Maternitus

factotum

Nukken en grillen

Momenteel ben ik op zoek naar een richting, iets waar ik mezelf goed in kan vinden. Om te schilderen, uiteraard, al het andere heeft een volwassen, niet bepaald dom, individu toch nooit in de hand. Dat zijn veelal externe factoren, maar misschien is dat voor een andere stukje. Terug naar het schilderen en de gedachten erover…

Vorig jaar begonnen bloemen mij steeds vaker te interesseren als onderwerp en tijdens die zoektocht kwam ik veel mooi beeldmateriaal tegen. Prachtige foto’s van dieren, bijvoorbeeld, en dan met name macro-opnames van insecten en spinnen. Die moeilijk zichtbare wereld geeft, bij extreem goed kijken, een schoonheid weer die je maar zelden alledag ziet.

Kleuren, waarvan ik dacht dat die niet konden bestaan in de natuur, komen gewoon voorbij of het niets is. Vormen en patronen die onwerkelijk en buitenaards aandoen. Het fascineert dermate, dat het eens ontdekt dient te worden. Door het zo groot uit te werken, is het mogelijk eens in te beelden hoe de natuur vanuit een ander, meer bedreigend, perspectief te zien.

Niet als toon van agressie, maar om, een heel klein beetje, een mens te doen voelen zoals die dieren dat doen bij het aanschouwen van iets wonderschoon doch veelal uit op jou of mij als prooi. Aan de andere kant is er de wil om die schoonheid niet zomaar in het klein als plaatje te bewonderen, maar om het echt te beleven, de schoonheid van die dieren te ondergaan. Net zoals liefde. Dat moet je ook gewoon ondergaan.

Enfin.

Een andere zoektocht vond ik niet zo heel erg plezant. Die van de wereld van de comics. Sommige figuren lukte echt goed, maar de meesten trokken op niets. Het leek wel of er geen passie ingelegd kon worden, een soort van emotionele drempel, die zich aandient als afkeer van het volledig houden ervan. Alsof het het hart niet genoeg dient, alsof het een tekortkoming is of heeft.

Technisch gingen ze veelal zeer prima, maar het was echter net alsof er een link miste. Dat is dus niet acceptabel en het begon wat te frustreren, zo erg dat er welhaast geen metaforen voor te maken zijn, laat staan een graad van vergelijking. In principe gaat het om empathie voor het onderwerp.

Vorig jaar was het meer een fysische link, terwijl het nu dus zuiver geestelijk blijkt te zijn. Bijna filosofisch, al is het geen echte liefde voor het weten, maar eerder een liefde voor het ondergaan zelf. Een soort van volle overgave, zoals dat hoort met alles wat je graag hebt of ziet.

De natuur is net als de liefde, vol met schoonheid, maar ook een berg nukken en grillen.

Potverdrie.

Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,De dromenjager,Gedachten,Schilderen and have No Comments

In de tuin

Op de achtergrond is een tractor te horen, daar ergens tussen de boomgaarden. Ze besproeien de fruitbomen met ongebluste kalk tegen het ongedierte. De maffia gebruikt het spul om van hun lijken af te komen. Vreemde context, maar telkens wanneer ik een berg zie liggen, wordt daaraan gedacht.

De zon schijnt flink fel met als strelende verzachting de lentewind, een beetje warm, maar nog niet versuffend zwoel. Aan de tuintafel zit mijn liefste haar werk te doen, terwijl ik, onderuit gezakt in een strandstoel, de luiheid van een creatieveling aan het ontkennen ben middels een boek, schrijfblok en pen.

Bij de aanhef van elke paragraaf dient de zelf gerolde sigaret weer aangestoken te worden, als herinnering aan het schrijven op de laptop. Dan ligt de asbak vol halve peuken, een zelfpesterij over de slechtheid van het roken. Ach, wat is eigenlijk nog slecht?

Ik sluit even de ogen en merk dat de binnenkanten van de oogleden zo’n gek oranje-rood licht doorlaten. Dat was een goede vraag en ik denk terug aan het nieuws van jaren geleden. Wat toen shockeerde, kun je nu terugvinden op het internet als achterhaalde vermakelijkheid.

Een mens verandert voortdurend, hij wordt harder en meedogenlozer wanneer de ellende toeneemt. Dientengevolge verhardt de gevoeligheid van empathie, een zelfprotectie die vaak wordt afgedaan als zijnde ver van het bed. Ik kijk eens de tuin in, het zwembad lonkt naar me om die grauwe gedachte af te komen spoelen.

Hoe kun je nu snel nadenken in een oase van rust? De chaos en vuiligheid van de stad, ja, daar kan ik het van begrijpen. Niet van dat rustige en glooiende landschap dat gaat zover het oog reikt. Het is een berusting om eens even te vergeten, niet te moeten zien of, heel opgedrongen, onzin te moeten aanhoren.

Toch heeft het iets eigen, dat stadsleven. Maar gaandeweg komt de realisatie dat al die drukte het vooral een verdrijven is van ingebeelde verveling. Een mens moet niet constant dingen doen. Misschien hoort een kunstenaar op zijn luie gat te liggen. Gewoon om de geest en het hart te openen voor hetgeen ze bedoeld zijn.

Wie weet. Zachtjes tik ik eens op mijn neus en merk dat de zon haar werk goed doet. Een branderige prikkel herinnert me eraan dat diep verborgen in de genen wat eigenschappen zitten van een roodharige. Gelukkig heb ik ook de mythes erbij gekregen, als mooi meegenomen feit voor het amoureuze geluk.

Ze kijkt heel serieus naar de stapels papier en ik glimlach. Die focus staat haar goed, net als dat rokje. Hmmm, wat die zon en propere lucht al niet teweegbrengt. Het dwaalt af. Althans, waarvan? Het papier en de pen zijn geduldig en meer vergevend dan het toetsenbord en de spellingscontrole.

