Elementen

Posted by Maternitus on September 2, 2010

“Stop.” Zachtjes en heel lief klonk het woord in mijn oor. De ogen sloten even. Ik liet de serene stilte even tot mij doordringen en draaide me om. Ann zat in de stoel aan de andere kant van het atelier, haar ogen hadden een vreemde, ontroerde glans. “Stap eens van je werk weg en kijk. Het is af. Dit is werkelijk mooi. Zoiets schoons heb ik nog nooit gezien.” Ik ging naast haar staan, een beetje met schroom, de sfeer die er hing was ongekend voor me. Met een beetje angst richtte ik mijn blik op het vierluik en vroeg me af wat er nu klaar kon zijn aan dit.

Twee dagen later zit ik dit te schrijven en weet niet goed wat er mee aanvangen wordt. Ik ben boos, zit te huilen, wil mijn muze tegen mij aan en drink. Melancholie pur sang. Het vierluik laat me niet meer los. Wanneer mensen tegen je zeggen dat het gedaan is met de tovenaarsleerling en de meester nu zelf aan de slag kan, is het goed in te beelden dat er een blok op de schouders komt. Ik ben geen meester, ook al leer ik aan mensen alles over het maken en beleven van kunst. Een meester is Da Vinci of Picasso, niet ik.

Wat een verwarrende tijd: een lief die ook muze is, een overgang in stijl, het stoppen met graffiti, het lichaam wat beter wordt; al die dingen tellen mee. De factoren die ervoor zorgen dat ik nu denk, voel en ben wie ik ben. Alles verandert nu. Transformatie zoals men het nog nooit heeft gekend. De bitterheid is weg, steeds meer dingen zijn liefde, muziek klinkt en wordt gemaakt, alles is anders aan het worden.

“Zal ik Jules erbij halen? Eens horen wat hij zegt.”
“Oh, Maternitus toch, ik vind het zeer schoon. Het tovert met mijn ogen. Je maakt licht en beweging, dit is zo rustgevend, een meditatie op zich. Haal mijn ventje, die gaat huilen.”
De tranen vloeien over de wangen, het is niet gewoon meer. Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Ik ben geen tovenaar of alchemist, ondanks de pretenties. ‘k Kijk naar het werk en zie heel zacht lichtflitsen tussen de canvassen en plots weet ik het. Dit is een optische illusie, op gevoel verzonnen, die er plaatsvindt. De weg is nuance, niet contrast.

Er is een opluchting, de wangen zijn nog nat van de tranen. Ik snap het niet meer. Wat is nuance, wat is toveren, wat is alchemie? Recht voor me hangt het blijkbaar. Alles beweegt, die zachte lichten, op flitsend, zo zacht. Er is licht en entropie gemaakt, het is geen schetsen of zoeken meer. Mijn meesters zien mij nu als hun meerdere, dat is niet tof. Waar haal ik nu een nieuwe?

“Wat wilde je nu eigenlijk?”
“Elementen. Al drie weken denk ik daaraan. Het is geen contrast tussen hen, maar een samenwerking, een samenhang. Geen vormgeving wilde eraan, niks van het verstand liet me toe. Dat is toch raar, dit werk is geen bal waard, niets. Fuck dat. Echte kunst is contrast.”
“Je lult. Dit is ware kunst, nog nooit heb ik in het minimalisme zulke magie gezien. Alles beweegt, het vraagt om kijken, zonder roepen, zonder schreeuwen. Dat licht. Hoe doe je dat?”
“Ik heb op het gevoel geschilderd, niets meer. Ik ben geen meester. Zelfs geen kunstenaar.”
“Zeik niet. Dit is waarlijk schoon. Schilder jij maar verder op je gevoel. De leerling is nu weg, je bent zelf een meester. Dit kan niemand.”

De tranen vloeien. Niet om de complimenten, maar om het feit dat ik nu zie wat ze bedoelen. Elke lijn beweegt. Het ene canvas reageert op het ander, de ruimtes tussen de lijnen in lichten op, elk een beetje en op willekeur. Nog nooit is er zoiets gebeurd. Waar ligt dat aan? Mijn muze? De kinesist die het leven beter maakt? Ligt het aan het lezen? Ik weet het niet, maar ik weet wel dat dit een vernieuwing is. Hoe ga ik daarmee om? Van absoluut realisme, materie, naar abstractie, geest, en weer terug. Ik stap eens achterwaarts en zie het werk aan.

Allemaal donkere kleuren, geen nuance, niets behalve een soort van vormelijke leegte. Een basis. Wauw. Dat zijn elementen. Ik wil alchemie. Nog nooit is er een traan gevloeid na een werk, nog nooit wilde ik het atelier in elkaar slaan. Niks. En nu komt alles.

Braaf blijven. Schilderen.

Maternitus.

PS
Minimalisten zijn luiaards.

2Sep

Penselenrol

Posted by Maternitus on September 2, 2010

Voor me ligt een van de mooiste geschenken wat ik ooit heb gekregen: een handgemaakte penselen-rol. Degelijk leder, mooi beslag, goede stiksels, alles gemaakt om een lang leven mee te gaan. Het afgelopen uur besteedde ik aan het opvullen van dit wonderschoon en lekker ruikend gereedschap: zacht marterhaar, ruw varkenshaar, van subtiel en klein tot bombastisch en weinig fijn besnaard. Elk van die artistieke borstels is mij speciaal. Ze helpen me componeren, uiten, bepalen richting en zorgen ervoor dat schilderen passie wordt. Het is deze rol die me terug op aarde brengt met die vakmanschap en degelijkheid: wat ik doe is niet alleen met emoties en verhalen werken, maar het is ook een ambacht. Zonder dat heeft het geuite gevoel of de verbeelde mythe geen basis en maakt het net zo vluchtig als dat de meeste mensen met liefde omgaan.

Een goed schilderij moet net als ware liefde de tand des tijds doorstaan, niet voor eeuwig, maar lang genoeg om het genot ervan te doen uitmonden in een gevoel van geluk. Toen ik begon met schilderen, heel veel jaren geleden, was het al snel duidelijk dat het niet zomaar iets maken was vanuit een bepaald gevoel. Een goed werk kan mensen versteld doen staan, zich afvragend hoe dat alles tot stand kwam, van de eerste initiatie tot het verhaal wat de maker ermee bedoelt. Goed materiaal, goede technieken (het liefst eigen en uniek) en een weloverwogen vormgeving zorgen ervoor dat de kijker bij de hand wordt vastgenomen en geleid naar een wereld die de zijne nog niet is.

Ik kom uit een extreem creatieve familie: muzikanten, ambachtslieden, verzorgers, noem een richting van werken die een zeer creatieve inslag vereist en je vindt het. Het machtige is dat het per persoon nooit bij een ding of oprisping blijft, de meesten beheersen diverse richtingen, technieken of zelfs complete ambachten. Dat zegt wel iets over de reden waarom ik aan het werken ben met die mooie penselen, op de percussie speel en dit toetsenbord treiter tot in den treuren. De inspiratie komt vanuit eigen onderzoekingen, maar de genen bepalen wat ik er mee mag doen.

Op het moment dat ik die rol kreeg, stonden de haren overeind over gans mijn lijf. Hetzelfde gevoel wat ik heb wanneer ik naar de sterrenhemel kijk en dankbaar ben voor het feit dat ik daaruit voortkom. De lijm die het firmament bij elkaar houdt is dan even hetzelfde wat ik voelde bij al die mensen: oprechtheid, warmte, liefde en bescherming. Een hele familie van muzen geschaard rond de berg geschenken, grinnikend om de humor, lachend om mijn verstrooidheid en de lieve woorden die me even het gevoel gaven wat de reden van bestaan is.

In mijn omgeving begint er een duidelijke schifting te ontstaan tussen mensen zoals mijn familie, vrienden met waar talent en aan de andere kant hen die vooral zichzelf zeer hoog achten. Die laatsten stoot ik af als een bokser met zijn meest ferme rechterhoek. De stad leert me dat ik mag kiezen en biedt me een enorme hoeveelheid karakters aan om dat te doen. Voor een werk als het leven dien je zorgvuldig te weten welke basis, materiaal en manieren je gebruikt om het tot een mooi geheel te maken. Natuurlijk is het wat plastisch om zoiets als een leven te vergelijken met een schilderij, maar het werkt precies op dezelfde volgorde. Is de schets en het idee goed, dan volgt de rest vanzelf. Alles wat zich niet leent in dat werk, schift zich vanzelf door het onderscheiden vanwege het gebrek aan kwaliteit en eerlijkheid.

