Twee van hetzelfde
“Wel, we zijn nu binnen, hebben onze thee, het is warm en meer dan comfortabel. Vertel me eens, onbekende man, wat is het met jou? Waar komt dat serieuze vandaan, terwijl je toch iets frivool doet als dit?”
“Ik dacht dat je me ging vragen waarom ik geen vrouw heb, maar is dat wel zo relevant? Ik weet niet waarom ik zo serieus ben en tegelijk het onbekende verwelkom alsof het al jaren geleden verteld is dat het zou gebeuren. Ik ben niet bang, nooit, van de duivel zelfs niet.”
Ze keek over haar kom heen en kneep haar ogen samen. De kaarsen in de ruimte leken net sterren die warm en waakzaam hun rustige licht uitstraalden over de twee mensen. Ze probeerde een reactie te geven op wat hij juist zei, maar er kwam niets in haar op, behalve de spijt dat ze niet gewoon naar het gebrek aan een vrouw vroeg. Er was iets wat boeide aan hem en wat de oude man op de tram zei, leek nog niet zo fout.
“Waarom heb jij geen man?”
“Dat ik heb ik je niet verteld, hoe kan jij dat nu weten? Je hebt wel gelijk en ik weet daar geen antwoord op. Elk lief wat ik heb gekend, leek telkens net niet de ware, ze misten allemaal net dat ene ding wat ik schijn te verlangen, een aanvulling ontbrak elke keer. Volgens mij kunnen mensen nooit perfect bij elkaar passen. En hoe zit dat met jou?”
“De vrouwen die ik heb gehad behandelden me allemaal alsof ik een god was, iets bijzonder en ik vond mezelf dat helemaal niet waard. Ook wilden ze mijn wereld binnenkomen en daar is geen plaats voor, toch niet voor iemand die niet weet hoe het werkt daar.”
“Schrijf jij wel eens? Je diepste gevoelens en mooiste woorden, mooi op papier?”
“Nee, soms, mijn spiegel zit hem in de kleuren en vormen die ik maak. Dat is het enige van die wereld wat ik kan en durf te laten zien.”
Hij nam een slok en speelde wat met de lepel. Haar ogen, ze leken wel verankerd op alle bewegingen die hij maakte, ze volgden elke fractie van zijn wezen. Normaal zou het hem ongemakkelijk maken, maar zijn gedachten konden zich niet bij irritaties houden. Het was alsof ze hem dwong om zich met haar en de woorden bezig te houden.
“Waar ben je? Je lijkt wel wisselend hier en ergens anders, al vanaf het moment dat ik je zag op de tram. Scheelt er iets? Ben ik het?”
“Ja. Nee, jij bent het niet, het zijn dingen die je vraagt. Het graaft niet diep, het zijn normale dingen waar we het over hebben, het past alleen niet in elkaar. Het gebeurt niet vaak dat iemand nieuwsgierig is naar dingen die niemand hoeft te weten. En toch wil ik erover spreken.”
“Stel mij eens een vraag die je nooit aan iemand durft te stellen, iets wat heel ver terug gaat of mijn psyche overhoop haalt. Kwets me niet, alsjeblieft.”
Even uit zijn doen, keek hij haar recht in de ogen en zag een vage angst. Wat zou het kunnen zijn, een dergelijk voorstel kan twee kanten op gaan: uiterst destructief of juist opbouwend. Het leek hem het beste om die vragen te stellen waarvan hij zelf zou willen dat ze aan hem gesteld werden.
“Heb je dat incomplete altijd gehad of is dat alleen met de liefdes die je hebt gekend? Waar vandaan denk je dat het komt? En waarom schrijven? Is het een bevestiging die je zoekt, een bevrediging van je eigen fantasieën beperkt tot bladzijdes en woorden?”
Ze zette haar kom op het tafeltje, pakte een kussen en legde dat op haar bovenbenen. Langzaam leunde ze wat naar voren, terwijl haar armen gekruist op het kussen lagen.
“Dat zijn veel vragen. Dat gevoel wat ik heb over die aanvulling is niet iets wat zomaar kwam, inderdaad en hoelang het geleden is dat dit openbaarde, weet ik niet meer. Thuis was alles best goed, maar ik zat meestal alleen op mijn kamer. Op school had ik niet zoveel vriendinnen en de behoefte was er ook niet. Ik vond ze vaak oppervlakkig en dom. Daar ben ik begonnen met schrijven, om de tijd mee te vullen. Gewoon verhalen verzinnen die niet van deze wereld waren, een zoektocht naar een utopie. En alles wat ik opschreef, beleefde ik keer op keer heel intens. Uren kon ik nadenken over die regels en nog steeds is dat zo.”
“Ik herken mezelf daarin, vreemd genoeg, al heb ik het met beelden. Het enge is dat ik soms het verschil niet zie tussen werkelijkheid en die dromen, die verhalen en gebeurtenissen in mijn hoofd en dat wat er om mij heen gebeurt. En toch, ik leef compleet bewust en voel alles wat er om mij heen is, maar soms heb ik het idee alsof het allemaal een illusie is, terwijl ik niets gebruik wat het zou kunnen veroorzaken. Ken je dat?”
Ze friemelde wat zenuwachtig aan het kussen de vage angst in haar ogen was veranderd in een soort van vreugde, een opluchting.
“Ja, zo voel ik het ook, maar hoe kan dat? Ik vraag me wel eens af wat er dan bestaat en wat niet. Dan bekruipt me altijd een nervositeit, alsof mijn intuïtie me wil waarschuwen, terwijl het niet eens zeker is waarvoor. Het is verwarrend en ik ben niet gek, hè.”