Vreemd genoeg geeft dat luie gedrag meer impulsen dan het gehaaste. Er is tijd voor diepgang zonder afbreuk te hoeven doen aan het oppervlakkige, met dat laatste als typische eigenschap van een stedeling. Even geen geraas of gezever.

Ik sta op en loop naar de tafel. Een kus op haar hoofd leidt haar even af, een streling over mijn arm is het antwoord.

Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,Gedachten and have No Comments

Niet nadenken

De meest kromme zin ooit schoot door het hoofd. “Nadenken over hoe te stoppen met nadenken.” De eerste vraag die er zich aandient, is hoe dat je dat in godsnaam kunt doen, maar het antwoord is redelijk simpel. Door het gewoon te doen. Of eigenlijk niet te doen. De uitvoering is iets anders en dat bedelt om wijze raad van mensen, dat roept om een introspectie van heb-ik-jou-daar, een bezinning, een zen.

Je moet goed weten dat onrust en chaos een soort van tweede natuur voor me zijn, maar altijd met de bijwerkingen van een tsunami. Kijkend naar de gekke sprongen die gemaakt zijn, en vooral de gevolgen ervan, is het eerder een soort van onbewuste zoektocht naar een balans die het niet is. De weegschaal slaat altijd door naar drukte wanneer net een moment van rust nodig is. In hoeverre dit onbewust is, dat durf ik niet te zeggen, maar het kan zeker veranderen.

In de maanden dat de kinesiste bezocht wordt, is er al veel geleerd over het verband tussen lichaam en geest. Vorig jaar leerde ik al hoe te kunnen genieten met alle zes de zintuigen van iets, voor mij toch, simpels als schilderen. Och, voordat er weer een betweter een reactie kan geven: zien, horen, proeven, voelen en ruiken zijn er vijf, de zesde is het ganse pakket ineen: alles tegelijk, het ganse lichaam als een groot zintuig, een multiversum van waarneming. Niets van het buitenzintuiglijke.

Teruggrijpend naar deze ervaringen en ontdekkingen kan er gesteld worden dat het bereiken van een zen, dus het uitbannen van gedachten wanneer ze niet nodig zijn, samengaat met een ervaring, het ondergaan van een gevoel dat al dan niet waargenomen wordt door het lichaam. In de wachtkamer van voornoemde, zeer getalenteerde, therapeute vond ik eens een folder waarin een eenvoudige yoga-oefening stond. Die wordt dus vanaf hedenochtend weer uitgevoerd, om die staat van totale ontspanning te kunnen bereiken, zonder al te gecompliceerde zeemansknopen te leggen in ledematen en vooral zonder zweverige gebruiken die hooguit effect hebben na een dosis van het een of ander goedje.

Nadenken, waarom eigenlijk? In dit leven gebeuren niet zo heel veel dingen die overpeinzingen behoeven, maar ergens lijken de hersens er nood aan te hebben. Ze willen dus uitdaging, gecompliceerde zaken om uit te puzzelen en op te lossen. In combinatie met schilderen is dat normaliter niet gangbaar, omdat het puur een gevoelskwestie is waar welke kleur of vorm zijn plaats of werking krijgt. Dus dient er een uitdaging gecreëerd te worden.

Vorig jaar ontdekte ik dat er, heel diep verborgen, een talent school voor complexe vormen te maken met zeer rudimentair materiaal, in dit geval een spuitbus. Dat gaf een rust, zowel het resultaat alsmede het maken zelf, wat natuurlijk de oorzaak werd van een korte doch hevige periode van complexe werken en het uitwerken van even zo moeilijke technieken. Maar het was niet alleen het schilderen wat ervoor zorgde dat er een zekere mate van rust ontstond in het vege lijf en bestaan.

Het lezen van diepgaande uitwerkingen over uiteenlopende onderwerpen had hetzelfde effect. De onderwerpen waren zo gek nog niet of het was materiaal wat voorbestemd was om deel te worden van het gemeengoed van het ego. Zo noem ik het liefst de kast waarin alles in opgeborgen wordt, van alle ervaringen en belevenissen tot al het geleerde middels studies. Vorming geeft rust.

De bibliotheek moet weer eens bezocht worden (en de openstaande boete betaald) en de muren bedelen om verf. Mijn lief bedelt om aandacht en passie. De maatschappij roept om woorden en beelden. Zou dit dan inderdaad de weg zijn om te bewandelen? Maar dan is het relatief eenvoudig om niet na te denken, alles wat er al is, hoeft niet bedacht of gerealiseerd te worden (op de te schilderen werken en te lezen boeken na dan). Dat zijn een heel pak redenen minder om over na te denken en puur op gevoel te volgen en bij te blijven.

De methode gaat dus als volgt zijn: extreem moeilijke en grote werken maken, de lat een massa hoger leggen wat betreft literatuur (al is er geen zin in sommig gortdroog materiaal) en dit alles te compileren tot een reden. Met als basis de liefde voor haar en mezelf kan dat geen miskleun worden en zal de rust geven die nodig is en wordt gevraagd. Doe daar de oefening en de kinesie bij en een zen is gevonden.

Gedaan met piekeren. Basta.

Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,De dromenjager,Gedachten and have No Comments

Verlangen naar morgen

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Wil je deze uitzending downloaden? Rechtsklikken op deze link en “opslaan als” kiezen.

Een druppel water glijdt langs het raam van de douchedeur en zijn vinger volgt het spoor wat het achterlaat. Zoekend naar andere druppels die een reis inzetten onder invloed van zwaartekracht en oppervlaktespanning, denkt hij aan zijn lief, een vrouw die hem telkenmale het hart doet overslaan met kloppen. „Was ze maar bij me“, leek hij te denken en draait zich om, zodat het water langs zijn gezicht stroomt en de verkwikkende dampen de laatste resten van een onrustige nacht weghalen. Een golf van genot en opwekking gaf hem nieuwe energie, ondanks de onvermoeibaarheid van afgelopen weken, was het opladen een noodzaak.