Net als bij het maken van een schilderij, begint die onderscheiding zich van nature te maken. Bij een nieuw penseel is het eerst even flink stoeien: fijne lijnen afgewisseld door een ruwheid vergelijkbaar met rotsen, hoe vuil mag het zijn -moet ik het goed schoonmaken of doet het dat zelf- en ligt het goed in de hand? Voldoet het niet, dan verdwijnt het. Metaforisch is het zeker, maar ook duidelijk. Wanneer ik een hulpmiddel krijg zoals die mooie leren rol, dan dien ik ook alleen mijn meest favoriete en beste gereedschap daarin te doen.

Dus eigenlijk is dat schone voorwerp de materie die mijn origine, afkomst en Zijn verbeeldt. Wat erin gaat zijn de gereedschappen die me helpen bij het maken van al dat moois wat ik leven noem. Scheppen als dank omdat je geschapen bent. Van die dank een beeld vol liefde en passie maken, is vervolgens het dichtste tot alchemie waartoe ik kan komen. Transformatie van de geest naar materie en gelijk weer terug naar de geest lijkt me zelfs een alchemie van superieure kwaliteit. Wanneer je dat arrogant vindt, moet je hoognodig eens bij jezelf te rade gaan. Dan zit er namelijk iets heel grondig fout met je schets, materiaal en dientengevolge resultaat.

Mijn basis, spullen en schetsen zijn prima in orde. En zo ik mag vernemen van hen die er verstand van hebben, zit het absoluut goed met de resultaten; wat iets zegt over mezelf, mijn genen en werkwijze. Laten we het over alle kennis en ervaring even niet hebben. Anders sta je, net als mij ’s nachts in die pikdonkere polder, omhoog te turen naar al die kosmische overmacht, jezelf afvragend hoe klein je wel bent.

Ik ben er trots op om een Hoevenaar te zijn.

Maternitus.

2Sep

XiXi

Posted by Maternitus on August 20, 2010

Ze hangen nu een week en het meest kritische publiek heeft ze bekeken en beoordeeld. Elke keer wanneer ik de ruimte binnenstap voel ik een trots over me heen komen en kan soms de ogen niet afwenden. Dat het mijn werken zijn kan ik niet altijd even goed geloven, een beetje vreemd is dat, maar logisch. Thuis staan ze opgestapeld tegen een muur of hangen ze in de kleine woonkamer, de context daar is vooral leven en werken, niet genieten of socialiseren.

Dan is de plaats waar ze nu hangen veel beter: ruimtelijk, qua kleuren en zeker ook de setting doen mijn kinderen veel deugd. Het lijkt net of ze ademen. Het doet de ruimte zelf ook deugd, want er hangt een zekere esoterische sfeer in een doorgaans behoorlijk drukke plaats. Er is net zoveel volk, maar ze dwingen een mate van beschaafdheid af, een respect. Dat is wel even anders dan op straat, waar dat woord allang vergeten is door een goed deel van de schilders.

Wat me opvalt, in vergelijking met de vorige expositie, is hoe mensen me benaderen. De eerste keer vroeg men mij totaal niet naar gedachten, emoties en technieken, terwijl er nu serieus gekeken wordt wanneer ik spreek over in een museum willen hangen. Dat is absoluut mijn droom en ik zal alles op alles zetten om dat nog levend mee te maken. Veel kunstenaars zijn namelijk dood wanneer hun werken in een museum terechtkomen en dat zal bij mij geen doorgang hebben.

Het is een tijd van dromen over de toekomst, zoals altijd wanneer mensen hun bewondering uitspreken of hun mening onderbouwen. Dan wil ik meer maken, de behoefte daarvoor wordt altijd aangewakkerd wanneer ik doorheb dat het niet voor de kat-zun-kut gedaan is. Normaal ging ik er vanuit dat er iets verkocht zou worden, maar ik moet wat wijze lessen van vroeger ter harte nemen: doe het eerst en vooral met en voor je hart en ziel. Hoe zuiverder de gedachte achter een werk, des te groter de schoonheid.

Economie vervuilt het hart en sloopt de oprechtheid uit een mens.

Dat er iets verkocht gaat worden, is de vraag. Het gaat me in ieder geval helpen met materiaal en spullen voor de komende winter, de tijd van het jaar wanneer er geen opdrachten zijn en het weer zich niet leent voor urbane avonturen. Ik hoop erop, maar ga er niet vanuit. De eeuwige strijd van een kunstenaar?

Heel langzaam komt de publiciteit op gang, want het was eerst de bedoeling om alleen in september te hangen. Door het wegvallen van een opdracht zijn er amper middelen om dat te doen, wat jammer is, maar goed voor het geduld en inventiviteit. Ik heb geen website gemaakt, maar een simpele start-pagina met twee knoppen: eentje voor contact en de andere leidt naar hier. De flyers wilde ik eigenlijk laten maken bij een drukkerij, maar ook daar strekt het budget niet verder dan enkele grote afdrukken en een berg kleintjes bij de print-shop in de studenten-buurt.

Mijn vrienden helpen me een beetje door me bij hun te laten eten of ze steken me iets toe. Daar ben ik heel blij mee en het geeft me in ieder geval een goed moraal en uitstekend gevoel. Daar gaat zo’n expo voor. Ik geef mij bloot en laat delen van mijn leven zien die normaal verborgen blijven voor anderen. Dat weten ze, de schatten, en ze laten me kwebbelen over de dromen van het Louvre en het bongo spelen met Fidel Castro. Ah, dat wist je nog niet? Ik ben een fervent speler op die kleine meiden van me en tegelijk waardeer ik die Cubaan enorm. Nu wil het toeval dat het instrument uit hetzelfde land komt, dus waarom niet twee toffe dingen combineren?

Een ander ding wat ik geleerd heb is dat minder absoluut meer is. Niet alleen door het aantal werken te minimaliseren, maar ook dat het minimalisme, wat ik in sommige werken toepas, mij en de toeschouwers het meeste bevalt. Door werken te laten zien die zeer verschillen in vorm en kleur, kon ik horen van de mensen hoe ze daarover dachten. Dat heeft een tijd nodig om te bezinken, maar gaandeweg besef ik dat deze expo me meer brengt dan lof en hulde alleen. Een intensivering van die eenvoud moet ik dus meer gaan toepassen en zal deze winter dan ook de hoofdmoot zijn van de experimenten.

De zoektocht naar schoonheid begint te vorderen. In eerste instantie dacht ik aan het complexe ervan en probeerde dit weer te geven middels niet al te subtiele methodes. Maar telkens merk ik dat het juist niet de complexiteit van schoonheid is, maar de basis ervan, de essentie: verhouding, contrast en weinig kleuren. Met een beetje veel maken. Net als Moeder Natuur, die gebruikt immers alleen DNA om de meest complexe vormen en mooie kleuren te maken. Ik blijf dan bij de eenvoud van de bouwstenen, een fundament van alles dat leeft.

Een goede twee jaar terug raakte ik het onderwerp al aan door te schilderen over mijn handicap, Nail Patella Syndroom. Mijn moeder was gelijk verliefd op het werk en kocht het stante pede. Dat zegt wel iets, eigenlijk, want ze kan goed kritisch zijn. De werken waar ze het niet mee eens is, daar zwijgt ze; een duidelijke “no go zone”. Mijn lieve zuster gaf me laatst de herinnering aan dat werk, wat ik zelf ook mooi vind, en de hint om eens verder te gaan op dat onderwerp. Maar nu vind ik het behoorlijk gezaag om constant over tekortkomingen te schilderen en geef ik er een andere swing aan.

Wat ogenschijnlijk een afwijking is, wat is dat eigenlijk en ten opzichte van wat, kan ook een voordeel zijn in plaats van het etiket van slecht, ziek of negatief. Door het bestuderen van genetica en het syndroom heb ik geleerd dat maar een miniem deel van een gen al die grote veranderingen kan geven. Dat is een behoorlijke kracht als je het mij vraagt. Wanneer dus minimalisme iets groots teweeg kan brengen in een leven, waarom zou dat niet kunnen in kunst? Nu zit ik absoluut niet te denken aan een stip op een doek of een enkele streep met krijt. Nee. Minimalisme kan ook een masker zijn.

Trouwens, sommige strepen en stippen kunnen zeer fascinerend zijn. Het gaat dan om de context waarin het figuur is geplaatst en hoe die visualisatie is gebeurd. Daarin kun je enorm veel betekenis leggen of een verhaal mee vertellen. Ik maak al vrij lang gebruik van een dergelijke manier van beeldvorming: de storende gele hoekjes, een stuk jute op een vreemde plaats, een cirkel die heel vreemd niet in het midden staat maar toch wel en ga zo maar door.

Wat het schilderij of het aangebrachte figuur ook betekent doet er niet direct toe voor de gemiddelde kijker. Die wil vooral eerst proberen er een esthetische waarde aan toe te kennen, waarna dat walgelijke monetaire vanzelf volgt. En dat alles niet gehinderd door wat de kunstenaar bedoelt of wil vertellen. Schoonheid is een persoonlijke mening en de kennis daarvan, hoe miniem of boertig ook, is niet algemeen toepasbaar.

