Eens proberen, deel één
“Zeg, lieve vriend, hier heb ik een lijstje met wat woorden. Dingen die een inspiratie zijn voor mijn werken, zeg maar een poging tot verwoorden wat ik in één beeld leg.”
“Uhm… oké. Dus als ik het goed begrijp wil je dat ik in een paar woorden iets neerzet over al die werken en hoe ze tot stand zijn gekomen? Of wil je dat ik in een roes van esoterie en schrijf-watervallen mezelf verlaag tot die paganisten van de New Age?”
“Hahaha, nee, gewoon, zoals je altijd schrijft. Jij kunt dat en Jules vindt dat ook. Punt.”
Een paar trefwoorden, volgens mij is dat West-Vlaams voor waslijst. Het lijstje omvat veertien significante bewoordingen van de werken. En er waren er weggestreept. Met die woorden alleen heb je al een epistel. Je leest het goed, ik heb een fan. En daar mag ik iets voor schrijven en weet dat ze moeilijk kan doen. Ze leest heel graag en weet waarschijnlijk beter dan mij hoe de Nederlandse Letteren in elkaar zitten.
Ja en dat boeit nogal. Als er iets leuk is aan taal en lezen dan is het wel de dynamiek die erin zit. De trends en gebruiken van woorden en zinnen zijn leuke dingen om te zien gebeuren. En, hoe droevig ook in deze tijd, het is een weerspiegeling van de cultuur waar we in leven en die we maken. Taal als cultuur is mij gaan interesseren toen ik hier in Vlaanderen kwam wonen. De vriendin die ik toen had en haar familie lazen zeer veel en waren zeer gepassioneerd over geschiedenis en cultuur.
Daar heb ik veel geleerd en respect gekregen voor het afzien van een kunstenaar in zijn of haar leven. Maar wat er voor terugkomt is van onschatbare waarde, leerde ik daar. Kunnen uiten en weten waarover je spreekt op een goede manier, ja, ik kreeg dat van thuis mee, maar hier is dat geen uitzondering, eerder een regel. Dat was een mentale en culturele vooruitgang, kan ik je wel vertellen.
En dan liggen hier die trefwoorden, zo puur, kosmisch of universeel, met als constante de chaos-theorie. Eerlijk waar. En hoe begin je dan? Ten eerste meende ik dat van die chaos-theorie, het is immers een zeer boeiend onderwerp en de kennis daarvan heeft de mens een enorme sprong voorwaarts doen maken in het begrijpen van de natuur hier op aarde en het universum in het algemeen. Wind, water, rotsen, bladeren van mooie bloemen, bergen, wolken. Om er maar een paar te noemen.
Aan die ogenschijnlijk willekeurige vormen en kleuren of iets kwantum fysisch als fotosynthese zit altijd als basis die theorie of een spin-off ervan, zo je wilt. Al die schoonheid en verbazingwekkende fenomenen die de fantasie prikkelen middels (soms maar een paar) stroken van penselen op en met aardse materialen. Het is heel interessant om het te zien, maar het wordt nog sjieker wanneer Jules gaat (mee-) schilderen.
Dan schiet het heen en weer, bliksemschichten vol visuele informatie, zonder dat je ook maar een geluid hoort. En net hoe dat de dag verlopen is, nee grapje, het is maar net wie de aanzet heeft gegeven in hoe het werk zal evolueren. Ze hebben hun eigen stijl en gebruik van materiaal en technieken. En het vult elkaar heel mooi aan. En het doel is ook verschillend, elke keer weer is dat een discussie, want het wisselt wel eens. Soms krijgt de een er energie van en vind de ander rust en vice versa. Dat zie je aan het werk, dat merk je ook achteraf, wat meestal een heel aangename sfeer oplevert.
Tussen zulke bevlogen kunstenaars mogen vertoeven en een innige vriendschap mee beleven dat is heel speciaal, net als met de crew. Er is iets van een connectie, iets wat niet zo gemakkelijk is met “normale” mensen. Het is niet verheven, buitengewoon intellectueel of een andere zelf-gratificatie, het is eerder een poging om, hoe dan ook, die kleur, vorm, energie en rust in het leven te kennen. Maar ook de woestheid, het kolkende of juist uitgeputte. Vaak in uitersten van bestaansvorm, zowel goed als slecht is intens en waar.
Misschien is dat wel een trefwoord wat erbij zou passen: balans. Maar als ik het werk van Anne solo zie, dan merk ik iets op. Er is een constante zoektocht gaande, veelal de dingen die mooi of speciaal zijn in de wereld en vooral natuur om haar heen.
Het verraadt de afkomst van haar, zo uit Ieper, het platteland van West Vlaanderen. En op een boerderij ook nog. Een buitenmens, dat merk je aan alles: gezond eten, een ontspannen en humoristische benadering van veel dingen des levens. En met een bijna hysterisch leuke hekel aan alles wat maar met technologie, met name computers, te maken heeft. Dat zie je niet zoveel meer: mensen die hun verbinding met de natuur koste wat het kost willen behouden. Enige bewondering heb ik daar wel voor, want het is snel gedaan met zelf-benoemde geeks als mij wanneer de stroom uitvalt.
In juni is er weer een tentoonstelling in hun huis, dan kun je ook een kijkje nemen in hun ateliers en uiteraard een selectie van hun werken bewonderen. Het is een echte aanrader…
Afijn.
Volgens mij gaat er nog een gesprek volgen, want ik verschil best van mening met Ann over mijn kunde van schrijven. Het is namelijk aardig onder de maat en redelijk rommelig. En misschien heet het wel stijl? Hahahaha, tijd om eens te gaan slapen, de schoenen zijn al uit en de voeten staan er naast…
Tot later of tot ooit,
Maternitus.
Tags: achter de schermen, anne de crueyenaere, collectief, fotografie, jules van laer, kunst, kunstenaar, Martin Hoevenaar, sandy anciaux, tentoonstelling