De liefde eist geen tol, alleen dedicatie en de hang naar meer. Om te geven en te krijgen. Haar zachte woorden herhalen zich in zijn hoofd en een glimlach verschijnt op het gezicht. „Morgen, dan zie ik haar weer, dan ligt ze in de armen en kan ons beider verlangen beantwoord worden.“ Een diepe zucht volgt na de gedachte. Hij pakt de douchecrème en kneedt zorgvuldig een flinke bol met schuim op het hoofd en grinnikt. De herinnering aan de belofte om het haar eens wat langer te laten groeien, laat hem luid lachen en het woord hippie schiet door het hoofd.

De kranen worden dichtgedraaid en de frisse ruwe handdoek doet zijn werk zoals het hoort: de huid tintelt en de koude lucht krijgt er vat op, het één na fijnste moment van het douchen. Meestal is het fijnste moment dat van de eerste onderdompeling, het eerste wegspoelen van de nacht, de realisatie van een nieuwe dag en het mompelend begroeten ervan. Dat ritueel was jaren geleden begonnen en blijkt nog altijd zijn werk goed te doen. Immers, de dag zo beginnen is altijd beter en zorgt voor een positieve noot die het hele wakker zijn begeleidt tot een nieuwe nacht vol dromen.

Zacht klinkt de muziek en de man installeert zich in een zetel om rustig de plannen van de dag door te nemen. Vroeger deed hij dat de dag ervoor, maar er kwam nooit iets van terecht. Op de dag zelf werkt zoiets veel beter en er valt beter te plooien naar eventuele afspraken, als die er al zijn. De gedachten dwalen weer af, de pen begint te schetsen en beetje bij beetje ontstaat er een hartje met een vaantje op het papier van het notitieblokje. De inspiratie lijkt afwezig, maar de tegenstelling komt al snel naar boven, kijkend naar het mooie licht wat door het raam schijnt. „Iets met kleur wil ik maken, een vorm die nog niet uit de handen is gekomen. Ik ga op zoek naar haar vormen in de stad, eens zien of de twinkeling in haar ogen spiegelt in het water, haar zachte woorden geschreven op een muur.“

Een traan rolt over zijn wangen. „Is dit nu geluk? Mijn god, wat mis ik haar. Kom op. Eén dag nog. Zoek haar waar je het niet verwacht, laat haar de inspiratie zijn en de straat je leidraad. Dan heb je haar altijd bij je, waar je ook bent.“ Kauwend op de boterham lijken de hersens op te leven door de nieuwe brandstof, met het verlangende hart als motor om de reis naar het schone voort te zetten. Ze is zijn muze, zijn minnares, zijn geliefde, zijn reden tot bestaan. Alles wat er uit voortvloeit moet haast wel schoonheid zijn in een poging om de hare te overtreffen, wetende dat dit nooit mogelijk is. Hij sluit de ogen en in gedachten streelt hij haar rug, omarmt het slanke warme lichaam en zoent zacht het voorhoofd.

De ijzige wind deed hem dieper in zijn kraag duiken, ondanks het mooie zonlicht leek de lente verder weg dan ooit. Niets duidt erop dat het leven in de natuur snel tot bloei zou komen op een verdwaalde knop aan een boom na. Het viel hem op hoe vaak iemand hem een goede dag toewenste, ondanks het feit dat hij de mensen niet eens kent. Dat bezorgt een goed gevoel en gelijk wist hij dat verliefdheid een uitstraling geeft van geluk. „Dat zien anderen en zijn dan een moment gelukkig met je“, schoot het door het hoofd terwijl hij een winkel binnenloopt zonder enige reden, behalve de warmte. „Een boek, iets wat gedrukt is, een teken van liefde wat vastgehouden kan worden ook al ben ik er niet. Misschien dat ze het zal waarderen, al zag ik vorige week geen boeken staan.“

Vergeten waarvoor hij eigenlijk naar buiten was gegaan en begon hij naarstig te zoeken naar een voorwerp, naar woorden, naar kleuren die hij kon meenemen. Niet als herinnering aan de mooie vrouw, maar als een amulet, een talisman, wat ze vast kan houden, koesteren op de momenten dat hij niet bij haar is.
Hij steekt zijn handen dieper in de zakken en versnelde de pas. Dat doet hij altijd wanneer het wandelen steeds doelgerichter gaat worden. Zijn vrienden haten dat, omdat ze hem dan niet meer bij kunnen houden. „Loop niet zo gehaast“, roepen ze dan, terwijl hij, veelal luid lachend, commentaar geeft op hun traagheid. Zo zijn mensen nu eenmaal, trage wezens, die nooit harder lopen ook al is er een einde aan hun tocht. Vaak heeft hij zich al afgevraagd of het nu goed of slecht is, dat doorlopen. De enige reden die hij, naast het doelgerichte, heeft, is het feit dat mensen die doorwandelen langer leven. Dat stond eens ergens in een artikel.

De koude deed hem mijmeren naar de mooie ochtenden die ze samen hebben: lang in bed liggen, dicht tegen elkaar, zwetend, lachend, zuchtend en kreunend op de momenten dat het nodig is. Alleen met haar kent hij zulke zaligheden, alleen met haar wil hij zo oud worden. Het geeft de ingevingen om te maken, het geeft de zin des levens weer een reden tot bestaan. „Snel naar huis en gauw flink warm eten maken, dat zal deugd doen.“ Hij ziet de buurvrouw aan de andere kant van de straat en vrolijk zwaait hij naar haar. „Hoi, buurvrouw, hoe is het met u?“ „Aah, zie daar eens. Jou heb ik al lang niet meer gezien. Ben je zo druk bezig?“ „Mwah, je zou dat zo kunnen zeggen, ja. Ik heb een lief, dat zegt genoeg, he?“ „Zo, da’s leuk. Groot gelijk heb je, zorg er maar goed voor en wees maar vaak bij haar.“ „Dat komt wel goed. Ik zie dat het goed gaat met uw been?“ „Ja, gelukkig wel. Binnen zitten is niet leuk. Wanneer ga je weer?“

„Morgen. En weer fijn lang, met een kleine onderbreking, omdat ik een afspraak heb hier in de stad. Het is voor werk.“ „Goed zo, zorg ervoor dat we trots op je kunnen zijn. Of, beter nog, dat zij trots op je kan zijn.“ „Ik doe mijn best, buurvrouw. Maar ik ga nu naar binnen, de maag wil wat aandacht en eten, plus er wordt nog het een en ander geschreven. Tot later, he!“ „Dag, buurman, kom maar eens langs op de koffie wanneer je terug bent, we willen alles horen.“ Hij knikte en liep verder naar zijn woonst.