Het zijn inzichten die ik schilder, het is geen kennis of wetenschap wat ik ambieer. Wanneer ik dus spreek over mijn zoektocht naar ware schoonheid, dan spreek ik eerst en vooral over een gevoel in de buik, de chi. Mijn lichaam als totaal zintuig neemt waar, de geest maakt er vervolgens een beleven van en daarna volgt als een automatisme een beredenering waarom ik het werk als zodanig beleef. Dat beetje wetenschap wat doorschijnt in de onderwerpen zijn flarden van wat ik ooit geleerd of gelezen heb en vervolgens in mijn eigen beeldvorming zichtbaar maak.

Een zintuiglijke overdracht van wat ik zie als ware liefde: een totaal beeld van weten en voelen, van denken en beleven.

XiXi : een perspectief door Martin Hoevenaar

Vanaf nu al te zien in:

Café Het Volkshuis
Sleepstraat 33
9000 Gent

20Aug

Losgaan

Posted by Maternitus on August 16, 2010

Ik laat het boek even rusten op de bovenbenen en sluit de ogen, bedoeld voor een moment van nadenken, maar uitmondend in een hazenslaap. Een loomheid bekruipt me en elke beweging lijkt stroperig traag te gebeuren. Het gekletter van de regen is een wegebbend geluid en een droomwereld maakt zich meester van me.

Dit gebeurt wel vaker en omarm ik als een meditatief moment, een reden van de geest om zich even op orde te stellen. Na een bizar heftige week zou je voor minder indommelen, de wereld even laten voor wat het is. In het hoofd merk ik een verstikkende deken van niets op, die langzaam maar zeker ervoor zorgt dat de gelezen feiten en bedachte frasen onbelangrijk worden. Het doet er even niet toe of een lichaam nu losstaat van een geest of niet. Eensgezind laat het zijn kracht zien, die metafysische orde doet wat het moet doen en maakt van mij een mak lam.

Telkens wanneer een droomwereld wordt betreden, hoop ik op een ontmoeting met de terugkerende figuren die daar huizen. De veranderingen van leven, dromen en hoop zorgen ervoor dat er nieuwe bewoners hun intrek nemen en mij met compleet nieuwe dingen versteld doen staan. De gezichten ken ik stuk voor stuk, maar ze zijn niet uit de werkelijkheid die ik ervaar. Hoe realistisch ook, ik weet dat het raadgevers zijn uit een fantasie die ontsproten is aan de waanzin van mijn bestaan. Ze zorgen voor een leidraad, een constante die mij bij elke exces behoedt voor dwaasheid of onzinnigheid.

Het tintelen in de voeten maakt me weer wakker en voelend aan de koffiemok weet ik dat de ogenschijnlijke eeuwigheid niet langer dan enkele minuten omhelsde. Ik neem een slok en probeer de smaak van de suiker tussen de overmaat van bitterheid te ontdekken, als een woestijn reiziger op zoek naar een oase, een welkome verandering of impuls die een zelfbevestiging is van levend zijn. Waarmee een mens zich bezig kan houden en telkenmale een reden zoekt voor zijn handelen, lijken allemaal prikkels die me erop wijzen dat ik besta. Hoe klein ook, de waarde wordt er hoog van ingeschat.

Het boek wordt terzijde geschoven, geschokt zie ik dat de zucht naar kennis en het indommelen een gevaar betekenen voor de geplande aardse beslommeringen. Er zit een voordeel aan vroeg opstaan: het geeft meer speelruimte qua tijd. Zelfs een kunstenaar heeft een agenda waaraan hij zich dient te houden en quasi mopperend loop ik naar de douche. Ik was mij graag, het water heeft een rituele functie en elke plens zie ik als een zuivering van mijn denken en voelen. De negativiteit wegwassen, als een steeds terugkerend doop-ritueel, ontdaan van alle dogma’s en elk denkbaar cliché wat maar ruikt naar religie. Toch is het gemompel niet aardig, niet hoopvol over de te verwachten frisheid, alsof het ritueel een sleur is geworden.

Ieder leven kent repetitie, herhalingen van dingen die het liefst uitgesteld worden, maar die bijdragen aan een zorgeloze praktijk. Door handelingen opnieuw te doen, keer op keer, behoud ik regelmaat, maar tevens een wanhoop, desperaat, dat het de hoofdzaak wordt. Het dienende wordt bediend, waardoor het streven verandert in een steeds verder verwijderend ideaal. Hoe een haalbaar iets verwordt tot een barricade voor zichzelf. Daarin schuilt een anti-creatie. Het is geen echte destructie, zie het als een ontbinding. Het werkt tegen, haalt virtuositeit uit het meest elementaire van mijn bestaan en geeft het gevoel dat de daaruit voortvloeiende luiheid zaligmakend is. Zodra dit de overhand krijgt, vrees ik dat het een ideaal op zich is geworden en het maken van mooie dingen tegengaat.

Om te breken met dat vastroesten, ga ik eens in de zoveel tijd los. Dan verlaat ik mijn principes, de geest mag even met vakantie en het intellect krijgt de, al dan niet, verdiende rust. Dat losgaan wordt me niet in dank afgenomen door sommige mensen die ik ken, maar wat me daarbij opvalt is dat het mensen zijn die al heel lang zijn verzwolgen door hun eigen luiheid en waarbij het meest hoogdravende aan ontplooiing en creativiteit zich uit door oeverloos te ouwehoeren over dingen die niet meer zijn. Niets doen geeft blijkbaar een heimwee naar het verleden, melancholie die verandert in de reden van het bestaan. Door juist dat los te laten, krijgt de geest kans om zich te herordenen, opnieuw te ontplooien en zet het lichaam aan tot nieuwe acties. Beter, hoger, zuiverder en doordrongen van passie.

Soms omhelst dat loslaten meer dan een tijdelijke uitstap in het hedonisme, dan komt er de bezinning zoals hierboven beschreven. Wat moet ik dan doen? Die mensen wijzen op hun bekrompenheid van geest? Hen proberen duidelijk te maken dat wat hun vooral tegenhoudt de eigen onzin is, de ingebeelde barricades van hun zorgvuldig uitgedroogde en verteerde bestaan? Die mensen laat ik dan het liefst even achterwege, dat zijn blokken aan het been die er het genoegen uithalen om jou te besmetten met hun eigen kortzichtigheid. Volk wat niet zonder dat misnoegen kan, hoort niet in mijn wereld thuis en haal ik dan ook weg als een splinter uit de vinger. Het doet even zeer, maar het voorkomt ontstekingen en het wegrotten van inspiratie.

Het boek verhuist naar de salontafel, de vingers worden gekraakt en met een diepe zucht verwijder ik denkbeeldig die negatieve elementen. Op jacht naar een bijbehorend ritueel zie ik dat de afwas al twee dagen op me wacht, het losgaan brengt wel een instorten van verantwoording met zich mee. Het vuil wat straks door de gootsteen spoelt, is het vuil wat zich probeert vast te hechten aan mijn oppervlakte. Heet water wat er voor zorgt dat straks weer helder en fris gebruik gemaakt kan worden van die voorwerpen, waarop zich telkens weer dat vuil vestigt. Wat weer verwijderd wordt.

Mijn taak is het niet om de leemtes van anderen hun bestaan op te vullen, maar om die van mijzelf vol en bruisend te houden. Dat wat een ander doet of denkt is dan niet aan de orde, ergo, dat is nooit aan de orde en bekijk ik met pretlichtjes in de ogen. Het is geen mededogen, geen medelijden, nee, het is een vorm van vermaak. Ondanks dat ik het verguis, is het een bron van humor en plezier voor me. Tot aan het sadistische toe kan mijn grijns dan gaan en kijk ik uit naar het verderzetten van grenzen, zodat het nutteloze van hun bestaan nog erger wordt. Een karikatuur van dat wat ik zo haat, geeft mij de reden om door te gaan. Meedogenloos, maar uit liefde voor het Zijn.

Maternitus.

16Aug

De ernstige mens

Posted by Maternitus on August 5, 2010

Het fraaie aan het exposeren in een café is dat ik er dan beroepshalve heen moet. Oei, wat is het toch erg, zeker omdat de koffie er verdomde lekker is en het publiek zeer aangenaam in de omgang. Vandaag zat ik flink op een achtbaan: poster klaar, kaartjes in orde, selectie van de werken (eindelijk) eens gemaakt en het concept is nu ook visueel. Alles in twee uur klaar. Maternitus bijna op zijn best.

