierballen (maat meloenen?) en de hersencapaciteit van een flinke buslading Einsteins en Bohrs bij elkaar.
Of gewoon voor een volgende poging in het land van de liefde.
Tot later of tot ooit (in Gent, die mooie stad),
Maternitus.
PS
De foto’s van het project in Het Volkshuis volgen wanneer het ganse werk af is. Het brengt blijkbaar ongeluk om er al mee te patsen bij de dames waarmee je uitgaat tijdens de schets-fase. En daarom vertroetelen Iris en Yvan mij een beetje met lekker eten en enorm veel plezier. Nog een goede dag met zon en dan is het af. Bijgewerkt, strak getrokken, klaar voor een zomer vol muziek, dans en wilde exotische feesten. Gewoon even chillen? Er zijn tafels voor twee.
Uitzicht

“Het zal een heel stuk later zijn, want ik ga deze jongen helpen. Hij heeft net een ongeluk gehad en lijkt een beetje in shock. Reken maar zeker op een uur of zeven dat ik pas afkom.”
Dat is fijn om te horen om 4 uur in de middag. Nu was het niet echt een erge ramp, want ik had een paar centen bij, het weer was prachtig en er liepen veel korte rokjes door de stad. Inderdaad: tijd voor een terrasje.
Een date hebben met Sophie is een zeer aparte ervaring.
En daar had ik nu 3 uur voor om over na te denken, dat wil zeggen, tussen het bewonderen van die mooie benen door. Sophie is een hond, net als ik en ook uit 1970, wat een vrij frappante combinatie oplevert. Ik ken meer meiden uit het honden-jaar, maar van een generatie later (dus twaalf jaar jonger), zelfs eentje van twee generaties later. Met die laatste date ik niet, uiteraard.
Het denken. Op veel mensen kan ik me enorm kwaad maken als ze een afspraak in de war sturen en die mensen zie ik vaak ook niet meer daarna. Toen ik op de Korenmarkt zat, dacht ik nog niet na over dit soort dingen, want het enige waarover gedacht werd, was het afwezig zijn van die gekke Italiaanse.
“Verdomme, ik zou dat niet doen. Beetje mensen helpen, nota bene ook degene die dat ongeluk heeft veroorzaakt. Maar jah, het blijven mensen, stelletje zwakkelingen. Het zal wel goed komen.”
Teleurgesteld voelde ik me wel, maar al die rokjes maakte het enorm goed. Daarom zijn, een aantal, vrouwen mooi: om ons mannen op terrasjes te laten genieten van die schoonheid. Waar ik iets op tegen heb, is van die vrouwen die graag hun plooien, kilo’s zware kwabben en meer van dat fraais in spandex willen showen aan de wereld. “Kijk eens hoe moddervet ik ben! Aanschouw mijn mismaaktheid met een af-knellende precisie!”