Een diepe stilte volgde en haar laatste woorden klonken keer op keer door zijn hoofd. Nee, ze is niet gek en hij ook niet. Wat er vreemd is, is dat een ontmoeting uitmondt in een mentale zoektocht, een resonantie van twee geesten die elkaar niet kenden. Het kan niet zijn dat er een tweede versie van hemzelf bestond, in de vorm van een vrouw. Nee, dat is te arrogant om te denken, het was tijd om van zijn voetstuk af te stappen. Een beetje nederigheid naar een gelijke zou hen beiden alleen maar helpen. En is er wel hulp nodig?
“Ik denk dat ik wel gek ben. Veel mensen begrijpen niet waarom ik zo snel denk, hoe het komt dat die twee vormen van bestaan toch in één beleving voorkomen. En toch, het is geen schizofrenie, het is gewoon een vreemde gewaarwording wanneer realiteit en fantasie elkaar overlappen.”
“Dat is geen zottigheid, volgens mij is het een soort van ander bewustzijn. Best grappig dat we allebei een zelfde manier van denken hebben, of, beter nog, een zelfde manier van beleven. Maar wat zou het dan toch kunnen zijn?”
Hij dacht goed na, nam een nipje van de thee en wreef zich over het hoofd. Dat doet hij altijd, alsof het liefkozen van de hersens-container tot betere prestaties zou leiden. Jaren daarvoor was hem opgevallen dat meer mensen dat doen en had geen poging ondernomen om die gekke gewoonte af te leren. En waarom ook? Het was niet zijn bedoeling om ooit conform de regels van een groep te leven. Bij die gedachte keek hij haar aan en zuchtte zacht. Ze was net zo, zeker te weten, maar wat dreef haar om dit geheel te willen? Al die vragen, al dat graven en zoeken naar antwoorden op vragen die nooit iemand stelde.
“Ik denk, nee, wéét dat de hersens onze realiteit weergeven. Dat alles wat we waarnemen opgebouwd is uit dingen die onze neuronen zelf maken. En daarom lijkt het voor ons alsof een gedachte en een waarneming elkaar overlappen. Maar hoe dat dan kan bestaan tussen andere mensen hun realiteit, dat snap ik niet.”
“Dus, ieder zijn realiteit is individueel, maar waar zit het gemeenschappelijke? En zijn de fantasieën en dromen de verschillen? Wat is dan waar?”
“Alles wat jij beleeft als zijnde waar is zo. Alleen waar jij de onderscheiding maakt tussen fantasie en realiteit is waar de grens is. Volgens mij zou het niet veel uitmaken of er een scheiding is of niet, beleven doe je het toch wel.”
Hij legde zijn gevouwen handen op het tafeltje en bekeek aandachtig de aderen die wat opgezwollen waren door de warmte in de theesalon. Ze keek speels naar de diep in gedachten verzonken man en strekte haar arm uit en raakte met haar vingertoppen zijn handen aan. Hij schrok op en wilde zijn handen terugtrekken, maar het ging niet. De zachte vingers maanden hem om zich even over te geven aan de aanrakingen. Hij sloot zijn ogen en voelde dat een vinger het spoor van de aders aan het volgen was. Hij vond het fijn, maar voelde zich onwennig door de plotse intimiteit.
“Is het lang geleden dat iemand je streelde?”
“Wat denk je? Maar ga door, het is fijn en vreemd tegelijk.”
Ze trok haar hand terug, alsof de toestemming het minder leuk maakte. Een lichte triomf kwam er op haar gelaat. Ze leunde iets naar voren en fluisterde:”Normaal streel ik geen onbekenden, maar wie zegt er dat we dat zijn? Wil jij nog wat thee?”
Hij grinnikte en genoot zichtbaar van haar overwinning, hoe klein ook. Hoe dwaas het gesprek en de ontmoeting ook zou verlopen, maakte hem niet meer uit. Ze leken allebei op hun gemak en dat is wat telt, dat was wat ze beiden wilden: rust en gelijk die ontdekking van een mutuele belevingswereld.
De ober kwam naar de tafel, nadat ze hem gewenkt had. “Tweemaal van het zelfde, alstublieft. Het smaakt zeer goed. Of wil jij iets anders?”
“Nee, het is goed zo.”
“Het komt eraan en ik ben blij dat het u bevalt. Had u nog iets anders gewenst?” Brutaal keek de man naar de ober en naar de dame.
“U moest eens weten. Ik heb wel een vraag. Hoe lang blijft uw zaak open?”
“Zolang het nodig blijkt, mijnheer.” De ober knipoogde naar de man en liep terug naar de bar. Ze zag het en werd nieuwsgierig. “Ken je hem?”
“Nee, maar hij blijkbaar mij wel. En laten we wel zijn, we hebben het best fijn en zoiets stralen mensen uit.”
Hij leunde naar achter en bekeek de dame aandachtig. Hun ogen ontmoetten elkaar en lieten elkaar niet los voor minuten aan een stuk. “Dit kan toch geen waar zijn? Het voelt bijzonder, terwijl er nog veel te ontdekken is. Ik ken haar niet en zij mij evenmin. En ze blijft maar zinspelen op realiteit, dromen en beleving. En ik ga er in mee. Tsjah, het kan slechter”, dacht hij en glimlachte. Langzaam deed ze haar ogen dicht en open alsof ze het eens was met wat er door zijn hoofd speelde.
De lekkernijen werden door de ober op het tafeltje gezet. Hij was zo snel terug alsof het leek dat een stuk tijd was overgeslagen, een soort van vooruit spoelen op hoog niveau.
Wordt vervolgd,
Maternitus.