Nu was het tijd om te gaan vertellen aan mijn maat Yvan, eigenaar van Het Volkshuis, wat er aan het ziekelijke brein ontsproten was. De koffie werd koud terwijl ik hoogst nauwkeurig, middels stappen zetten, de lengte opnam. De hoogte werd gemeten met een techniek die in de graffiti-wereld zeer gekend is: op de tenen tegen de muur staan, de schrijf/schilder-arm zo ver mogelijk omhoog reiken en dan zeggen dat het twee-meter-dertig is.

Yvan volgde me en zei helemaal niets. Toen ik hem vertelde dat de lange muur thuis in gedachten zeker de helft korter was, bleek het ijs gebroken. Hij grinnikte en wees naar de korte muur. “Die is de helft van de lange muur.” Gedaan met de volgorde van de werken, weg met het naar binnen zuigen van de aandacht. Zo moet het: geef me een onverwacht probleem en ik brand door. De processor gaat dan helemaal bananen over iets wat meestal zeer goed te ondervangen is.

De korte muur gaat me wel verf besparen, maar wat gaat de lange muur dan worden? Naarstig zoek ik in de schetsboeken naar een eventuele oplossing en plots komt het tot me. Waarom een hele muur vol schilderen en behangen met canvassen, wanneer het met wat detaillering en een goed verhaal ook kan? Keep It Simply Stupid. Keep It Stupidly Simple. Het dichtste bij zoenen voor deze week.

Wat betreft de lange muur, dan wil ik ook iets maken wat de kijker blijft boeien. Of minstens roert. De strengste critici van het café zijn de vaste klanten. Die kijken er veel tegenaan en na een pint of wat is het moeilijk zwijgen. Pure graffiti zal niet gaan, het is binnen. Maar kom op, hoe kan ik mijn afkomst verloochenen?
Zucht. Nu voel ik de druk op de schouders toenemen en schiet het woord “wereldwonder” door het hoofd. Met minstens een meesterwerk voor de dag komen is een wel heel hoge lat voor een experimentele tentoonstelling. Een voorproefje is dat niet waard, maar even kijken hoever ik kan gaan past er dan wel in. Niet alleen technisch, maar ook de provocatie ga ik zover opvoeren, dat de honden er geen brood meer van lusten.

Ik ben aan een schilderij bezig wat op zijn minst afschrikwekkend te noemen valt. Een vervolg op de Amerikaanse vlag van een paar jaar geleden, alleen directer en vooral grover. Ik wil niet hebben dat mensen lachen of het zomaar terzijde leggen. Ik wil dat er gehuild wordt, gevloekt tot het absurde, wat heet, dat het de krant haalt omdat een woedende menigte het werk heeft verbrand op de Korenmarkt. Bescheidenheid heeft zo zijn charmes, denk je ook niet?

Schepje er bovenop. Dat mensen over duizend jaar naar afbeeldingen van het protest kijken, het vergelijken met de boekverbrandingen van net voor de tweede wereldoorlog in Duitsland en vervolgens op één lijn plaatsen. Dan draai ik me nog eens rustig om in de kist en grijns iets breder dan al gedaan werd. Alhoewel, kist. Volgens mij zullen het kisten zijn, want ik verwacht nog eens gevierendeeld te worden. Is het niet door een bende bijzienden, dan zal het wel door een meute hysterische vrouwmensen zijn. Daar kijk ik nog naar uit ook, trouwens. “Eindelijk, passionele aandacht.”

Het zal wel gaan, zeker? (Vlaamse rem op het enthousiasme)

Maar aan de andere kant weet ik zo net niet of politieke en militante uitingen de bedoeling zijn. Commercieel is het totaal niet aantrekkelijk en, zoals het deze domme maatschappij betaamt, kom ik niet snel van een negatief label af. Maar dan spreekt de origine. Waar al dat schilderen vandaan komt, waar een goed deel van de mening zich heeft kunnen vormen. In het opzicht van graffiti is het waanzinnig. Ik heb een dergelijk idee nog niet op straat gezien, zelfs daar is het te link om te schilderen. Toen ik een hakenkruis schilderde door een portret van Obama, dacht het publiek eerst dat ik extreem rechts was en reageerde dus ook zeer woedend. Toen ik zei dat die president niet beter is dan zijn voorganger en gewoon hetzelfde plus nog erger doet, zwegen de mensen, dachten na en knikten allemaal instemmend. Zie daar het nut van straatkunst.

De schoonheid van de natuur versus de lelijkheid van de mensheid. Gelukkig gaat de expositie niet zo heten. Dat is overigens geen eenvoudige zaak, een naam verzinnen voor zoiets. De beste ingevingen komen op onverwachte momenten, maar hier is het een controle freak wat betreft de kunst. Papier en pen zijn altijd in de buurt, dagdromen doet de rest. Op het middelbaar was het verboden en nu weet ik waarom: dagdromen is niet meer dan serieus goed nadenken en tegelijk onderhoud plegen aan de hersens. Net zoals de nacht-versie, is dagdromen een defragmentatie van alle verkregen en bedachte data. Goed met je hersens omgaan mag niet op een school. Nu ben ik wel blij dat er wat in boeken is geneusd en zelfs in praktijk gebracht daardoor.

Al denkende voor de, vanaf nu, kleine muur schoot het me te binnen. Codetaal. Dat is het! Gelijk erna kwamen allerlei teken-combinaties naar boven die vooral te relateren zijn aan sms-taal en chatten. Dit is mijn kans om een generatiekloof in een keer te overbruggen. Het doet er even niet toe dat mijn generatiegenoten en ik aan het begin stonden van deze afgekorte wartaal en het misbruik van leestekens. Detail. Het oogt modern en spreekt ook de jongeren aan, dat is wat telt.

Een massa die drukt achter een betere vorming van het concept is het lezen van afgelopen maanden. Kant, Schopenhauer, Nietzsche, Onfray en ander volk wat niet alleen nadacht voor ze schreven, maar ook zinnig nadachten over evenzo zinnige onderwerpen; ze hebben hun invloeden op het creatieve proces. Je hoeft niet echt slim te zijn om hun werken te lezen, een beetje gevoel voor humor en de achtergrondkennis over de periode waarin ze leefden of, in het geval van Onfray, leven, is voldoende. Nu zal ik nooit zo kunnen denken of schrijven, maar die invloed van hun werk sijpelt hier en daar door.

Het schrijven en schilderen liggen constant onder vuur in het hoofd. Door langer met een thema bezig te zijn en dus erover na te denken, begint er diepgang te komen. Yvan zegt dat ik mijn verstand ga gebruiken, ik houd het erbij dat het net gekregen is. Ook is de keuze van een ontwerp of onderwerp veel zorgvuldiger, al valt er iets te zeggen van mijn commentaren op de vrouwen die ik zo nu en dan date of vasthoud. Het is zo dat een nieuw onderwerp via emotie bovenkomt en een soort van beredenering er direct op volgt – altijd in die volgorde. Ratio als grondbeginsel houdt geen stand bij wat ik doe. Überhaupt iets. Enfin.

De invloed gaat verder. Tijdens een break deze week zat ik met een goede vriend op het terras. Hij noemde mij een zeer ernstig mens, zeker in contrast met het schilderen. Ik wees hem op het stereotype idee wat hij juist uitte en een diep nadenken volgde. Minstens zo ernstig. Ik zei wat ik zag en vertelde erbij dat mijn hersens altijd zo bezig zijn. Hij keek wat vreemd en ik liet hem een boek zien waarin ik bezig was. “Dit soort dingen lees ik er drie in de week en begrijpend, hè. Niet zomaar doorbladeren om enkele dagen later stoer te doen aan de balie van de bieb. Schopenhauer en Nietzsche zijn veruit de grappigste.” “Grappig? Dat is dodelijk moeilijk om te begrijpen, man.” “Niet als je zonder dergelijke vooroordelen leest. Een open geest is altijd belangrijk bij lezen, welk onderwerp ook. Van een open geest wordt een mens nu eenmaal ernstig. Veel informatie, lessen, emoties en belevingen opnemen met die openheid geeft nogal wat te denken.”

Hij heeft een punt, natuurlijk, afgaande op zijn idee van een kunstenaar. Volgens mij zijn het allemaal serieuze mensen die veel nadenken. Dat verklaart wel een ander vooroordeel met een kern van waarheid: de vergetelheid opzoeken in parafernalia als vrouwen, (soft-)drugs en drank. Ik drink niet. Voor de rest probeer ik natuurlijk het beeld waar te maken. Allemaal voor het publiek. Jullie.