Nee. NEE. NEEEEEEEE!
Gauw terug naar de gedachten aan wat me te wachten stond. Of in ieder geval, wat ik dacht dat er zou gebeuren. Het was inmiddels half 8 en het was me beu. Een redelijk onvriendelijk berichtje stuurde ik naar haar en was vertrokken naar het Volkshuis. Daar waar het altijd leuk is. Daar waar niet alleen maar holebi’s en andere mensen zitten waar ik nooit een kans bij maak.
Bij binnenkomst riep Yvan me al toe: “Ge zou onderhand geld gaan geven om u te laten komen.” Betrapt. Ik was al even niet meer geweest. Sorry, lieverds, maar niet altijd laat de portemonnee het toe om het leeg te zuipen in uw taveerne. Ook al schenkt u Moinette en Arend. En, jah, Yvan, dat zijn bieren voor echte mannen, daar heeft u volledig gelijk in. Daarom drink ik ze ook.
Halfweg de zoveelste smerige mop over Belgen en Hollanders voelde ik een zachte streel over de rug heen. Zachtjes fluisterde een bekende stem in mijn oor: “Het spijt me zo erg. Ik zie je zo graag, maar ik moest wel. Het liep uit. Kun je me vergeven?? Alsjeblieft?”
Sophie.
“Ooooooh, schatje! Je bent afgekomen! Ik wist wel dat het zou werken met het berichtje! Even de mop afvertellen, dan ben ik de uwe.”
“Dus, wat is het verschil tussen een Hollander en een kikkervisje?”
“Uhm… kweenie?”
“Een Hollander blijft helaas een Hollander.”
Ze wreef zachtjes over de armen en bleef zich excuseren. Het ergerde me, want één keer is genoeg. Het is aan mij om te vergeven en de kans daarop vermindert bij het aanhouden en zagen erover. Je bent hond, je zou dat moeten weten van je teken, flippie. Dat excuseren ging de rest van de avond door. Ik snapte het niet: was dit slijmen of oprecht?
We gingen een half uur later op pad door de stad. Haar wagen, een fikse Xantia break, stond aan de Brugsepoort en gezien het weer werd het zwart rijden met de bus. Lijn drie heeft toch geen controleurs op dit tijdstip was de beredenering. En lopen was tever. Ik had immers al een pintje op en Sophie liep gans moe.
We reden terug naar mijn huis.
“Dit is niet de eerste keer dat we samen in een auto zitten, hè?”
“Nee, ik weet het. En weer een relaxte bak. Hoe doe je het?”
“Vraag niets. Het spijt me zo erg over vanavond, ik zou niet weten hoe ik het goed moest maken.”
“Ik weet wel een paar dingen, maar dat lijkt me te vlot. Maar toch, ik zal er eens over nadenken.”
Ze zette Massive Attack op, hoe toevallig vind ik dit ook leuk? Ze glimlachte naar me en reed, vrij ruw, door de chaos van Gent heen. Het is daar altijd chaos en het verkeer zeer gevaarlijk, maar allez, het is nog geen Parijs. Ik wreef haar over haar armen en dacht het mijne.
Nadat we bij de nachtwinkel het één en ander in hadden geslagen gingen we naar mijn huis. “Tsjezis, wat een berg afslagen. Is dit ook de weg waarlangs ik terug moet?” “Nee, schatje, je hebt het straks makkelijk, dit is een binnendoortje.” “Soit”
Eenmaal binnen heeft ze even wat gegeten, ze had nog niets op. Stevig contrast met mij, want ik degusteerde de ganse dag al. We gingen lekker in de zetels zitten en al excuserend, probeerde ze toch nog een gesprek aan te gaan. “Stop daarmee!” dacht ik, maar liet haar doorbabbelen, ze is immers mooi en Italiaans, daar kan niets verkeerds aan zijn. Toch?

“Wil je mijn kamer zien? Ik heb nu bloemen staan en ik wil je wat verf laten zien.”
“Zeker, maar daarna ga ik weg, ik ben moe.”
De deur gaat open.
“Oh, die roosjes, wat mooi! En nog meer schilderijen. Leef je of werk je hier?”
“Beiden.”
“Oh en dat schilderij en die… tsjonge, zo mooi… Kom eens hier.”
Ze trok de deur dicht en mij naar haar toe. Ik nam haar in mijn armen en zoende haar op het hoofd, iets wat ik een week eerder al bij een andere vrouw deed. Amai. Ik durfde niet meer, maar ze hield me steviger vast. Ze zoende in mijn nek en keek me daarna aan.
“Ik wil je geen pijn doen, jij bent een zeer gevoelig en lief mens.”
Ze zoende mijn mond en pakte me weer in haar armen.
“Je moet naar huis, je bent moe. En je doet me geen pijn, je geeft me rust en vreugde. Ik voel me man bij jou.”
“Ssshht. Zwijg. Ik zal gaan, het is inderdaad laat en morgen ga ik iets met de kinderen doen.”
Ik pakte haar vast en zoende haar nek eens terug. Ze had geen parfum op, maar ze voelde zo fijn, zo zacht, zo… bekend?
Op de oprit gaf ik haar nog een zoen en weg ging ze in haar auto. De lange, maar duidelijke weg terug naar huis. En ik vroeg me af, terwijl ze draaide op de oprit, of er ook geen lange en duidelijke weg is naar de toekomst. Natuurlijk niet, Maternitus, maar dat er een weg is, wist je al heel lang.
Zucht. En het uitzicht wat ik vooral had vandaag? Een salami, een pint en een pot mosterd.
Tot later of tot ooit,
Maternitus.
-
Categories
-
Blogroll
-
Meta