Nu het weer niet optimaal is om buiten te werken, moet de creatieve stroom binnen doorgaan. Schilderen wil momenteel niet lukken, muziek, wel, daar is het niet zonnig genoeg voor, dan rest me nog maar één ding: koken. Aangestoken door diverse vrienden en vriendinnen zijn de laatste weken doorgebracht in de keuken, leuke winkels en op de markt. Op jacht naar die ene smaak die op dat moment zo begeerd wordt, dat ene gerecht wat nog nooit of al heel lang niet is gemaakt.
Het kriebelt dan net zo hard als bij de inspiratie voor het schilderen.
Er is maar een keuken die mijn onverdeelde aandacht krijgt in die weken: Indonesisch. Al die smaken, texturen, kleuren en gekke namen, het lokt als de mooiste meid van Gent maar dan beter. Ik weet niet of de liefde net zo groot is als bij het verven, dat het er is, is zeker. Het is niet alleen de liefhebberij van lekker eten, het maken ervan is minstens zo aangenaam. En het heeft één voordeel op schilderen: hier kan ik na het werken zeker wel van genieten. Het is meer een moment, het heeft niet die drang naar eeuwigheid. Directe expressie, directe impressie en net zo direct opgeborgen in de grote kast met ervaringen.
Laatst vroeg, weer al, iemand of ik niet in een restaurant wilde werken. Nee, nee en nog eens nee. Dan raak ik de liefde kwijt, de vrijheid van het experimenteren en moet ik dingen koken die flets zijn, niet avontuurlijk en bovenal: de ganse dag hetzelfde doen. Dat verveelt.
Het mes wordt geslepen, een geluid wat je hier als eerste hoort bij de aanvang van de werkzaamheden en tovenarij. Afhankelijk van de gerechten hoor je erna een hoop gestommel in de kasten, met tussendoor het gevloek op klein behuisd zijn. Daarna wordt het altijd zeer stil. Focus. Dat is het moment wanneer ik alle tijdlijnen van de gerechten bij elkaar leg en volgordes ga berekenen. Dat lijkt dom, maar voor mij is het een sport om alles tegelijk klaar te hebben en geen dingen een tijdje te laten staan. Dat is foei. Dat is stout.
Voorbereiding is niet alleen het inkopen, maar bijvoorbeeld ook marinades, boemboes en kruiden samenstellen. Dat laatste wil nog wel eens gebeuren met de oelek (vijzel). Sommige kruiden zijn niet te verkrijgen in gemalen vorm, dus moet ik dat zelf doen. Hetzelfde geldt voor boemboes, die over het algemeen ook de oelek in mogen. Het heeft veel kracht en uithoudingsvermogen nodig en vergt techniek. Niet zomaar stampen, dat is voor de amateurs, het is een draaibeweging die tegelijk duwt. Hard duwt. Klinkt sexy bij nader inzien.
Dankzij al die krachttoeren ben ik zowaar slimmer geworden. Wie niet echt sterk is, moet goed kunnen snijden. Je kent vast wel een tafereel waarbij een kok sneller dan het licht “even een uitje snippert met extreme nauwkeurigheid”. Die nauwkeurigheid zit er al wat in, de snelheid is rond die van het geluid. Je kunt het nog horen. In de vingers snijden is geen optie meer, trucs genoeg om dat soort ellende te voorkomen. Dat leer je zeer snel en op pijnlijke wijze, maar, ondanks al die bloederige zaken, is het fijn om goede technieken in huis te hebben met het mes.
Nadat de berekeningen zijn gemaakt, begint het snijwerk, wat het meeste werk is in de hele Indonesische keuken. Onthou goed, niets wordt hier voorgesneden of verpakt in huis gehaald. Vers is beter en goedkoper. En je kunt los kopen, dus aanpassen aan de hoeveelheden die nodig zijn. Supermarkten lichten je vaak op waar je bijstaat. Het is maar een tip. Schuin, recht, Julienne, grof, bijna pulp, mooie blokjes, kaarsrechte reepjes, noem het maar. Tsjak-tsjak-tsjak en het verdwijnt in een schaaltje. Volgende!
Dan gaan de pannen op het fornuis en kan het feest beginnen. De ingrediënten zijn de muzikanten en ik ben de dirigent. Toch ergens nog de baas. Beetje bij beetje beginnen de geuren zich door de woonst te verspreiden, soms moet het raam open vanwege de dampen, maar ik hoor zo nu en dan een buurvrouw of buurman door de voordeur heen komen en terwijl ze hun toch naar hun verdieping maken, hoor ik ze wel eens praten. “Amai, dat riekt toch wel erg goed.” Zal wel zijn. Tot nu heeft alleen de, heel mooie, buurvrouw van direct boven mij hier mogen eten. Het valt me wel op dat sindsdien de andere buurvrouwen nieuwsgierig worden wanneer we elkaar tegenkomen bij de voordeur. Goed zo.
De apotheose nadert en de gerechten zijn klaar. Zoals een goede kok betaamt heb ik inmiddels al wel honderd keer geproefd en veel mensen klagen erover dat ze geen honger meer hebben daardoor. Wel, dan kook je niet lekker. Deze jongeman wordt alleen maar hongeriger.
Het gaat tijd worden om eens wat vaker voor anderen te koken. Er begon wat slop in te komen en dat mag niet. Wanneer ik serieus deze zalige keuken wat bekender wil krijgen in deze toffe stad, zal er wat beter gepromoot dienen te worden. Nee, ik word geen restaurant waar je gratis jezelf kunt vol duwen, zo werkt dat niet. Het is als met graffiti schilderen en toys: wanneer er behoefte bestaat nodig ik wel uit. Anders is het horen hoe lekker het was.
Kleine opmerking: vrouwen krijgen voorrang. Op twee na ken ik geen vrouw hier die goed kan koken. Daar is een, ahem, gat in de markt.
Selamat makan!
Maternitus.