Het gedrag verklaart veel, laten we het daarover eens zijn. Bijvoorbeeld. Laatst ontmoette ik zijdelings een zeer geniaal componist en musicus die er om bekend staat het merendeel van de dag in benevelde toestand door te komen. En gelijk zijn briljante werk te maken. Dat kan iets zeggen over mijn smaak, maar gezien het feit dat de man zeer succesvol is, zegt het ook iets over de gevolgen van de dingen die hij maakt. Die mens leeft onder een zeer hoge druk en dan is het wel aangenamer volhouden. Destructief ook, maar wat heb je aan braaf zijn wanneer je dood bent? Later doodgaan of ouder worden door een extreem gezonde levenswijze haalt behoorlijk wat plezier weg. Trouwens, de vrachtwagen waar je onder kunt lopen, kijkt er niet naar of je salades eet of blowt. Splatch!

Ik streef een zeer hoge ouderdom na en weet ook dat niet alles bijdraagt aan het bereiken daarvan. Maar zolang de kans groter is om een ongeluk te krijgen dan jezelf dood te neuken, houd ik het op wat zondes her en der. Dat maakt een mens overigens ook zeer ernstig.

Maternitus.

5Aug

Mag het een beetje meer zijn?

Posted by Maternitus on July 31, 2010

Tussen al het gezoek naar idealen door probeer ik een soort van beleg voor de boterham te verdienen met het maken van muurschilderingen, rolluik-schilderingen en omgeving-kunst. Dit is een bezigheid die al sinds 1986 met veel plezier beoefend wordt en niet geheel zonder succes. Zoveel ervaring is er niet zomaar en kost veel tijd, geduld en inzicht in het menselijk wezen.

Een van de lopende opdrachten is momenteel het decoratie werk voor een bloemenwinkel hier in het Gentse. Het eerste deel, een grote groene bloem achter in de mooie tuin, was enorm naar de zin van de opdrachtgeefster en ze ziet deel twee, het rolluik van de winkel, al helemaal zitten. Omdat ik niet vies ben voor wat experimenteren, besloot ik om ditmaal de klant anders te betrekken bij het ontwerpproces.

Normaliter krijg ik wat foto’s, een logo of een houterige schets als uitgangspunt voor een ontwerp. Daarna teken ik enkele lay-outs, stel ze voor en de keuze daaruit wordt verder uitgewerkt, afhankelijk van het werk, op papier of computer. Ditmaal wilde ik die twee meer combineren, het hele schilderwerk in een getekend en geschilderd draaiboek, wat voor mij heel handig is en voor de klant mooi om te volgen. Dat kost massa’s tijd, maar het is een experiment en dan geeft het niet.

Zo’n draaiboek is op het eerste zicht totaal niet nodig. Wat foto’s en een schets zijn doorgaans voldoende, maar ik voelde de laatste paar maanden dat klanten wat in het duister aan het tasten waren. De fantasierijke gedachten van een kunstenaar zijn niet die van een handelaar en andersom. Een les van vele jaren geleden en duidelijk toe aan vernieuwing.

Vandaag bezocht ik de dame en schetste voor haar neus, uit het hoofd, de voorgevel compleet met berglandschap, mooie lucht en wat bloemen. Toch handig, zo’n talent. Ze volgde het hele werk en luisterde naar mijn verhaal terwijl ik tekende.

“Kijk, Hilde, vorige week sliep ik slecht en wanneer ik dan eindelijk onder zeil was, droomde ik heel heftig. Onder andere over uw voorgevel.” Ze lachte luidop en ik speelde de onschuld zelve. “Ja, voorgevel, ja, maar nu komt het. Het blijft niet bij het rolluik en het kader alleen, de bloemen gingen steeds hoger, kijk zo.” Ik schetste ruwweg de bloemen tot aan de nok van het dak, draaide het karton naar haar toe en keek hoe ze het werk in zich opnam. “Amai. Dat is toch wel iets anders dan ik in mijn hoofd had.” “En wat was dat? Gewoon uw rolluik? Dat staat hier nog steeds, ziet u, maar soms laat ik me wel eens gaan, zeker in mijn dromen.”

Sinds die opmerking gaat er dus nu een fase drie zijn in het project, al zal die flink veel voeten in aarde hebben. Vergunningen voor de steigers, veiligheidsmaatregelen zoals lijnen, haken en zelfs een helm, een speciale verzekering voor mij om het te kunnen doen zonder zorgen over ongevallen en een vergunning voor de werkzaamheden zelf, zodat er afrasteringen, politie en zelfs brandweer gebruikt kunnen worden voor de veiligheid. Ik vrees dan ook dat dit niet voor deze zomer zal zijn en eerder in het najaar zal vallen. Fijn weer dan.

Terug naar het rolluik. “Wordt alles foto-realistisch? Ik bewonder je er echt om dat je zo nauwkeurig kan schilderen met zulk ruw materiaal als een spuitbus. Hoe doe je zo’n lucht? En dat gras en bomen? En die bergen, jeetje, dat gaat wel moeilijk worden.”
“Weet u wat er nog is? U was gesloten maandag en ik heb de vrijheid genomen om het oppervlak eens te meten en volgens mij kan er iets van de prijs af. Dan is ‘ie gewoon op de kwaliteit van die groene bloem. Ik kan nog veel beter, maar dan wil ik de prijs zoals eerst voorgesteld is. Wat denkt u ervan?”
“Nog beter! Spoor jij wel? Alhoewel, je had ook niet veel moeite nodig met die tijger, denk ik zo. Sjiek werk, trouwens.”

“Twee dagen. Eén dag het ruwe schilderwerk en de achtergrond gedetailleerd af, de tweede dag detaillering, fijn-afwerking en een beschermende laag aanbrengen. Dan kunt u kiezen tussen twee sluitingsdagen, waartussen een week zit of een sluitingsdag en de dag erna, wat sneller is en beter voor uw en mijn gemoedstoestand. U mag kiezen.”
“Je bent een fijne man. Weet je, mag ik deze schets houden en eens nadenken over die dagen? Ergens kan ik wel een lang weekend gebruiken, maar aan de andere kant wil ik mijn klanten niet laten zitten. Ik ben trouwens wel blij dat je mij mee laat kijken met het ontwerpen, zo heb ik het idee dat ik inbreng heb. Heel slim van je.”

Zoals gebruikelijk hier in het Vlaamse schonk ze een flinke mok koffie in en lachte. “Je blijft nog maar eens mooi zitten en vertellen over dat schilderwerk en je dromen. Nu ben ik even naar de winkel, zo terug.” Ik nam een slok van de lekkere koffie, keek de kleinzoon eens aan en vroeg hem of ‘ie kon tekenen. Het ventje knikte en ik wees stoer naar de voornoemde groene bloem. “Heb ik gemaakt. Wat kan jij tekenen?” De jongeman zag het ineens meer zitten om het over voetballen te hebben.

“Ik ben voor AA Gent. En anders voor Brugge. En u?” “Brazilië en Ajax.” “U woont toch in Gent? Dan bent u toch niet voor Ajax? Gent is toch beter.” “Nee, ik heb toestemming van de burgemeester om fan van Brazilië en Ajax te zijn.” “Ajax kan ik begrijpen, maar waarom Brazilië?” “Heb je die danseressen wel eens gezien bij hun fans?” “Ja, schone madammen!” “Snap je het?” Het mannetje giechelde. “Kent u de koning?” “Zeker, hij komt vanavond een koffie doen bij me thuis. Wie komt er bij jou?” “Ja, echt niet.” “Wel waar. Kom je ook langs, dan kun je het zelf zien. Vraag maar of je ouders meekomen.”

Het schoot me te binnen dat ik hier voor een opdracht was en niet om het over een volkssport of een monarch te hebben. Ik liep naar de winkel en vroeg om afbeeldingen van de bloemen die ze mooi vindt. Weer al een verrast gezicht, wat is dat toch met die ontwerpers van tegenwoordig? Is het niet doodnormaal om aan een klant wat voorbeelden te vragen over wat ze mooi vinden? Een ontwerper heeft inderdaad een leidende (mentale notitie: soms ook met “ij”) rol in een dergelijk creatief proces, maar voor wie is het? “Is het geen goede vraag?”

“Zeker wel, maar dat hoor je niet vaak. Afijn, ik zal eens kijken voor je. Volgens mij liggen die boeken boven. Vindt je het goed als ik ze wat later opzoek? De winkel en zo. Heb je trouwens haast? Met de opdracht?”
“Nee, niet echt, al zou het wel goed uitkomen. In september doe ik een proef-tentoonstelling in de Sleepstraat. Daar komt ook foto van die bloem te hangen en ik hoop dus ook een foto van het rolluik. Dan kan ik mooi recent werk laten zien, tegelijk met een muurschildering en wat canvassen. Wil je dan ook komen?”