Er stond een berichtje op de computer. Van haar. Hij zwijmelde. Morgen. Eindelijk.

Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,De dromenjager and have No Comments

Profiel

De bruine ogen ontmoetten de groene en een glimlach benadrukte de glinstering. “Kijk nog eens naar voren. Zo mooi, dat profiel. Je bent een mooie man, wist je dat?” Een licht onderdrukte grijns beantwoorde het compliment en de gedachten dwaalden vervolgens af. Kijkend naar het licht droomde de man over de momenten van net ervoor en wist dat er nog veel van deze momenten zouden volgen.

Buiten was de lucht grijs, het had geregend die nacht, ze hadden het gehoord toen ze verhalen aan elkaar vertelden over de gekkigheden des levens. Het kon ze niet deren daar zo onder het dekbed, immers, koude is voor hen die het perse nodig vinden om er doorheen te moeten. Er waren geen verplichtingen die dag, dus was het warmte en aandacht wat de klok sloeg. “Beter kunnen twee mensen het niet hebben”, schoot het door zijn hoofd en hij draaide zich naar haar toe en nam de mooie vrouw in zijn armen.

“Had ik al gezegd vandaag dat ik je graag zie?” vroeg hij op fluistertoon. “Nee, niet dat ik me herinner, maar als het zo is, zeg het dan nog maar eens.” Zonder woorden nam hij haar vast en genoot van de warme en zinderende huid die de zijne raakte. Er bestond geen wereld meer, de realiteit waren twee harten die versmolten tot een eenheid van pure liefde en lust, een tijdsloze dimensie die alleen maar bestond tussen deze twee geliefden.

Een gedachte schoot door beider hoofden, tegelijk. “Lang geleden dat er nog zo is genoten van een ander mens.” Maar vervolgens kwam er de realisatie dat dit nog nooit was geweest. Hoe kan dat nu? Al die jaren een leven leiden waarbij geen notie van elkaar is geweest en zo verandert alles plotsklaps tot wat nu is? Het is beter geen vragen te stellen en zichzelf gewoon over te geven aan het schoons wat passeert. Elk moment is intens, tijd bestaat niet, plaats evenmin, wat is het dat liefde al die dingen doet met mensen?

Vijf vingers streelden over zijn rug. “Inspireer ik je?” De bruine ogen keken vragend en de groene keken berustend terug. “Ja, zeker doe je dat. Het bruist niet alleen in het hoofd, maar ook het hart. Het ganse lijf zindert en tintelt, telkens wordt de roep om liefde beantwoord en weder gevraagd. Naar mijn weten is dat de bron van alle inspiratie en ingeving.” Denkend ging het verder. “Ze is zo zacht, zo mooi, zie mij dan. Rimpels à volonté, piepende knieën en wat al niet meer wat erop duidt dat een volgende helft van het leven is ingegaan.“

De lijven verstrengelden zwetend, zachte zuchten klonken in elkaars oren. Wanneer mensen licht konden geven dan was dit zo’n moment. Zwevend op de duizelingen van de minuten ervoor werden de ogen gesloten, zien was niet nodig, de andere zintuigen waren voldoende om te weten, nee, te beseffen dat deze twee mensen elkaar gevonden hadden en niet meer wilden laten gaan. Buiten begon het weer zachtjes te regenen.

„Wil je roken?“ vroeg ze aan hem, terwijl ze een inmiddels aangestoken sigaret voor hem hield. „Ja, merci, lekker.“ Ze rookten in alle stilte hun tabak, haar hoofd liggend op zijn borstkas, zijn arm om haar heen geslagen. Ondanks de gesprekken, leken de stiltes meer cruciaal dan alle woorden bij elkaar geteld. Het besef dat mensen bij elkaar horen heeft geen uitdrukking nodig, behalve die zonder woorden of zelfs maar geluid.

Uren later onder de douche bekeek hij nog eens zijn gezicht in de spiegel. „Je boft maar al te zeer. Zo’n mooie vrouw met zo’n mooi karakter, dat is niet zomaar zeldzaam. Dat kom je maar een keer tegen in je leven. Dat is geluk.“ Hij zocht snel naar het badschuim, zich afvragend of je ook iemand kon ruiken in profiel.

Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,De dromenjager and have No Comments

Geen woorden

Luister eens naar de muziek wat je oren streelt, kijk eens naar het mooiste schilderij wat je weg doet dromen, dat zijn dingen waar geen woorden voor gevonden kunnen worden. Hoe omschrijf je iets wat je in vervoering brengt? Nog geen miljoen woorden bestaan er om het hart te beschrijven wanneer het dat voelt waarvoor mensen moorden begaan, zichzelf tormenteren of tot dwaze acties dwingen.

Het gevoel wat met de snelheid van een waterval door je lichaam heen raast, wat het ene moment de rillingen over de rug doet lopen en het andere moment je zweet doet uitbreken. Dat zijn heftige gevoelens en ze behoren tot onze natuur. Wat ons gemaakt heeft, heeft dat soort gevoelens aan ons gegeven als geschenk. Noem het goddelijk, noem het zoals je wilt, maar is dat niet het mooiste?

