Tevreden kijk ik naar mijn volle buik en probeer even de afwas te vergeten. De dame van hierboven is alweer weg, ze moest vroeg gaan werken zei ze. Het is leuk om onverwacht voor iemand te koken, ze wist echt niets. De braadkip zat nog niet eens aan het spit en ik hoorde haar thuiskomen, weer al zo laat en snelde naar de hal. “Heb je zin om mee te eten? Ben net bezig met iets lekkers te maken, maar het is zoveel. Lust je Indonesisch?” Ze keek verschrikt op, al die woorden werden binnen een seconde op haar afgevuurd. Dat is wat druk.
Het verschrikte veranderde naar een glimlach. “Ja, da’s goed. Even wat relaxen en mijn mail lezen, daarna kom ik naar beneden. Gaat het net zo lekker zijn als je spekkoek?” Ik grinnik. “Minstens. Tot straks.”
Weer een Gentse is er overgehaald, lees: bekeerd, tot de Indonesische keuken. Ik snap echt niet hoe dat het komt dat dat hier maar niet bekend is. Historisch gezien heeft België niets van doen met Indonesië, uiteraard, maar wel met Nederland en ze waren nog bij Nederland (Vlaanderen toch) toen de Nederlanders het leven van de Indonesiërs zuur maakten. Afijn, het zal me een worst wezen. Als integrerende buitenlander wil ik de mooie dingen die ik heb geleerd overbrengen, niet de rommel. Indonesisch eten in combinatie met Nederlandse directheid. Dat is de formule.
Ik lust heel graag worst en stamppot, maar let wel, echt verfijnd eten is het niet, hè? De buurvrouw was het ermee eens, zoveel nieuwe smaken en helemaal op elkaar afgestemd. Toch wel goed zo’n kookboek, internet en wat Indonesische mensen in de vriendenkring. Die laatsten lachen er wel mee, volgens mij verbazen ze zichzelf over hun eigen cultuur en keuken. Die is echt vele malen rijker dan wat ik ooit aan Hollands, Frans of Italiaans heb gegeten. Dat is te begrijpen, duizenden eilanden met daarop miljoenen mensen en honderden cultuur varianten, dat roept om diversiteit.
Ze is dus alweer weg. Dronk nog snel een kopje thee, maar moest weer vroeg naar bed. Werken. Altijd maar werken. Ik snap het wel, dat heb je met die jonge mensen, die denken dat daar hun toekomst in ligt. Zo worden ze tegenwoordig grootgebracht. Ik ook al, maar na een hobbelig leven weet ik dat het niet zo is. Dan is voor een buurvrouw onverwacht iets koken veel meer waard dan een status. Trouwens, heb ik nu de status van superheld. Bij haar toch.
Dat stadsleven begint me steeds meer te bevallen. Ook weer al die soorten mensen, overal vandaan. Behalve uit, je raadt het al, Indonesië. Ach, wanneer ik rijk ben neem ik gewoon een harem. En allemaal daar vandaan. Ja. Dat zal nog eens wat worden, want het zijn vrouwen die je niet zonder handschoenen aanpakt. Niet zozeer snel ontvlambaar, wel heel druk, ze kletsen graag en ik ook. Wie mag er eerst? Wacht even. Nee. Niet een harem, bij nader inzien. Een. Dat lijkt me al genoeg. Dat wordt ruzie in de keuken, zeker te weten.
Ik moet dat anders zien, niet zo eenzijdig denken, dat is niet netjes en beleefd. Waarschijnlijk gaat het leren worden. Mits ze me wat kan leren natuurlijk. En wat er te leren valt, lijkt me ook wel belangrijk. Op allemaal vage levens wijsheden verpakt in spreekwoorden en zegswijzen zit deze jongen niet te wachten. Ach, wat kan mij het allemaal schelen ook. Al dat gehamer over een vrouw krijgen levert me eerder frustratie op dan juist die onbezonnenheid van de liefde. En zit ik eigenlijk daar wel op te wachten?
“Zo nu en dan goed snoepen”, zei mijn moeder eens tegen me toen ik erover bezig was, “Meer heb je niet nodig. Al die ellende achteraf.” Dat is wel zo, maar IS het ook echt zo? (Foei, Maternitus, zo je moeder in twijfel trekken. Schaam je!) Ik weet het niet, wat dat betreft is de hersenpan er maar vaag over en geeft me wat plezante herinneringen. Meestal voor de wat mindere, een nare eigenschap van logica: eerst lekker maken en daarna de pan inhakken.
Laatst was ik met een vriendin in een museum en daar waren schermen waarop je testen kon doen. Onder andere eentje om te zien met welke hersenhelft je het meest deed. Voor meer dan tachtig procent met de rechtse hersenhelft kwam er uit. Creatief, impulsief, van de hak op de tak denken, al die dingen die niet bepaald gevraagd worden in “onze” samenleving bezat ik. Wist ik al heel lang, maar nu zei zelfs een scherm het. Niks logica. “Maternitus, gij domoor.” Maar is het wel dom? En trouwens, wie zegt er dat ik een linkerhelft heb? Dat het niet gewoon één massa is: puur intuïtie, gevoel, vorm, beeld en geluid?
Geeft je wel te denken, hè?
Tot de tijd dat er weer eens iets zinnigs geschreven wordt, kruip ik wel in de keuken. Volgende week heb ik, eindelijk, kemirie. Dankzij een lieve jongedame. Zij kookt graag en blijkbaar heel goed, want het had geen uitleg nodig dat het ingrediënt zeer hard nodig is. Zelfde keuken, zelfde harten. Volgens mij is alleen eten transcultureel. De rest is bijzaak, heus.
Maternitus.