“Een tentoonstelling? Is het alweer zolang geleden?”
“Bijna twee jaar, maar ditmaal pak ik het anders aan. Niet zomaar volproppen met werken en hopen op verkoop. Nu wil ik een wisselwerking tussen het publiek en de werken krijgen, zowel met schoonheid als met een provocatie van het geweten. Een kruising tussen objectiviteit en subjectiviteit, tussen ratio en ziel. Maar ik laat me teveel gaan nu, zo meteen wordt het weer gans anders, ik heb toch nog een maand.”

“Zoek je balans? Dan is het beter om je voluit te geven voor je kunst in plaats van achter de vrouwen aan te zitten, die kosten alleen maar geld. Volgens mij ben je op je best met je verf, dat zag ik wel toen je bezig was. Je praat ertegen alsof het je kind is, soms boos soms lief. Verpest al dat moois nu niet en doe wat je moet doen. Waarom heb je je hoofd gladgeschoren, trouwens? Je glimt gewoon.”
“Ik heb het helemaal gehad met haar.”

Het lachen werd bulderen, eindelijk eens iemand die mijn woordgrapjes begrijpt en leuk vindt.

Volgende week liggen er hand geschilderde ontwerpen op haar bureau. En een uitdraai of drie van computer ontwerpen. Misschien zelfs een deel van het draaiboek. Ik ben graag in actie en smeed het ijzer wanneer het heet is, dat is ten eerste beter voor de klant, maar ook voor mij. Door snel in het proces te duiken, verplicht ik mezelf om door te gaan. De mensen die me vragen, hebben dat blijkbaar graag en des te beter.
Dan heet drukte plots enthousiasme en passie.

Maternitus.

PS
Het is trouwens zeer aangenaam om mensen te horen praten over werken die ik ze niet heb laten zien. Ze zijn gaan kijken of zijn het tegengekomen en hebben de stijl en naam herkend. :-)

31Jul

De oppas

Posted by Maternitus on July 31, 2010

“Miew.” Twee grijs-blauwe ogen keken me verbaasd aan. “Miew.” “Hey, joh. Durf je niet van de muur af te komen? Zal ik je helpen? Ik heb wat eten voor je.” “Miew.” Ik reikte naar het kleine beestje en de ogen verschoten wat van verbazing naar een soort verontwaardiging in combinatie met angst. “Miew.” “Kom maar, lieverd.” Ik pakte het diertje vast. “MIEW!” De klauwtjes drongen vrij diep in het vlees van mijn hand en vingers. “Godverdomme! Sorry, maar dat doet zeer!” Het beest, nee, monster liet ook niet los bij het naderen van de grond. Waarom ook? “Miew.” Ze trok die onmenselijk scherpe klauwtjes in, ging naar de eet-bak, haalde de neus op en sprong vervolgens richting een vliegje.

De komende weken ben ik de oppas van vrienden hun huis en vier katten. Och, zelfs een tuin op het zuiden, vette tv, zeer relaxte zetels en een hangmat. Het is even wennen om een paar uur per dag omringd te zijn door levende wezens en alle luxe die een mens kan wensen. Behalve internet, ze hebben er ook al iets op tegen. Hm, groot gelijk. Dat ging even tandenknarsend.

Eigenlijk is het best leuk, ik ken de buurt daar al vrij lang en veel mensen kennen mij ook van het schilderen en het terras. Ze zijn er wel heel nieuwsgierig, het is duidelijk niet het centrum van de stad. Daar groeten sommigen wel, maar dat is het. Heel soms een praatje, maar dat is zo zeldzaam dat ik alle gesprekken van de afgelopen maand op één hand kan tellen. Geef mij die volksbuurt dan maar. Als ik nog eens ga verhuizen, dan blijf ik in de stad, maar wel buiten het centrum in een buurt als dit.

Het valt me op dat “die van de andere kant van het water” het veel beter hebben: minder auto’s, grotere huizen, vriendelijke buren, meer ruimte, meer dan genoeg winkels en een betere Chinees. De huur is er vaak ook beter. Maar goed, wij hebben dan weer de Gentse Feesten voor tien dagen aan stuk, zonder ook maar één uur van onderbreking. Vierentwintig uur per dag. Niet eens de muziek of de evenementen die te horen waren. Welnee. Dronken mensen, brandweer, politie, nog meer dronken mensen, mensen zwaar aan het trippen, poepen, zingen, plassen, voetballen met blikjes, beroven, om het hardst gillen en een koppeltje wat net verkering had of gewoon veel zin. Tegen de parkeermeter.

Vroeger had ik ook een kat, Dali. Een hyper-arrogante, egoïstische, zeer jaloerse, extreem mooie en lieve Siamees. Helemaal mijn type. Zo heb ik mijn vrouwen graag, behalve dat Siamese natuurlijk. Ze volgde mij overal, liet zich rustig paars verven, kon klokkijken, zorgde prima voor zichzelf met mij als trouwe butler en hoefde me alleen maar aan te kijken om duidelijk te maken wie er nu eigenlijk de baas was in huis.

De vier waar ik op pas, gebruiken de macht van de meerderheid en alle mogelijke vormen om me aan het lachen te krijgen of juist zo zielig kijken dat de tranen gaan branden. Terroristen zijn het zeker. “Aandacht moet je zonder vragen aan hun geven, ze komen het niet halen, tweemaal vers water elke dag en stuur ze maar buiten als je aan het koken bent. Ze zijn dan wat opdringerig.” Vier paar oogjes keken me aan door het raam van de achterdeur en volgden mijn bewegingen synchroon. Kopjes in exact dezelfde hoek scheef, maar dat was natuurlijk gespeeld of afgesproken. Ik weet dat toegeven aan die blikken en de deur opendoen overeenkomt met het fameuze blik met wormen wat opengetrokken wordt.

Na een uur of twee zet ik de telefoon uit. Zes keer gebeld worden is genoeg voor een dag en ik ben ook een beetje op vakantie. De mensen hebben zelfs een slaapkamer voor me in orde gemaakt. “Je weet maar nooit of je het laat maakt of aan het schilderen bent in het atelier en geen zin meer hebt om naar huis te fietsen. Al blijf je de hele tijd hier in huis, dit is sjieker slapen en als je wakker wordt, zwier je die ramen maar open, zet je in het venster en geniet van het zicht. Ik heb ook wel eens in het centrum gewoond. Da’s niet altijd even goed.”

Komende week ga ik hier samen met een makker eten in de tuin. Zo nu en dan dienen de culinaire biceps te rollen, het is niet alleen verf waar het leven om draait. De makker kan ook goed koken, dus dat beloofd wat. Enkele gangen, een bruut dessert en goede muziek. Meer heeft een man niet nodig, begin ik te leren op vrij rauwe manier. Ik heb zo’n idee dat het maar beter is zo. Ze verdienen geen humor, lekker eten, goede muziek, intelligente gesprekken en een flinke dosis kunst en cultuur. Daar zijn ze te barbaars voor.

Morgen ben ik hier een hele dag: een ontwerp voor een gevel maken, een canvas opzetten, een experiment met acryl-pasta voortzetten, een sjieke schets in een blackbook van een vriend uitlijnen en spelen met de poesjes. Het verschil met thuis is duidelijk de tuin. Dit weekend staat er action-painting op het programma, dat heeft open ruimte nodig en het liefst gras als ondergrond. Dat is zachter wanneer ik richting een haarbal braker moet springen, als deze een speeltje ziet in een kwast, penseel of mijn handen.

Dit ga ik zeker vaker doen, voor volgend jaar heb ik al afgesproken met vrienden om van woonst te ruilen tijdens de Gentse Feesten. Hun zien die overkill aan ambiance helemaal zitten en ik hun tuin, met name de muren daarrond.

De antiheld plonst nu gauw even in het ligbad en gaat dan fris gewassen naar zijn andere huis. Zo voelt rijk zijn dus. Tof.

Maternitus.

31Jul

De aap die denkt dat ‘ie god is

Posted by Maternitus on July 31, 2010

Vergeetachtigheid geeft soms merkwaardige aha-erlebnissen, zoals het vinden van een lang vergeten notitieboekje met daarin de volgende zin: “Het is geen zaak om het verschil tussen lichaam en ziel te vinden, maar om hun samenhang en eenheid te onderkennen. Een lichaam als voortbrenger van de ziel en niet de tijdelijke drager ervan. De combinatie van chemie, biologie en fysica is wat een mens maakt, zonder inmenging van”

Daar hield mijn notitie op en duidt op een gehaast zijn of het vergeten verder te schrijven. Of het was een vooruitzien, gezien het feit dat de gedachte zomaar ophoudt, alsof het nog geen tijd was om het compleet te maken. In het licht van de huidige ontwikkelingen met het schilderen is het een zeer welkom geschenk van mezelf. Het geeft namelijk een idee weer waarmee momenteel veel geworsteld wordt: de brug tussen wetenschap en spiritualiteit.