Die gevoelens komen niet zomaar, ze bestaan normaal niet, dat gebeurt pas bij een ontmoeting met de reden tot liefde. Of het nu een mooi kunstwerk is, de mooiste tonen die er maar bestaan, wanneer het roept om vervoering heeft het reden tot bestaan. Die twinkeling in iemands ogen, wanneer het bezit neemt van zijn bestaan, dat is de zelfde twinkeling van een ster hoog aan de duistere hemel. Het is het bewijs dat hier om iets kosmisch gaat, de oorzaak van alle bestaan.

Alle ochtenden dat deze gevoelens bezit hebben genomen van alle ratio, kijk ik heel graag eens in de spiegel. Om te genieten van wat er straalt, het is niets mooier wakker worden dan met de aanblik van zulks intens willen, het voelen van zuiverheid, oprechte liefde is niet dwaas, het is wat een mens tot mens maakt. We zijn niet uniek in het universum, maar zoeken naar die ene, die ervoor zorgt dat het universum ons één doet voelen.

Dat is de kracht van de sterren, de zachte woorden die je ingefluisterd worden, de vingers die je strelen, de sensatie van een warm lichaam tegen dat van jou. Er zijn zoveel soorten liefde, maar de meesten beperken zich tot materie, het is niet mogelijk om ware liefde in materie te zien. Immers, hoe kan iets wat ons ganse bestaan heeft gemaakt tot wat het is nu aangeraakt worden. En toch, wanneer een hand over je rug gaat en je verdwijnt in golf van lust, lijkt het een vaste vorm aan te nemen. Het wordt één met jou, zij wordt één met mij, de kus die volgt bevestigt dat.

Er is geen andere manier om dat te voelen, dus maakt het alle liefde de ware, want het gevoel is immers daar of niet daar, er is geen tussenweg. Het is een emotie vol extremen, daarom vervoert het ons. Het overstijgt de ratio, omdat ratio bedacht is en zuiver bestaat om de liefde te beteugelen. Elke vorm van beteugeling is er een die tegen ons werkt, die heeft niets anders als doel dan ons zogenaamd te beschermen. Maar waartegen?

Oprechtheid, warmte, schoonheid, sensualiteit, een gevoel van verhevenheid maakt ons niet groter, maar wel gelukkiger. Op wolken lopen, omdat je graag gezien en bemind wordt, is niet iets wat beperkt mag zijn. Kan zijn, zelf.

Een ode aan de liefde is dit niet, dat hoeft ook niet, want er bestaan toch geen woorden voor dat ene fijne, dat moment wat eeuwig mag, en soms ook kan, duren. Zie maar hoe krachtig het is bij een liefdevol samenzijn, dan bestaat zelfs tijd niet meer, dan gelden er geen wetten of regels. Alleen volle overgave is wat telt.

<3

Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,Gedachten and have No Comments

Wandelen en mompelen met jezelf

De sleutel wordt omgedraaid en ik zucht eens. “Links of rechts? Hmz, die deur moet op de foto, rechts is korter en leuker. Meer te zien.” De pas wordt ingezet en de muziekspeler knalt op een beschaafd volume metal-muziek in de oren. Net niet luid genoeg, zodat het verkeer nog gehoord wordt. De laatste weken lachen mensen weer naar me op straat, wat zouden ze zien? Het feit dat ik ze echt bekijk, zoekend naar beeld, of het feit dat mijn hart sneller aan het kloppen is door verliefdheid? Ik weet het niet, maar het is wel leuk.

Tijdens het wandelen mompel ik tegen mezelf. Over van alles en nog veel meer gaan de gesprekken, die eerder iets hebben van een soort van monoloog dan een echt gesprek. Mijn geest is, gelukkig, niet behept met allerlei stemmen, wat het gesprek aangenaam en rustig maakt. Ik besloot om de muziek uit te zetten en de recorder aan. Om eens te horen wat er eigenlijk gezegd wordt. Vijf volle minuten hield ik het vol voor ik zo nieuwsgierig werd om eens te luisteren. Halve zinnen, een woord hier en daar, verder niets.

Totaal niet wat ik dacht dat het zou zijn, maar het is ook wel te begrijpen. Tegen jezelf praten doe je voor een groot deel ook in jezelf. Het is niet perse verbaal. Soms praat ik in mijn slaap, heb ik geleerd van een vroeger lief. Het is beter dan snurken, nietwaar? Mijn geest kent haast geen rust, is altijd bezig met informatie, beelden, maken, verzinnen, beleven. Altijd. Soms vermoeit het, maar vaker anderen dan mijzelf. Het is plezant om een dergelijk talent te hebben. Het brengt wat leven in de, soms erg eenzame, brouwerij.

“Deze brug of de volgende? Mm. Deze is mooier, daar ga ik over. Hehe, ging alles maar zo makkelijk. Zeik niet, je bent een mazzelpik. Ze is mooi, hè? Ja. Zie die lijnen, de curves lijken welhaast op haar, zo vloeiend. Mooi. Klimmen maar.” Zo is het hoofd bezig, van de hak op de tak, van hot naar her, als een mens zo snel de wereld over kon reizen, dan was het wel beter gesteld. Ach, de mensen zijn niet slecht, het is die verdomde economie en politiek, dat haantjesgedrag wat het minder en minder maakt.

Ik kijk eens uit over het water en besef me, wederom, dat hoogtevrees geen leuke eigenschap is. Ook deze brug beweegt bij een stevige windvlaag. “Oh, wauw, die tag had ik nog niet gezien. Fuck brug, veel te onstevig voor dit paar benen. Oei, da’s een mooie foto waard. Eens zien. Kon ik maar vragen of ze die boot aan de andere kant konden leggen, zou een veel mooiere beeldopbouw zijn. Ik mis haar eigenlijk best, maar hoe kan het? Ik ken haar amper. Ach, vorige week mag zo weer gebeuren. Binnenkort, vriend, hou je kalm. Focus op je beeld.”

