
Auditie nummer één
“Hoi, joh. Amai, in je onderbroek de deur opendoen. Verwachtte je me?”
“Nee, was het eigenlijk vergeten. Ben aan het werk in het atelier. Kom binnen.”
De twee liepen naar het atelier en ze keek wat verbaasd rond. Het hele huis was bezaaid met potten verf, kwasten en canvassen. Ze liepen de ruimte binnen.
“Zo, dan, zoveel werken. Je bent wel heel goed bezig, zeg.”
“Dit is normaal, hoezo, goed bezig? Heb je wel eens minder gezien?”
“Waarom sta je daar nu zo in die shorts, dat doe je toch niet als mensen langskomen?”
“Ik was het vergeten, weet je nog? En ik wilde eens wat dichterbij het werk komen. Och, dat action painten is best intensief, dus is dit meer comfortabel.”
“Intensief. Impulsief lijkt me een beter woord, maar waarom halfnaakt?”
“Ik beantwoorde je vraag al net. Nu heb ik er eentje.”
“Stel…”
“Heb je een valies bij je?”
“Ja.”
“Pak dat op en draag het weg, gans naar je huis. Wegwezen.”
Auditie nummer twee
“Ah, je bent toch thuis. Ik stond de hele tijd te bellen, maar je deed niet open.”
“Nee, ik ben aan het werk, althans, naar een werk aan het turen hoe ik verder moet.”
Hij zoende haar beleefd op de wang en ze liepen gelijk naar het atelier. Ze keek rond haar heen en vroeg hem of er iets van vooruitgang was.
“Ja en nee. Het zijn erg grote werken die ik maak nu en die verdienen meer aandacht.”
“Je belde ook al niet de afgelopen week, wat is er?”
“Niks, ik zit hier en ben bezig.”
“Je ruikt naar alcohol, naar bier.”
“Klopt, problemen mee?”
“Best wel. Hoeveel heb je er al op?”
“Een stuk of vier, denk ik. Ik ben bezig met schilderen, niet tellen.”
“Daar staan wel veel flesjes, hè?”
“De voorste vier zijn van vandaag. Waar is je rugzak?”
“Waarom vraag je dat?”
Auditie nummer drie
“Oh, wat zie jij er fijn uit vandaag, zeg! Nee, niet met die verf vingers op mijn nieuwe jurk.”
Auditie nummer vier
“Hey, het was lang reizen, maar ik ben blij dat je toch thuis bent.”
“Welkom, ik las je brief en kon het niet geloven. Zeker die foto niet.”
“Hoezo, vindt je me mooi?”
“Och, schoonheid zit niet aan de buitenkant, hoor, neem dat maar aan. Pintje?”
“Ja, graag, ik heb dorst en zin in een verzetje.”
Hij liep naar de koelkast en haalde er twee ferme tripels uit en draaide zich naar haar.
“Geen bezwaar om uit de fles te drinken, want ik heb geen kelken.”
“Welnee, en oooh, Moinette, goede smaak zeg…”
“Kom naar mijn plek, ik ben daar veel liever.”
“Al die kleuren in je huis, overal canvassen en verf.”
“Ja, och, het zal wel. Zet u, ik ben net bezig met een belangrijke beslissing over een werk.”
“Dat werk daar? Shit zo groot.”
“Dat is normaal, meisje. Kijk eens en zeg wat je ervan vindt.”
“Het is erg imposant, maar waarom die blauw? Dat haalt de kracht gelijk weg.”
“Heb je zelf al eens geschilderd?”
“Nee, maar het past niet daar.”
“Weet je wat opbouwen is?”
“Niet van een schilderij, nee, sorry.”
“Dat duurt langer dan reizen.”
Auditie nummer vijf
“Psst, stoor ik je?”
Verschrikt keek hij op en draaide zich om. Een beetje traag en van de wereld keek hij naar de dame in het deurgat.
“Wat? Huh? Je laat me een beetje schrikken, ik was net bezig.”
“Sorry, zal ik weggaan?”
“Ben je zot? Natuurlijk niet. Koffietje? Melk, hè?”
“Ja, graag. Groter dan normaal, hè? Mooie kleuren, mag ik even van dichtbij kijken?”
“Uiteraard, dan haal ik je koffie. Niet aankomen, er zijn nog hele stukken nat.”
Terugkomend met de kom keek hij naar haar en bleef even staan. Wat is dat, ze blijft er meters vanaf staan, zegt niets en hoort hem niet eens meer.
“Hier, ga lekker zitten en drink je koffie.”
“Dank je. Dat werk is echt niet af, toch? De effecten zijn wel heel gek, nog nooit gezien.”
“Droog-technieken en wat inzicht in verf. Het onderwerp komt nog, maar laat me even ermee. Ik moet nog nadenken erover.”
“Ik ben blij dat je zo bezig bent en benieuwd hoe dit gaat worden. Ga lekker verder met werken, ik zie je graag bezig.”
“Nee. Ik wil even pauze houden en ik moet toch even wachten.”
“Ja, ja.”
“Heb je het morgen af? Ik ben zo benieuwd naar dit werk. Je overtreft jezelf elke keer weer.”
“Slijmbal.”
“Nee, het is zo. En zo zie ik het, je bent een lieve man die tenminste zijn passie toe durft te geven. En niet verstrandt in iets wat toch geen toekomst heeft.”
“Dat heeft dit ook niet.”
“Het wordt tijd dat we vaker gaan praten.”
Hij stond op, liet zijn mok op het muurtje staan en pakte een spuitbus.
“Hier nog een klein wolkje, niet?”
Aangenomen.
Tot later of tot ooit,
Maternitus.