Het is een ander speelveld, waarin de spelers dezelfde zijn, hetzij veranderd van naam, en waarmee een verklaring gegeven kan worden aan het idee dat aards en hemels in wezen dezelfde zijn, al is het een de oorzaak van het andere en vice versa. Causaliteit noemen ze dat in de wetenschap en huize Maternitus.

Het leven kent een begin en einde, terwijl het zelf maar een onderdeel is van verandering van materie – wat oneindigheid als merkwaardig kenmerk met zich draagt. Dat is een ogenschijnlijke tegenstelling, omdat iets wat eindig is nooit een onderdeel kan zijn van eeuwigheid. Het detail wat er toe doet zit verborgen in het perspectief van mezelf als mens. Ik ken geen oneindigheid, al is het oeverloze gepraat van vrouwen een mooie metafoor daarvoor, maar een idee ervan is er wel. Alles wat langer bestaat dan mij, zowel voor als na mijn leven, heeft de karakteristiek van oneindig, omdat ik het begin noch het einde ervan zal kennen.

Iets wat zeer zeker eindig is, is mijn bestaan, zowel fysisch als geestelijk. Het een brengt het andere voort en het andere zorgt ervoor dat het een blijft doorgaan met het ander voort te brengen. Een perpetuum met een duidelijk begin en einde. Wij hangen aan elkaar van chemische reacties, moleculen, cellen, organen en vele duizenden zenuw-banen, neuronen en elektrische cellen; met als gevolg de samenwerking daartussen die ons intelligentie, gevoel en instinct verleent.

Tot in de basis van ons bestaan zijn we afhankelijk van onze fysieke gesteldheid en het idee van een geest of ziel zorgt ervoor dat ook de fysica in een wisselende kwaliteit zijn. Ontzien of afzien kunnen namelijk een verhoogde geestelijke staat leveren, terwijl het tegenovergestelde, overvoeden en luiheid, die staat tot enorme laagten kan brengen. Een tegenstelling op het eerste zicht, je zou immers verwachten dat soigneren een extase of illuminatie voortbrengt, omdat het voedt en rust geeft.

Afzien is juist het verwennen, want door het lichaam aan tekortkomingen, pijn en ziekte bloot te stellen, blijft de geest, als eerste product van ons zijn, over en krijgt vrij spel. Dan zijn de slapeloze nachten, het niet eten, het compleet teisteren met spanningen en onzekerheden een zeer goede zaak, wil ik een verhoogde staat van bewustzijn bereiken. Die staat uit zich met name in de zogenaamde flow waarin geschilderd wordt.

Een meditatieve toestand, een soort van verheffing is wat er dan plaatsvindt en me het idee geeft van harmonie met het schilderij, alsof de halen met verf uit het diepste van mijn hart komen. Maar met de wetenschap dat de ziel bestaat dankzij het lichaam, zou je haast gaan denken dat het een zuiver fysieke aangelegenheid is. Gebaseerd op waarneming en herinnering maak ik dingen, maar hun fysieke origine geven het verhevene een behoorlijk aardse afkomst en is de creatie niet eens uniek, omdat alles dezelfde origine heeft in onze kosmos.

Is het schilderen dan niet de missende schakel tussen het fysieke en spirituele? Is mijn zoektocht allang klaar en is deze realisatie een nieuw begin, een soort van fundamentele omwenteling in handelen en denken tegelijk? Dan is een concept of stijl niet eens nodig en maakt het handelen, lees schilderen, op zichzelf al hoogstaand en zonder er een spirituele meerwaarde aan toe te dichten, het doel. Dat haalt kunst compleet onderuit.

Het is een verhalen vertellen, een wereld -die vergeten is- laten zien, het meenemen op een reis zonder echt doel, een verleiding van het stoffelijke door het te doen geloven dat het goddelijk is. Gratificatie van het zelf en het bevredigen van de toeschouwer zijn honger naar bevestiging van een droombeeld. Dan maakt het niet uit of iets realisme is of een abstractie daarvan en is dit bewijs een duidelijke tegenstelling tot wat men een gangbare reden voor produceren ziet. Dan is een beloning in materiële zin zelfs een belediging, een bevestiging van slavernij op een heel subtiel maar hoog niveau.

Net zo goed als we geen prijskaartje aan een mensenleven willen hangen, zou de kunst niet bepaald mogen worden door eenzelfde economie. Immers, als de ziel voortkomt uit het lichaam en deze dus al het werk en de genialiteit voortbrengt, dan is het werk net zo fysiek als dat van een arbeider of slaaf. Dan is kunst niet meer dan een baan als alle andere en is de idolisatie van enkelen en het verguizen van velen precies dat systeem wat we terugvinden op werkplaatsen en plantages.

Het laatste stukje van de afgebroken zin is wat me treft. Ik zie hier, bij nader inzien, niet een vergeetachtigheid, eerder een inzicht in wat me de notitie deed stoppen. Wanneer alles in ons bestaan een fysische aangelegenheid is, dan valt er niet te spreken over enige inmenging, want er is niet meer. Dat geeft te denken, op deze manier is al het goddelijke wat er bestaat net zo sterfelijk als ons en ontneemt het gelijk zijn verheven status. Doordat we bestaan, bestaat er geen god.

Tenenkrommend? Ik hoop het, want dan heb ik een doel bereikt: een relativering of verwijdering van een dogma. Een bekend dogma van veel monotheïstische religies is het bestaan van een schepper, een god die ons uit niets heeft gemaakt en ons de euvele moed heeft gegeven te stellen dat we naar zijn evenbeeld zijn geschapen. Als dat zo zou zijn, zou onze geest letterlijk los moeten staan van het lichaam, want een god kent geen stoffelijkheid.

Door verder te stellen dat we dus een kopie zijn van een god en onszelf goddelijkheid toe te dichten, laat zeer goed zien hoezeer we bewust zijn van het feit dat lichaam en geest gewoon één zijn en er derhalve geen god kan bestaan.

Dat van die inmenging was een tijdig gestopte dwaling van de gedachten en geeft me nu oprispingen, gekke kronkels in het hoofd en een enorme massa kriebels in de buik. Deels is het een nervositeit die ik wel vaker voel, deels voel ik dit wanneer ik op een goed spoor zit, maar net niet aan een sluitend idee kan komen. Het is alsof ik mezelf tegenhoud om zo te denken en beredeneren, een verboden zone voor de hersens. Reden om mijn gedachten door te drijven.

Als dus gevoel en intelligentie een puur fysische aangelegenheid is, waar zet het de planten en dieren? We gaan er vanuit dat ons intellect ons onderscheidt van hen, de overeenkomst zit hem in de wil (om te leven en overleven). Bij het doorvoeren van, onder andere, mijn stelling kan ik zeggen dat een dier net zo intelligent is als jullie en een plant net zoveel voelt of zelfs kan denken. Wie ervan uitgaat dat we boven dieren en planten staan, zou zich eerst eens moeten afvragen wat hem ertoe drijft om zo onlogisch te beredeneren?

Al het leven is gelijk. Een narcis die schildert, een goudvis die zingt en een aap die denkt dat ‘ie god is.

Maternitus.

31Jul

Blauw, roze, roste

Posted by Maternitus on July 16, 2010

“Verlatingsangst. Bindingsangst. Liever niet knuffelen. Waarom zeggen dat ik mooi ben. Het is te heftig voor me. Nog nooit heeft iemand me zo lief behandeld. Je verstikt me. Je bent te enthousiast. Mijn hand vasthouden op straat vind ik erover. Eén dag in de week elkaar zien? Zo vaak?”
Natuurlijk kon de klassieker niet ontbreken: “Jij bent het niet, ik ben het.”

Nee. Zo simpel kan het ook, in plaats van een betoog. Je hebt met een man van doen. En moest dat nu zoveel dates kosten, even niet over de moeite en het geld gesproken? Dat die ganse paragraaf uit één vrouw moest komen, is nog wel het meest verbazingwekkend van al. Ja, ik date regelmatig en hoor nog wel eens wat onzinnigs, maar zoveel ineens?

Dan gaat een man op zoek naar zijn vriendinnen en vrienden, eens horen wat hun daarvan vinden. De vrouwen onder hen vinden dat ik meer genuanceerd moet nadenken, de mannen geven me gelijk. Eentje durfde zijn vriendin niet tegen te spreken. Dat helpt me voor geen meter verder. Trouwens, dat genuanceerde denken zit er al van jongs af aan in, al wordt het eenvoudige denkmodel “zwart-wit” vaker gehanteerd.

Eén van mijn allerliefste vriendinnen adviseerde me, geheel in de trend van een kleur-consulente, dat ik de wereld zo nu en dan eens door een roze bril moest bekijken en daarover schrijven. De eerste vraag luidt dan ook: “Hoe, als je onzin zoals uit de eerste paragraaf tegenkomt? In één keer?” Dan zit ik te tandenknarsen, luister naar flink goede metal muziek, wordt het schilderen veel wilder en de verwarring alom groter.