Het regent en het deert niet. Water is niet iets om bang voor te zijn, wat nou paraplu? Dat is voor losers. Het tempo verhoogt. “Die deur, oh, ik ga de eerste zijn die het online zet. Vet. Eigenlijk best gestoord om zover te gaan voor een klein beetje humor. Ja, zeik niet, vent, je mag blij zijn dat je de kans hebt om wat liefde en vrolijkheid aan de wereld te laten zien. Veel mensen kunnen of mogen dat niet. Ja, okay, maar waarom doen ze dat niet gewoon? Dom? Dat geloof ik niet.”

Bij elke wandeling die gemaakt wordt, wordt er gelijk nagedacht over al die mooie mensen die ik tegenkom. Vanmiddag dacht ik nog over het wonderbaarlijke feit dat we allemaal hetzelfde zijn, maar oh zo verschillend. “Daar zit hem de schoonheid. Kijk nou toch, die vrouw. Helemaal gebogen, oud en versleten, maar je leest verhalen. In haar ogen en de rimpels. Die foto van gisteren, dat was ook niets. Ik heb veel teveel rimpels voor iemand van mijn leeftijd. Ik lijk zoveel ouder dan haar, ze ziet er zo mooi uit.” En de gedachten dwalen weer af.

Eindelijk, de deur. De camera komt tevoorschijn en ik stel het ding in. Ik voel dat er iemand naar me kijkt en draai om. Er zit een man in een auto heel vies naar me te kijken. Ik knik en glimlach, maar ditmaal werkt het wapen niet. De blik wordt zelfs bozer. “Zou het zijn voordeur zijn? Och, kan mij het schelen. Mensen in auto’s denken dat het hun wereldje is tussen al dat glas en staal. Dat ze onkwetsbaar zijn, een ivoren toren die enorm veel vervuilt. Laat hem kijken, die eikel.”

Klik.

Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,Gedachten and have No Comments

Nana en het notitieboekje

Jaren geleden ging ik eens op visite bij Nana, een Russische kaartlegster uit Antwerpen. Dat was een hele ervaring en achteraf, tot nu toe, heeft die mevrouw compleet gelijk gehad. Veel details die mensen, ook jullie, niet weten, wist ze me haarfijn uit te leggen en te voorspellen. Er is één ding waar ik in eerste instantie nogal sceptisch over was, gezien het inmiddels eroderende feit dat het geheugen feilloos werkt. Ze raadde me aan om een notitieboekje bij me gaan houden en dat op elk moment van inspiratie te gebruiken. Wat lachte ik.

Standaard zit er de laatste weken een gek oranje (is er een andere kleur?) ring-blokje met een semi-transparant plastic voor- en achterkant. Lief, klein en welhaast een plaaggeest. Dat is het. Langzaam, bij het vergaan der jaren, begint het geheugen wel eens kuren te krijgen, vooral bij ideeën en ingevingen. Dat kan een mooie-dingen-maker niet gebruiken, zeker niet wanneer de verzonnen zaken en plotse inspiratie jaren later de kans waren voor een toekomst vol glorie en zonneschijn.

Er zit gelukkig, door het doorhakken van een knoop enkele dagen terug, een berg meer ruimte en rust in het hoofd. Dan gaan er dingen broeien, bubbelen en bedelen om aandacht. Schoonheid krijgt weer de eerste rang en het woord “moeten” verdwijnt vrijwel geheel van het toneel. Dat maakt kalm en toch ook niet, maar de onrust is gezond en niet beklemmend. Ik blader eens door het boekje en zie van alles: recepten, adressen en telefoonnummers van mensen die ik gaarne nog eens wil ontbieden om de voorgaande recepten eens op uit te proberen, lieve woorden, een verloren schets en zelfs een reisschema.

Dit boekje begint zowaar een eigen leven te krijgen en vertelt een verhaal. Beetje bij beetje begint er een vorm van chronologie te ontstaan, alsof het een agenda is zonder datums. Feilloos weet ik elk detail van hetgeen is opgeschreven en waarom dat is gebeurd. Herleven, opnieuw beleven, dat is het eerder en ik droom weg bij het zien van een naam en nummer. Zal ik haar bellen of toch maar niet? Kijkend naar die ene schets lach ik breeduit, het gaat er nooit helemaal uit, maar dat geeft niet. Dat zou hetzelfde zijn als je wortels ontkennen, dat is stupide.

In eerste instantie was het kleinood bedoeld om bij te kunnen dragen aan het schrijven, maar heel vreemd weiger ik dat onbewust. Het zal wel komen, de relatie tussen mij en dat ding zal moeten groeien. Dat heeft Nana er nooit bijverteld, het belang van een verbond met een stapel papier en plastic kaften. Ze ging er misschien wel van uit dat ik het zou weten, maar daar had ze me enigszins overschat. Ik lachte uit arrogantie, niet van de zenuwen, die waren toen al weggenomen na enkele details waar ik het liever nu niet over heb.

Die mevrouw had nog wel andere eigenaardige uitspraken, waaronder die dat ze mij een sterrenkind noemde. Ik ben niet de enige was de les van een paar dagen geleden. Een jongedame waarmee ik wat tijd heb doorgebracht, kwam met dezelfde verhalen als dat ik hier tot in den treuren heb verteld. Het kijken naar de sterren, de rust erin vinden, het zoeken naar figuren en de verwondering over onszelf. Inclusief het spreken er tegen, alles was gewoonweg een overeenkomst. Dat is vreemd doch niet ongewoon, voelde ik. Wat is dat dan, een sterrenkind zijn?