Het duurde veel te kort voor liefdesverdriet, maar te lang om het zomaar te negeren. Verliefd worden is een spel van feromonen en het verliezen van het gezonde verstand. Hij schildert, zij rijdt langs. Vier keer. Eerste date zesentwintig uur, de tweede achttien, de derde werd een rustdag en de vierde bijna een slachtpartij. Dat riekt naar een neergaande lijn. Hoe komt het toch dat me dat niet opvalt zo halverwege date nummer één?

Mooie ogen, lekkere kont, vuurrood haar en een tedere mond. Dat zorgt daarvoor. Dan blijkt ook nog eens het vermoeden van een goed hart en oplettende geest en je zit zo aan date twee. Tip voor de heren na mij: kook alsjeblieft iets ranzig. Teveel zout, ferme kletsen sambal en een zwart randje aan het vlees en de patatten. Ik kan niet ranzig koken, dat is nu eenmaal zo. Het kan op elke manier tegen je keren, dus waarom de moeite doen?

Nu weet ik niet hoe het andere mannen vergaat, maar werkelijk elke date is er “het tranendal moment”. Dan wordt er iets heel droevig verteld, met als gevolg tranen bij de vertelster. Meestal zijn dat kleine trauma’s of mislukte keuzes in het leven, ieder mens maakt wel iets mee. Maar wat is het toch? Eén van de test-methoden om te achterhalen of een man gevoelig is? Gewoon vragen, scheelt tijd.

Daarna komt die bril, alles is plots fuchsia en doet een beetje pijn aan de ogen. Wel wat saai voor een schilder die meer kleuren gewend is. Enfin, we zullen zien of het werkt. Nu alles vrijwel identiek is van kleur, begin ik mij af te vragen wat nu werkelijkheid is. Dat van die roze bril of die van mijzelf? Ik geef de voorkeur aan die van mijzelf, omdat de diversiteit groter is. Natuurlijk gaat het over een meer optimistische kijk op de wereld, maar je moet het echt eens proberen. Een middag door de stad lopen met zoiets op de neus. Heel gek.

Het moest er even uit, dus sorry voor de dames die niet op een dergelijke manier omgaan met een man. Maar wat ik me wel afvraag, is hoe het toch komt dat mensen zo bang zijn geworden voor de liefde. Druist het in tegen een huidige moraal of ethiek om gek op iemand te zijn? Is het strafbaar om genegenheid te tonen? Die angst heeft zelfs al namen gekregen, wel, verwacht het als mentale ziekte binnenkort.

“Waarom zit jij hier?”
“Liefde voor mooie dingen maken en verliefd zijn.”
“Shit, ik vraag een andere kamer aan. Jullie zijn van het ergste soort! Ga weg, satan, addergebroed, hel en zwavel! Help!!”

Zover zal het wel nooit geraken, maar je weet het nooit. Druk zijn kan tegenwoordig ook al betekenen dat je voor het leven getekend bent en halfdood gegooid wordt met medicijnen (lees: knalharde drugs).
Die gekke bubbels zullen ooit alle angst en de inbeeldingen ervan weghalen; misschien niet bij de ware, maar wel bij de goeie. Zo bekijk ik het en dat geeft vreemd genoeg een hoop.

Volgens dezelfde vriendenkring is het hart groot genoeg en is er ruim plaats voor een lieverd naast de kunst. Daar houd ik het maar op en probeer hem eens uit als nieuwe openingszin.

Op naar de Gentse Feesten. Oh, daar woon ik vlak naast. :-P

Maternitus.

16Jul

Verwondering

Posted by Maternitus on July 6, 2010

Wat maakt een mensenleven speciaal? Wat is het verschil tussen ons en andere levende wezens op deze planeet? In een boek van Arthur Schopenhauer (Het nut van vrome leugens) las ik mijn antwoord. Dieren, planten en mensen komen overeen bij de wil om te leven, het verschil dient zich aan bij de verwondering. Vragen die een mens gaat stellen over de wereld om hem heen, zoeken naar antwoorden, verklaren wat hij denkt te weten en vooral blijven verwonderen bij al het nieuws wat zich aandient.

Doet iedereen dat wel, vraag ik mijzelf dan af. Niet elk mens is in staat om aan een dergelijke queeste te beginnen, laat staan er een deel van af te ronden. Om dat gat te dichten is godsdienst ontstaan, zodat al het onbegrijpelijke verklaard wordt middels een hogere macht of een meervoud daarvan. Ik heb het afschuiven van alles dat niet begrepen wordt op iets wat niet bestaat altijd zeer lomp, boertig en vooral niet intelligent gevonden.

Het tegenovergestelde, dus proberen om een verklaring voor alles te vinden of hebben, bereikt mijns inziens exact dezelfde status naarmate de pogingen daartoe tot aan waanzinnigheid gaan. Veel kan deels uitgelegd worden, maar de wetenschap slaagt er wonderwel constant in om telkens de finesses en ware toedracht tot een fenomeen te missen en dit vervolgens toch te presenteren als de enige en juiste weg. Er zit geen verschil tussen wetenschap en godsdienst.

De mensen die mijn werken een tijdje volgen weten dat ik aan het zoeken was naar een overbrugging tussen rationaliteit en spiritualiteit, om het vervolgens te kunnen schilderen. Bezinning, zoals in de vorige alinea’s beschreven, maakt die zoektocht compleet overbodig en is enige nederigheid zeer op de plaats. Mijns inziens moet al wat ik maak dus uit verwondering gedaan worden en niet vanuit een zelfgemaakte ivoren toren alwaar ik bepaal wat klopt en wat niet.

Net zoals beleving en waarneming is waarheid persoonlijk en is er geen “de ware”, hoe empirisch dit ook is bepaald. Natuurlijk zijn er constanten, zekerheden en zelfs wijsheden, maar dat maakt ze nog niet universeel, gezien het feit dat we het universum amper kennen. Vanuit dat oogpunt is het zelfs geen nederigheid meer die geëist wordt, maar de nietigheid van ons bestaan een fait accompli.

Wat is het dan toch dat me bezighoudt? Het is een losscheuren van de dogma’s in mijn hoofd. Een geest die waarlijk vrij is, heeft die vaste denkfouten en -patronen niet nodig. Zoiets is niet gemakkelijk om te behalen, de omgeving waar in geleefd wordt hangt aan elkaar van dogma’s en hokjesgeest. Hoeveel offers moeten er gemaakt worden, zou logischerwijs mijn eerste vraag zijn. Is dat dan de juiste gedachte? Een offer maak je aan een hogere macht en dat is wat ik verdom te doen. Deels omdat ik welke macht dan ook niet erken, deels omdat dat idee zelf al een religieuze grondslag heeft.

Volgens de hokjesmentaliteit ben ik dan een anarchist, atheïst en socialist tegelijk. Deels klopt dat wel, op het atheïsme en wat scherpe randjes van de andere twee na. Dit is al gelijk een bewijs dat een dergelijke manier van rationaliseren geen haalbare kaart is. Volgens mij komt die manier van redeneren uit een tijd dat de dingen eenvoudig werden gehouden door al het moeilijke op één hoop te gooien en het de daden van een god of demon te noemen. In onze samenleving is er een economisch of wetenschappelijk model nodig, anders wordt het ontkend (de grote hoop).

Door het zo te bezien, wordt zelfs mijn idee van een juiste weg de enige waarheid en is de grote hoop alles wat ik heb kunnen afdoen als een farce. Zo haalt een geest nooit de vrijheid die het nastreeft. En hoe zou dat zitten met mijn zwart-wit denken? Door zelf zeer concrete grenzen te bepalen, beperk ik ook mijn horizon, al maakt het een leven zeer duidelijk. Een optie zou zijn om niets te verklaren of bekritiseren, zwart noch wit doen er toe, zelfs elk idee of eruptie van creativiteit wordt zinloos. Dat is nu ook weer niet de bedoeling.

Is het dan nodig om in om-het-even-wat-dan-ook te geloven? Dan is het niet zomaar verwondering wat ons scheidt van andere wezens en bestaan godsdienst en wetenschap voor onze geestelijke gezondheid en niets anders. Je zou haast gaan denken dat Moeder Natuur ons wel serieus bij de ballen heeft genomen. Ons idee van waarheid als bescherming tegen een echte realiteit, een natuurlijk filter omdat het anders teveel wordt?

Dan houd ik het voorlopig maar bij de bloemen. Omdat het gewoon één van die schoonheden is uit het leven. Zonder god of formule van alles. Puur uit verwondering.

Maternitus.

6Jul