Vorig jaar zei ik nog dat iedereen dat was, maar dat is geheel niet waar. De meeste mensen zijn dat niet, wat niet erg is, het maakt ze niet minder schoon. Of niet mooier, ook. Wat ik weet, is dat iemand die zo met de sterren bezig is, meer weet dan jij of de buurman van drie-hoog. Niet verstandiger in de zin van intellect, rustig maar, het is ander soort verstand, een meer weten zonder kennis. Dat is het. Je kunt feiten in je hoofd hebben, wanneer je niet begrijpt wat het allemaal is, dan is overbodige informatie. Je kunt nog zoveel gestudeerd hebben, maar als je in de rest van het leven een beetje sukkelt, is het ook geen bal waard.

Ware kennis zit niet in het hoofd, maar in het hart. Dat lijkt absurd, maar denk eens een keer goed na. Wanneer iets feitelijk helemaal klopt en toch werkt het niet, wat is er dan fout? Het feit of de manier hoe je tot dat resultaat bent gekomen? Een gegeven, iets wat als waar aangenomen wordt, neem ik niet altijd als serieus aan. Echt, waarom? Omdat een professor dat zegt? Wat is de essentie van wetenschap? Dat het zichzelf constant verlegt en oude theorieën overboord gooit voor nieuwe. Dus, even gewaagd, het is nutteloos om zoveel te weten.

Dan is zo’n boekje enorm handig. Daar schrijf ik ook al feiten in op, zonder ze te onthouden. Wanneer iets dan niet gegrond blijkt, is het een kwestie van doorstrepen of eruit scheuren. Niet een compleet neurologisch proces omgooien. Die Nana had dus eigenlijk al een beetje door wat er nu aan de hand is, ze zag die verandering van geest aankomen en wist dat het niet eeuwig zou duren voordat het nutteloze van al die kennis om de hoek zou komen.

Maar niet alles is nutteloos, het zijn de dingen die uitgebreid zijn bestudeerd, geleerd en verwerkt tot een bepaald beeld wat het tot nuttige kennis maakt. Dat lukt alleen met boeken, het internet is daar te fragmentarisch voor en geeft overigens ook teveel afleiding. Meestal probeer ik een research op het internet te beperken tot het reserveren van op websites aanbevolen boeken bij de bibliotheek. Maar goed, nu help ik waarschijnlijk een ganse generatie om zeep. Dat is stout.

Dank u Nana voor de tip. Ik wrijf nog eens zachtjes over het plastic, er zit een maffe textuur op, het lijkt wel het strelen van een huid die kippenvel heeft. Ik droom weg en beleef dingen die nooit geweest zijn, maar immer kunnen gebeuren.

Een nieuw begin?

Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,De dromenjager,Gedachten and have No Comments

Pensioen

Over twee weken is er een jam ter ere van mijn verjaardag. Alleen genodigden mogen schilderen, de rest mag kijken of thuisblijven. Wel een kleine notitie: het gaat mijn laatste jam zijn. Na lang beraad en de graffiti-wereld zien afglijden naar een parodie van zichzelf, de overvloed van toys, het steeds maar moeten schrapen om aan verf te komen, geen kicks of bubbels in de buik krijgen van een piece en het achterwege blijven van betaalde opdrachten, ben ik genoodzaakt om met pensioen te gaan.

Dat gaat mij zeer aan het hart.

De canvassen, het schrijven en sinds kort fotografie gaan voorrang krijgen. Door ruimte te maken in al die creatieve uitlatingen, denk ik weer wat passie te krijgen voor mijn werk. Plus het is een heel stuk betaalbaarder, want met canvassen levert het veelal meer op, dus kan het zichzelf bekostigen. Ook denk ik dat het fysiek steeds zwaarder wordt: tien kilometer fietsen voor vijf minuten werk, dat loont niet. Dat loont niets, behalve pijn en slecht slapen. Ik word ouder en zal concessies moeten doen.

Ik moet heel eerlijk zeggen dat het reten-gezellig is bij bombings en jams, maar het is niet meer zoals ik het vroeger voelde. Niks. Er is bijvoorbeeld wel een rush, maar die is eerder door de inspanning dan door de kick die eruit voort zou moeten vloeien. Graffiti bepaalt echt al heel lang mijn leven, voor wat het is en ik heb er zeer veel liefde ingestoken, maar de relatie ermee begint steeds verder achteruit te lopen.

Maar wat me het meeste tegensteekt is dat de afgelopen jaren het gezeik rond graffiti zo enorm begon te worden en het maken van mooie dingen steeds verder naar de achtergrond ging. Ik heb nog nooit zo’n invasie van waanzinnig slechte toys gezien. Nog nooit en ik draai al 28 jaar mee. Daar valt voor te spreken, natuurlijk, want al die ervaring, al die verhalen, al die mensen die ik op weg heb geholpen in die wereld, ja, dat bestaat dan ook niet meer. Die mensen nog wel, maar hun wortels niet.

Graffiti wordt doodgemaakt door commercie. Graffiti wordt kapot gereguleerd. Het is een schande dat die dingen gebeuren, maar het is feit van onze wereld. We laten steeds vaker dit soort dingen toe, hetgeen ons steeds meer een slaaf maakt van mensen die wij niet eens kunnen zien of kennen. De graphers die zich nu king gaan noemen, noemen zichzelf street-artist. Snijdt u een stencil en je bent al halverwege. Dat zijn geen pieces. Dat is geen werken. Dat is niet hardcore.

Eerst wilde ik nog deze zomer eens een flinke bezem door al die toys halen, maar weet je, laat ze elkaar maar kapotmaken. Vorig jaar heb ik daar veel teveel stress door gekregen en flink geld door verloren. Dat ga ik niet nog een keer doen, ze mogen het hebben, hun kleine kut werkjes waar nog niet eens liefde uit blijkt. Het is zo’n massacultuur geworden dat kwaliteit en schoonheid worden bepaald door bekrompenheid, domheid en asociaal zijn.

Dat soort lui kunnen van mij de kanker krijgen. (Wat aardig zal lukken, hoor, met de oplosmiddelen en drijfgassen)

Overheidsinstellingen beginnen zowaar effectief te worden met hun graffiti-jeugd-diensten. Leer die kleine gasten een spuitbus vasthouden, maar vergeet erbij te zeggen dat er ook nog zoiets is als echte kunst. Dwazen. Het loont niet meer om iets moois te maken, het geeft geen genoegen om een uur nadat je klaar bent met een werk, wat tien uur en massa’s geld kostte, te ontdekken dat iemand het weer niet kon laten. Dat is niet respectvol en ik wijt dat volledig aan die instellingen en de ouders van tegenwoordig.

Nog één jam. Nog één keer veel moeite doen voor amper iets van gevoel. Het einde van een relatie lijkt er al te zeer op.

Een nieuwe tijd breekt aan. En daar ga ik voor.

Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,Gedachten,Schilderen and have No Comments

Licht

Vanmorgen eens lekker vroeg opgestaan, puur om wat aan de dag te hebben. Vooral het licht, want ik begin me te beseffen dat er niets beters is dan daglicht. Het stemt optimistisch en laat je leven op een tijdstip waar het ook voor bedoeld is. Dat ‘s nachts opzitten en uiteindelijk niets doen, maakt een man van de wereld niet gelukkig.

Het was niet bepaald een goed voornemen, om samen met wat kiekens te zeggen dat het lanterfanten gedaan is bij het aanbreken van de dag. Nee, er zijn twee significante redenen te noemen die me hiertoe hebben gebracht. De eerste verdient een kleine uitleg en mag daarna genegeerd worden. Belgen zijn enorme verspillers van energie, wat heet, je kunt het zelfs vanuit de ruimte zien. Een klein kut driehoekje, maar het geeft zoveel licht dat ze zelfs gordijnen hebben in dat ruimtestation.

Wel, die heb ik ook. Gordijnen. Maar het haalt geen bal uit, de lamp die ze, nogal prominent, hebben gemonteerd aan de overkant van de straat, is naar mijn idee in zijn eentje verantwoordelijk voor de ruimtelijke zichtbaarheid. Wanneer de draperieën gesloten zijn, hoef ik nauwelijks een lamp aan te steken. Je kunt welhaast een boek lezen bij het licht wat er nog door komt. Je kunt je voorstellen dat zoiets de geest wat breekt na enige wintermaanden.

Jullie antiheld-op-sokken heeft nu een slaapmasker. En voor sommige vrienden is dat een reden om bijnamen te verzinnen, waaronder Zorro. Ik laat ze lekker lachen, want sinds de heuglijke nacht dat het masker met een grote glimlach voor de ogen werd geschoven, is het hier eindelijk eens stil. Op wat gesnurk, gemompel en smakken na. Over die dingen heb ik geleerd van de liefjes van vorig jaar, maar dat is mijn probleem niet.

Enfin.

Dat licht ook op goede manier gebruikt wordt in dit huishouden, blijkt middels het bezit van een nieuwe camera. Als een klein kind zo ongeduldig is er veel gepoogd om het wonderlijke stukje technologie bij elkaar te sprokkelen. Uiteindelijk is dat gelukt middels de verkoop van een werk aan iemand die het echt graag wilde. Kleine notitie: dat is tegenwoordig mijn eis voor een verkoop, iemand moet het serieus graag zien en niet als investering willen gebruiken.

Parmant loopt de man dus nu door het stadse op jacht naar beelden om die vervolgens vastgelegd mee te nemen naar huis. En wat voor beelden. Doordat ik met een redelijke hoeveelheid fotografen omga, zowel professionals als amateurs, heb ik eindelijk eens een gespreksonderwerp om over mee te praten. Let wel: mijn vocabulaire strekt niet veel verder dan wat ik de vorige dag erbij heb geleerd.

Want dat gebeurt nu en in een razend tempo. Elke vraag die ik stel, wordt geduldig uitgelegd en ontdek ik zelf iets, dan wordt er gezocht op het internet en in de bieb naar achtergrondinformatie of noviteiten waarvan ik het bestaan niet wist. Dat is zo hard tof. De hersens zijn zo gelukkig dat ze gestimuleerd worden op een manier die geheel overeenstemt met hun daadwerkelijke functie: het maken van mooie dingen.

Dan is er een afbeelding af, natuurlijk op orde gesteld met behulp van wat software en vliegt het ding op de pagina van het sociale netwerk alwaar ik de maanden ervoor me gedroeg als een terrorist pur sang. De hersens hadden toen niet zoveel om handen is nu mijn drogreden. Zo gauw dat het online staat, duurt het meestal niet lang of er komen op- of aanmerkingen. Daar doe ik het voor, want dat is een deel van het leerproces.

Beetje bij beetje begint het apparaat haar geheimen prijs te geven. Elke dag ontdek ik iets nieuws en dat wordt dan gelijk uitgemolken totdat mijn grenzen zijn bereikt. En elke dag duurt dat langer en langer, want bij het vergaren van die technieken ontstaan nieuwe creaties en wordt het artistieke uitgebouwd. De grenzen worden verlegd. En dan gaan we spreken.

Wat een constante is in het leerproces, is het leren kijken. De wereld die ik zo hard haat, begint zowaar hier en daar wat schoonheid te laten zien. Zoals ik klaagde over de wereld, dan ging dat vaak over het geheel en de razende kop vloog dwars voorbij al die schitterende details en momenten. Vooral dat laatste is essentieel in fotografie. Tijd.

Een klok geeft een idee van tijd weer, een camera legt de tijd vast. Om te bewaren. Om mee te spelen. Om van te houden. Verleden tijd bestaat niet, maar met een camera kun je het wel in het heden zien. Met die tovenarij is het fijn spelen, een dergelijk idee geeft het gevoel iemand te zijn. Wat je ziet wordt gedeeld met anderen, die op hun beurt weer delen wat hun zien. Het is heel anders dan schilderen, zowel van benadering als met creativiteit.

Een nieuwe passie is geboren en het daglicht is daar.

Maternitus.

posted by Maternitus in Alchemyst,De dromenjager,Gedachten and have No Comments